VERKONDIGING op 1 mei 2008, Hemelvaartsdag, in de Kerk van Onze Lieve Vrouw van de Allerheiligste Rozenkrans te Amsterdam door pastor Pierre Valkering
Gelezen: Uit de Handelingen van de Apostelen (1, 1-11), Psalm 47 (2-3.6-9), uit de Brief van de Heilige Apostel Paulus aan de christenen van Efeze (1, 15-23) en uit het Mattheüs-evangelie.
Als “nieuwe man”, dierbare parochianen en wellicht ook gasten hier in de Rozenkranskerk; als nieuwe man, als opvolger na eenendertig jaar pastoorschap van Fons Braam - ben ik natuurlijk doordrongen van een bewustzijn dat het verstandig is om rustig en omzichtig te opereren binnen de nieuwe contekst, in de nieuwe parochie. We hoorden in de epistel-lezing vandaag, uit Paulus’ brief aan de christenen van Efeze, hoe hij de kerk vergelijkt met een lichaam en, veelgeliefden, ik denk: dat is een heel goede vergelijking. De kerkgemeenschap is een levend organisme, het is een geheel van menselijke verhoudingen. En dat geheel is precies zoals ons lichaam: zéér gevoelig voor allerlei aandoeningen, pijnen en pijntjes. De ervaring leert ons dat je ook wat betreft het lichaam der kerk gemakkelijk op allerlei tenen kunt staan etcetera. Dus dat is oppassen geblazen dus voor de nieuwe man! Laat hij niet als een dolleman opereren. Laat hij niet als een olifant door de kerkelijke porseleinkast marcheren en om te beginnen maar alles gewoon ondergáán en meemaken zoals ’t op de nieuwe plek gegroeid is in de loop van vele jaren … Hij kan nog maar beter niet onmiddellijk allerlei eigen ideeën doorvoeren, in de liturgie en anderszins … Voor vandaag betekent dat voor mij, dierbare parochianen en gasten van de Rozenkranskerk, dat we de paaskaars gewoon laten stáán … Ik ben namelijk gewend om de paaskaars op Hemelvaartsdag na de voorlezing van het evangelie nog één keer overvloedig te bewierooken waarna die paaskaars brandend en voorafgegaan door de wierooker, in een wolk van wierook dus, wordt weggedragen en een plaatsje krijgt achter het hoogaltaar van de kerk - waarmee aldus het mysterie van deze Hemelvaartsdag verbeeld wordt: de Verrezen Heer die sinds het begin van het paasfeest veertig dagen lang als de nieuw levende door zijn leerlingen herkend is en in hun midden aanwezig is geweest, die Verrezen Heer verdwijnt nu verder uit het zicht. Hij stijgt ten hemel. Hij zetelt aan de rechterhand van God - om met de brief aan de Efeziërs te spreken. Vandaar blijft Jezus op ons betrokken. Vandaar leeft Hij met ons mee. Vandaar blijft Hij met ons, alle dagen, tot aan de voleinding van de wereld. Vandaar zal Hij ons Zijn Geest zenden. Zoals gezegd, veelgeliefden: dat mysterie van de uit het zicht verdwenen, maar toch aanwezig blijvende Heer, dat wordt mijns inziens goed verbééld door het wegdragen van de brandende paaskaars die dan vervolgens achter het hoogaltaar wordt geplaatst. In de kerk zelf blijft, op de plek waar de paaskaars dan eerder stond, een leegte achter …
We mogen het misschien best vergelijken met wat we hier in deze parochie zopas met elkaar hebben meegemaakt. We hebben afscheid genomen van Fons Braam. Zijn vertrek zat al een tijd “in de lucht”. We wisten ervan. We wisten dat ’t ging komen. Dat maakte dat hij er enerzijds nog wel was, maar anderzijds misschien voor een stuk ook al weg was. Twee weken terug was het moment dan echt daar: Toen hebben we echt afscheid genomen van Fons, toen hebt U hem als pastor van deze parochie echt los moeten laten. Afgelopen zondag, bij mijn installatie was hij toch ook nog van de partij. Maar nu is hij dan toch helemaal vertrokken en uit het directe zicht verdwenen. Wij weten: Hij is nog ergens, gelukkig wel, dat is een geruststellend idee. Maar toch laat hij hier een leegte achter. U zult hem missen en voor sommigen zal de herinnering aan hem hier nog lang blijven hangen, zozeer is zijn persoon, de persoon van Fons, met alles wat je hier ziet en meemaakt verweven geraakt … Fons … die we gelukkig verloren hebben aan het leven … maar we weten: als je mensen aan de dood verliest, dan gaat ’t net zo, maar snijdt ’t veel dieper nog … De leegte die een gestorvene achterlaat, die leegte is veel leger, grimmiger en smartelijker …
Veelgeliefden, wat moet je met zo’n leegte? In de Handelingen van de Apostelen horen we hoe Jezus “toen Hij nog ben hen was, hun op het hart drukte: ‘Ga niet uit Jeruzalem weg, maar blijf wachten op de belofte van de Vader die jullie van Mij hebben gehoord’.” Ja mensen, wat moet je als je een verlies geleden hebt? Je kunt de neiging hebben om het huis of ook de kerk te ontvluchten. Een verlies maakt dat mensen verdriet hebben. En soms maakt ’t ze ook boos, wóedend zelfs. Allemaal emotie. En wat doe je dan om die woede of dat verdriet te kanaliseren, om die emotie kwijt te raken? Sommige mensen krijgen erg de neiging om de hort op te gaan. Weg van hier! Weg van de plek des onheils … Een heel menselijke reactie. En toch veelgeliefden … Jezus drukt zijn mensen op ’t hart om het niet te doen: “Ga niet weg” en “blijf wachten” - op die belofte van de Vader, blijf wachten op de beloofde Geest ….
Ik denk: die belofte èn die raad geldt ook ons. De Geest zal opnieuw tot ons komen. En die Geest zal híer tot ons komen. Ga dus niet weg … maar blijf wachten. Nu is dat eigenlijk overbodig om dat tegen U te zeggen, want U bént immers hier. Wie, veelgeliefden, gaan er tegenwoordig op Hemelvaartsdag nog naar de kerk? Ja, dat zijn echt de *hard core-*katholieken, de harde kern, de mensen die, tegen de klippen op desnoods, blíjven doorgaan met geloven, blijven vertrouwen op Jezus’ belofte en die van de Vader. U die hier nu samengekomen bent, U bent niet roomser dan de paus, maar wel roomser dan de tegenwoordige christenen van Rome zoals ik uit eigen ervaring kan bevestigen. Want toevállig ben ik op Hemelvaartsdag verschillende keren in Rome geweest. In Rome wordt Hemelvaartsdag alleen in het Vaticaan vandaag gevierd en in de rest van de stad en het land komende zondag pas. Men heeft in Rome vandaag dan ook geen vrij. Ú bent hier dus de harde kern en in die zin, veelgeliefden, bent U geweldig belangrijk. De andere mensen liggen nog in bed, of zitten aan ’t Hemelvaartontbijt, of fietsen reeds door bos of duin, of matten zich reeds af op ’t sportveld of zitten bij een koffie-concert - als dat nog bestaat tenminste … Allemaal hele goede en fijne dingen natuurlijk om te doen, als je ervan houdt, maar al die mensen, die nu niet hier zijn of in een andere kerk, al die mensen missen wel die geweldige woorden die wij hier horen: De Heilige Geest zal over jullie komen. Jullie zullen kracht ontvangen. Jullie zullen mijn getuigen zijn tot het uiteinde van de aarde. En: Ik zal met jullie zijn, alle dagen, tot aan de voleinding van de wereld. Van deze geweldige woorden, van deze geweldige belofte bent Ú, daarvan zijn wíj, veelgeliefden, de erfgenamen.
Komende dinsdag heb ik een afspraak met een echtpaar uit deze parochie waarvan ik een tijd terug een boek geleend heb, de autobiografie van Robert Schuller, dat is die dominee van “The Hour of Power” dat elke zondag op de televisie is en dat in talloos veel landen over de hele wereld wordt bekeken. Ik geloof dat er wel tweehonderd miljoen kijkers zijn wereldwijd. Allemaal mensen die daar elke week een goede, ja vaak een geweldige geestelijke impuls van krijgen, van het kijken naar dat programma. Komende dinsdag ga ik het boek terugbrengen dus ik dacht: dan moet ik het toch gauw nog even lezen. Zo werkt dat. Ik moet zeggen mensen, dat ik er zeer van onder de indruk ben, van de persoon en van het werk van dominee Schuller, een boerenjongen uit Iowa, geboren uit van oorsprong Nederlandse ouders “in the middle of nowhere”, aan ’t einde van een doodlopende zandweg maar die de bouwer werd van de zogenaamde “Crystal Cathedral” in de buurt van Los Angeles waar drieduizend mensen in kunnen en een oneindig veelvoud daarvan kijkt wekelijks naar de uitzending van de viering op de televisie. Vergeleken daarmee, vormen wij hier in de kathedraal van Amsterdam-Zuid maar een schamel clubje. En toch veelgeliefden, ook dit kerkgebouw is ontsproten aan en getuigt van de inspiratie van dezelfde Geest die het werk van dominee Schuller inspireert en ik zie niet in, veelgeliefden, waarom die Geest ook hier niet voor nieuwe bloei zou kunnen zorgen en de kerk niet opnieuw zou kunnen doen vollopen. Ik stel voor dat U en ik, dat wij daar samen “voor gaan”. Amen.