Er is een verhaaltje van een man die een kijkje mocht nemen
zowel in de hel als in de hemel.
Toen hij in de hel kwam, zag hij tot zijn grote verbazing
een prachtige feestzaal, magnifiek versierd,
met grote tafel waar allerlei lekkernijen op stonden,
het ene gerecht zag er nog heerlijker uit dan het andere.
En aan die tafel zaten allemaal mensen, een ontelbaar groot aantal,
en al die mensen hadden dezelfde handicap:
ze hadden stijve ellebogen, waardoor ze hun armen niet konden buigen.
En hoe zij het ook probeerden, in wat voor rare kronkels zij zich ook wrongen,
ze kregen het niet klaar om iets van die heerlijke spijzen binnen te krijgen.
Dat was de kwelling van de hel.
Daarna werd de man meegevoerd naar de hemel
en weer tot zijn verbazing zag het er daar precies zo uit als in de hel:
een grote feestzaal, tafels met verrukkelijk voedsel,
en aan die tafel allemaal mensen met precies dezelfde handicap:
ook zij hadden stijve ellebogen en konden hun armen niet buiten.
En toch was het daar een groot feest en zaten ze allemaal
te genieten van alle heerlijkheden die voor hen stonden.
Hoe? Wel, ieder reikte, met zijn stijve armen, het eten aan
aan zijn buurman of buurvrouw die tegenover hem aan tafel zat.
Tot zover dat verhaaltje, waar we heel wat van leren kunnen.
Van sommige situaties zeggen we wel eens:
die mensen hebben een hemel op aarde,
van andere moet je zeggen: het is daar een hel.
Er zijn natuurlijk verdrietige situaties waar geen mens wat aan doen kan,
denken we maar eens aan natuurrampen die zoveel kapot kunnen maken.
Maar vaak zijn het ook de mensen die dingen kapot maken.
De wereld is ook een rijk gevulde tafel, er is genoeg voor iedereen:
genoeg voedsel, genoeg welvaart, genoeg geluk,
maar het wordt alleen dan bereikbaar als we het elkaar aanreiken.
En als er de mentaliteit heerst: ieder voor zich en God voor ons allen,
dan worden de rijkdommen onbereikbaar, voor iedereen.
Dan kunnen mensen voedsel in overvloed hebben,
dan kunnen ze leven in grote welvaart, en toch niet gelukkig zijn.
Alleen de weg van samen delen, de weg van de dienenden liefde
die Jezus ons is voorgegaan, leid naar een stukje hemel op aarde.
Wat staan jullie naar de hemel te staren,
kregen de apostelen te horen in de eerste lezing,
m.a.w.: kijk niet naar boven, naar het onbereikbare;
hier moet het gebeuren, hier beneden moet je aan het werk..
Dat is de opdracht die Jezus zijn leerlingen meegaf,
niet alleen dopen, maar meer nog de dingen doen die hij had voorgedaan,
de dingen die een beetje hemel op aarde brengen.
Maar helaas maken we nog zo vaak er een hel van.
Je kunt een land hebben waar mensen graag op vakantie gaan,
waarvan ze zeggen: Het is fantastisch hier, het is hemels hier.
Maar als in datzelfde land mensen elkaar niet meer verdragen,
als ze elkaar verjagen van eigen huis en haard, dan wordt het tot een hel.
Of, je kunt twee prachtig huizen naast elkaar hebben, in een mooie buurt,
in het ene huis is het een hel voor de bewoners,
omdat ze elkaar niet meer verstaan,
in het andere kan het een hemel zijn
omdat mensen in zorg omzien naar elkaar.
Je kunt twee gezinnen hebben, op het oog in gelijke omstandigheden,
in het ene gezin voelen alle gezinsleden zich thuis, is er een hechte band,
in het andere zijn ze totaal van elkaar vervreemd,
en dat heeft altijd te maken met de aandacht en zorg die er is voor elkaar.
Natuurlijk: het volmaakte geluk is hier op aarde niet te vinden:
elke mens heeft zijn onvolmaaktheden,
zijn onvervulde wensen en dromen, zijn frustraties en tegenvallers,
elke mens kan geconfronteerd worden met pijn en verdriet.
Maar ook hier geldt: het leven wordt dan pas onverdraaglijk
als die mensen aan hun lot over gelaten worden,
als niemand naar hen omziet in liefdevolle zorgzaamheid.
Een stukje hemel op aarde, we willen allemaal niets liever dan dat,
maar het kan alleen dan werkelijkheid worden
als we het elkaar aanreiken,
en jammer genoeg, dat laatste wordt nogal eens vergeten.
Hemelvaart (2002)
A-cyclus · Paastijd · Olh hemelvaart · wit