Jezus heeft de wereld verlaten en de Geest is nog niet gekomen.
Op dat moment beleven de leerlingen een grens-ervaring.
Maken wij dat niet regelmatig mee, zo’n grens-ervaringen?
Het gevoel van afscheid te moeten nemen
van iets dat ons ontglipt en dat wij moeten loslaten
en terzelfder tijd het hevig verlangen
naar iets dat er nog niet is en dat wij nog niet kennen.
Ouders bijvoorbeeld die hun kinderen het huis zien uittrekken
om op eigen benen te staan.
Zij hopen hen terug te vinden, op een andere manier.
Maar zal dat lukken? Is hun liefde zo vindingrijk
dat zij zich aanpast aan de nieuwe levenssituatie?
Meestal wel, gelukkig!
Welnu, juist in die overgangsituaties, tussen oud en nieuw,
juist dan begint een mens spontaan te bidden.
Op de grens, tussen loslaten en verlangen,
daar welt het gebed op in het hart.
Een gebed van iemand die iets of iemand anders kwijt geraakt
en toch weet dat hij tot een nieuwe liefde opgeroepen wordt,
zonder nog te weten hoe.
Zo ook Jezus wanneer Hij Zijn weg begint
van lijden, dood en naar-Zijn-Vader-gaan, Zijn grens-ervaring.
Dan horen wij ook Hem bidden.
Kunnen wij iets leren van Zijn gebed op dat ogenblik?
Jezus sprak toen God aan met een heel originele, nieuwe naam:
“Abba, Vadertje lief”.
Gedurende heem zijn leven probeerde Jezus de mensen te tonen
dat zij geen schrik moesten hebben van God,
want dat Hij geen Moloch was die hun leven opeiste;
dat zij zich niet als slaven moesten gedragen,
want dat God geen baas was, die zij onderdanig moesten dienen;
maar dat God hen graag zag en graag bleef zien,
ook als zij verkeerd deden.
Jezus leerde ons dat wij ons het best gedragen
als dankbare mensenkinderen, als kinderen die beseffen
dat wij een Vader hebben die ons onvoorwaardelijk bemint.
Het belangrijkste kenmerk van onze God
is niet Zijn onveranderlijkheid of Zijn almacht.
Zo heeft men het ons misschien vroeger teveel geleerd.
Het belangrijkste kenmerk van onze God
is Zijn bewogenheid en vindingrijke Liefde,
ook midden in het menselijk lijden.
Het is een Liefde over grenservaringen heen.
Wat zegt een moeder als haar kindje
zijn vingertje aan een kaarsje heeft verbrand?
“Mama zal er wat speeksel op doen en er een kusje op geven!”
Die vindingrijke liefde is al de helft van de genezing,
want die brengt troost voor het grote verdriet in het hart.
Hoe tonen wij het best dat wij bewust zijn
dat wij een Vader hebben die ons bemint,
ook in momenten van afscheid en pijn?
Hoe tonen wij het best dat wij weten dat wij,
dank zij een goddelijke Liefde,
die ons zomaar gratis geschonken wordt,
een leven leiden die sterker is dan de dood? Door te danken!
Door als dankbare mensen door het leven te gaan.
Dankbaar voor alles en vooral voor Gods vindingrijke liefde,
die duurzamer is dan het huidig pijnlijk moment.
Daarom noemen wij Hem “Onze Vader”.
Zeker, niet alles is rooskleurig; niet alles lukt ons.
Maar wij leven. Wij worden elke dag opnieuw gestuwd
door een Liefde die ons draagt
en die wij, na zeer kronkelige wegen en pijnlijke ervaringen,
op een heel nieuwe manier terugvinden.
Maar de fundamentele dankbaarheid kan nooit wijken
uit het hart van een gelovige christen.
Het tegenovergestelde van een dankbare is een eisende mens,
iemand die ervan overtuigd is
dat hij op alles en nog wat recht heeft.
Aan zo iemand merkt men
dat hij het leven naar zijn hand wil zetten.
Natuurlijk moet ieder
zijn eigen verantwoordelijkheid nemen en zijn leven uitbouwen.
Maar het verschil ligt hem in de manier waarop men het doet:
als een veeleisende of als een dankbare mens.
In Zijn gebed leerde Jezus ons een Liefdegod kennen
tegenover Wie wij ons dankbaar mogen voelen,
ook in de grenservaringen.
Geen Tovenaar, die ons door een mirakel
zou kunnen wegrukken uit de pijn. Die bestaat niet.
Wel een Vader tot Wie wij in vertrouwen mogen bidden,
ook wanneer wij iets of iemand moeten loslaten
die ons dierbaar is,
om te groeien tot een nieuwe, vindingrijke liefde
waarvoor wij Zijn kracht ontvangen.\
Dankbaar bidden tot de Vader om zijn vindingrijke Liefde (2005)
A-cyclus · Paastijd · 7e zondag van Pasen · wit