Ruimte voor velen

A-cyclus · Paastijd · 5e zondag van Pasen · wit

Wij zijn er van oudsher aan gewend dat je in de kerk stil hoort te zijn. Wanneer de deur achter ons dichtviel, kwamen onze ouders met de vinger naar hun mond en zei­den: Ssst… Dan moest je stil zijn. Als je toch wat veel geluid maakte dan werd je aangestoten, stil… Zo is het lang niet altijd geweest in kerken. Want kerken waren vroeger dikwijls veel meer huis van het volk dan huis van God. De grote middeleeuwse kathe­dralen werden inderdaad gebouwd voor de eredienst. Maar slechts een klein stukje van dat grote gebouw was daarvoor afgescheiden. Verder stond de kerk de hele dag open en liep men er in en uit met de zware boodschappentassen, met de hond en met de kat, met zijn huisdieren. Ik heb ooit ergens bij zo’n kathedraal op een bord zien staan dat varkens niet mee naar binnen mochten, want die waren blijkbaar te weinig gezeglijk. Verder liep iedereen daar rond, zat even tegen de pilaar te slapen en bedelaars probeerden wat centen los te krijgen van de voorbijgangers. Bij regen was het dikwijls de kortste weg van het ene huis naar het andere, dan liep je binnendoor om droog te blijven. Het was in de kerk tot aan sluitingstijd de hele dag een komen en gaan van mensen. Dat is, zo kan ik me voorstellen, wat het evangelie noemt: “ruimte voor velen, ruimte voor allen.” Iedereen kon daar binnenkomen, nie­mand werd daar weggestuurd.

Zo’n ruimte speelde eigenlijk in op de toekomst, want zo moest het worden met heel de wereld, een woning, een huis waar iedereen zich thuis kon voelen: niemand te groot en niemand te klein, niemand te rijk en niemand te arm. Toch is het zo toen niet geworden en zo is het nog steeds niet.

Want het lijkt wel of dat er in die grote woning van God hier op deze aarde niet voor iedereen ruimte is. Mensen vechten met hun ellebogen om de ruimte voor zichzelf. Ze proberen heel veel plaats in te nemen in die grote woning en elkaar van de plaats te verdringen. Je ziet dat gebeuren in de politiek, in de sport en overal. Mensen wor­den weggeduwd, van hun plaats gestoten en anderen willen die plek weer innemen. Zo gaat het in de wereld. En nu zegt Jezus: “In het huis van mijn Vader is ruimte voor velen.” Het gaat hier in eerste instantie over de laatste inperking van het leven, die de dood is. Jezus geeft de belofte van veel meer ruimte dan wij kennen tussen geboorte en dood. Maar het gaat ook over de verwachting, dat er in dit huis van de Vader, deze aarde, meer ruimte zal zijn of komen. Jezus lijkt te zeggen: Ik ga de ruimte in van de Vader en Ik zal voor u ruimte maken. Ik zal ervoor waken dat de beperking op deze aarde niet eeuwig zal duren. Het is goed voor jullie om daar rekening mee te houden, want de angst voor de dood mag niet alles aantasten.

De ruimte elders en de ruimte hier hebben met elkaar te maken. Wanneer ik hier ruimhartig kan leven, heeft dat zijn betekenis voor de overkant. Zoals alle levensge­bieden kunnen worden aangetast door een mentaliteit van wantrouwen en oorlog, zo kunnen alle levensgebieden ook worden aangeraakt door vertrouwen, ruim te en vrij­heid. De manier waarop we omgaan met lucht, water en grond. Hoe we onze wel­vaart gebruiken en verdelen. Hoe we omgaan met de grenzen van ons land, met betaald werk of niet betaald, met werk of werkeloosheid. Het heeft met onze vrije tijd van doen, met onze relaties, met onze godsdienst. Het raakt me als mensen hun leven inperken: “Ik kan niks en het wordt niks!” Evenzeer raakt het me als mensen ruimte maken, verantwoordelijkheid mee willen dragen in kerk en samenleving. Want wil je ruimte maken voor anderen dan zal dat altijd een beetje ten koste van jezelf moeten gaan. Dat is het kruis dat elk van ons wordt aangeboden. Een stapje terug doen om anderen een plaats te gunnen. “Ik ga ruimte maken”, zegt Jezus, “voor u allen.”…

Zoeken in Preken Online