Er waren eens drie gezusters, Maria, Mina en Martha.
Alle drie waren ze heel gelovig,
tegelijk beleefden zij hun gelovig-zijn op heel verschillende manieren.
Maria was de bidziel: vele uren bracht zij door in kerken en kapellen,
en hoe meer H.Missen op een dag, hoe beter.
Mina was het intellectuele type: ze wilde steeds meer leren en te weten
komen, zij liep allerlei godsdienstcursussen af en las er vele dikke
boeken over.
Martha was een echte doe-mens:
de hele dag was zij bezig met allerlei goede werken:
zieken bezoeken, eenzamen gezelschap houden, vrijwilligerwerk.
De drie gezusters woonden in het hetzelfde huis,
maar ze waren bijna nooit tegelijk thuis:
als de een thuis was zat de ander in de kerk en de derde was op pad
om goed te doen.
Maar als ze dan een keer alle drie tegelijk thuis waren,
kregen zij prompt hooglopende ruzie over de vraag
wie nu haar gelovig-zijn op de juiste manier beleefde?
De een werd voor een leeghoofd uitgemaakt, de ander voor een kwezel
en de derde voor een nieuwlichter.
Maria verweet de anderen dat ze te weinig aan bidden deden
en te weinig naar de kerk gingen.
Martha verweet de anderen dat zij te weinig deden
om de liefde van God door te geven.
En Mina vond dat de anderen veel te weinig nadachten
over zoiets kostbaars als hun geloof in God en in Jezus Christus.
En wie van de drie heeft er nu gelijk?
Als het gaat om geloven en geloofsbeleving, wat is dan het belangrijkste?
Daar is alle tijden door al onenigheid over geweest.
Het antwoord is eigenlijk heel duidelijk;
de ideale gelovige zou tegelijk Maria, Mina en Martha moeten zijn.
Echt geloven moet altijd drie aspecten hebben: leren, vieren én dienen.
Natuurlijk zullen er altijd wel accentverschillen zijn in de manier waarop mensen hun geloof beleven:
dat hangt al samen met iemands karakter en geaardheid.
En toch: leren, vieren en dienen horen wezenlijk bij elkaar:
ze moeten elkaar steeds aanvullen en elkaar inspireren.
Leren is bij ons katholieken nooit onze sterkste kant geweest.
Vroeger moest wel de catechismus van buiten geleerd worden,
maar ook al kun je een aantal formules opzeggen,
dat betekent nog niet dat je ook veel geleerd hebt:
leren gaat veel verder en vooral veel dieper.
Het is vragen durven stellen, samen zoeken naar antwoorden,
vaak ook, met onbeantwoorde vragen verder kunnen.
Je hoort mensen wel eens zeggen:je moet je niet verdiepen in geloofszaken,
dat is alleen maar verwarrend. Het kan inderdaad heel verwarrend zijn,
maar het kan ook heel verrijkend en verdiepend zijn.
Wij katholieken waren vroeger beter in het vieren. Vele gelovigen
denken nog met heimwee terug naar de plechtige hoogmissen, missen met
drie heren, het lof en de processies van vroeger. Maar tegenwoordig
worden de kerken leger en leger, en met een bijna lege kerk wordt echt
vieren wel heel moeilijk.
Maar zou de oorzaak van de leegloop niet mede liggen in het feit dat
gelovigen vroeger te weinig geleerd hebben, waardoor bij velen hun
geloven en het vieren ervan uitgehold en leeg raakten, omdat men van
veel de diepere zin niet meer zag.
Het dienen heeft altijd hoog in het katholieke vaandel gestaan.
Naastenliefde heeft altijd een bijzondere plaats ingenomen,
maar ook dat verwatert als het los komt te staan van echt geloven.
Willen we echt dienen zoals Jezus ons heeft voorgedaan,
dan moeten we ook steeds beter willen leren hoe die Jezus was,
dan moeten we hem ook regelmatig vieren in de tekenen
die hij ons heeft meegegeven,
anders verslapt onze motivatie en blijven we al gauw steken in onze goede wil.
Leren, vieren en dienen, die drie elementen samen maken ons geloven.
In het huis van mijn vader is ruimte voor velen, zei Jezus.
Er is ruimte voor meer vierende gelovigen, voor meer lerende gelovigen
en voor meer dienende gelovigen.
Er is ook ruimte voor meer behoudende gelovigen
en voor meer vooruitstrevende gelovigen.
Er is ruimte voor katholiek denkende gelovigen, voor protestant denkende gelovigen en voor orthodox denkende gelovigen.
Er is ruimte voor christenen, voor Joden, voor Moslims.
Maar in hun gelovig zijn moet wel steeds iets te vinden zijn
van leren, vieren en dienen.
5e zondag in de paastijd (2005)
A-cyclus · Paastijd · 5e zondag van Pasen · wit