Onze weg naar het geloof

A-cyclus · Paastijd · 3e zondag van Pasen · wit

In het evangelie van vandaag moeten wij geen verslag zien van een historische gebeurtenis. De evangelist Lucas beschrijft op meesterlijke wijze de weg van de leerlingen die Jezus willen volgen in het geloof. Die weg kent ver­schillende stappen.

De eerste stap is de ontgoocheling en de twijfel. De leerlingen waren moedeloos en zij hadden Jeruzalem, de stad van het heil, de rug toegekeerd. Zij hadden gehoopt maar bij dat alles was het reeds de derde dag… Alle verwachtingen ineens stukgeslagen. Toch vielen ze niet in een troosteloze onverschilligheid zoals mensen doen die hun geloof opgeven. Zij bleven met elkaar praten over alles wat was voorgevallen. Zij stonden niet onverschillig tegenover Jezus. Waar mensen zich open stellen voor het mysterie en zoekende blijven, zullen ze wel ergens op hun levensweg de Verrezene ontmoeten. Juist dat is het verschil tussen onze houding en deze van de leerlingen. Wij hebben ook onze problemen en vragen maar durven er zelden met anderen over spreken. In het beste geval praten wij nog wel eens met iemand over het geloof, maar liever niet over ons persoonlijk geloof. Het zou bevrijdend zijn als wij, zoals de leerlingen, open en vrij met anderen over onze geloofstwijfels zouden spreken.

De tweede stap op de weg naar het geloof is: contact met het evangelie. Jezus ging met hen mee, Hij luisterde naar hen en mengde zich in het gesprek over de Schrif­ten. In dit gesprek van Jezus met de leerlingen gingen voor hen nieuwe horizonten open. “Moest de Mensen­zoon dit alles niet lijden om zo in zijn heerlijkheid binnen te gaan?” Jezus verklaarde hen de centrale waarheid van ons geloof: de graankorrel moet willen sterven om hon­derdvoudige vrucht te kunnen voortbrengen. En terwijl de Heer zo met hen sprak begon hun hart te branden.

Dat kan nog steeds gebeuren waar christenen samenko­men rond het woord van de Heer. Als zij Hem ter sprake brengen komt Hij zelf in hun midden staan en zegt: vrede! Dat is eigenlijk het meest wezenlijke kerkgebeuren. Op de dag des Heren brengen wij samen gelovig Christus ter sprake in de viering van de liturgie en zo komt Hij als de Verrezene in ons midden staan. De samenkomst van de christenen op de eerste dag van de week is kerkstichtend en kerktonend.

En het evangelieverhaal gaat verder. Terwijl zij, Jezus en de leerlingen, zo verder gingen kwamen zij in hun dorp en dwongen de Heer om bij hen te blijven. En terwijl zij zo aan tafel zaten nam Hij het brood, sprak de zegen uit, brak het en reikte het hun toe. Nu gingen hun ogen open en zij herkenden Hem, maar Hij verdween uit hun gezicht. De leerlingen herkenden Jezus als de Heer, de Verrezene. Het wonder gebeurde tijdens het breken van het brood. Zo ook is voor ons de eucharistie de eminente plaats om Jezus als de Onzichtbare, de Verrezene te ervaren. Voor wie van de maaltijd van de Heer wegblijft kunnen de ogen gesloten blijven om te geloven in dit wonder van zijn aanwezigheid midden ons.

En de laatste stap is de stap naar de anderen. Wie de Heer als de levende heeft ervaren kan over Hem niet zwijgen, hij moet over Hem getuigen. Daarom keerden de leerlingen naar Jeruzalem terug waar de elf apostelen samen waren. Ze vertelden hen wat onderweg gebeurd was. Zo moeten ook wij ons geloof steeds toetsen aan en het laten steunen op het geloof van de anderen. Niemand van ons gelooft alleen, wij worden gelovig aan elkaar en steunen elkaar…

Zoeken in Preken Online