De lange weg van het paasgeloof

A-cyclus · Paastijd · 3e zondag van Pasen · wit

Eigenaardig, maar het verhaal van de twee leerlingen van Emmaüs, die op Paasdag van Jeruzalem naar Emmaüs gingen en van Emmaüs direct weer terug naar Jeruzalem, hoor ik elke keer weer graag. Die twee mannen, Kleopas en zijn vriend, die zo vrij hun problemen uitpraten, die bevallen mij.

Waarom, zo vragen zij zich af, waarom had dit alles met Jezus van Nazaret zo moeten gebeuren? Met Hem, waarop zij al hun hoop gezet hadden, is het uit en voorbij: gekruisigd, gestorven en begraven. Als mensen sterven, die je liefhebt, als mensen waarmee je in je leven eng verbonden was, weggerukt en weggedragen wor­den, dan gaat altijd een stuk van jezelf met hen mee in het graf. Dan beginnen de bittere vragen te woelen in het hart. In het hoofd brandt het woord: waarom? Waarom gebeurt dat? Waarom laat God zo iets toe? Hoe is God in deze wereld aanwezig, als je je helemaal verlaten voorkomt? Wat deden die beiden? Hun ontgoo­cheling brengt hen ertoe Jeruzalem te verlaten. Weg van hier!

Ook wij kennen plaatsen die wij het liefst de rug toekeren, plaat­sen van persoonlijke nederlagen, plaatsen waar wij schuldig geworden zijn, plaatsen van grote teleurstellingen, waar ons geloof onder de wielen kwam. Wie is daar al niet een keer wegge­lopen, om ergens anders opnieuw te kunnen beginnen? Onver­schillig waarheen, alleen maar weg! Die twee leerlingen behoren niet direct tot de kring van de apostelen, zij zijn voorbeelden voor ons, leken. Zij zijn uitgedoofd. Hun plannen zijn mislukt. Hun hoop is gebroken. Wat zo goed begonnen was, is voorbij.

Ervaren wij ook niet van tijd het bankroet van ons geloof? Velen zijn in God teleurgesteld, omdat Hij niet in pracht en praal in deze wereld optreedt, zoals wij dat graag zouden hebben en wensen. Hoe langer ik daarover nadenkt, des te meer besef ik, dat God zich maar heel zelden in stralende heerlijkheid vertoont. Bijna al­tijd verbergt zich zijn rijkdom en zijn grootheid in het kleed van menselijke armoede. Hij ontmoet ons beladen met zijn kruis. In deze leerschool moeten Kleopas en zijn vriend ook nog eerst bin­nengaan.

Het feit dat deze twee mannen in het evangelie voorkomen, is bij­zonder troostvol. Het toont ons dat ook in de nabijheid van Jezus vragen open blijven, twijfel mogelijk is, onzekerheid je kan kwel­len. In ons geloofsleven komen er immers knopen voor, die je niet snel en zonder moeite kunt losmaken.

Dit uitzonderlijk bijbelgesprek tussen die twee leerlingen en de vreemdeling, eindigt daarmee, dat Jezus met hen het brood breekt. Nu eerst, tijdens deze tafelgemeenschap met de Verrezene, wordt hun de juiste blik op de werkelijkheid geschonken. Op het ogenblik waarop zij Jezus herkennen, merken zij dat die catastro­fe hen geen pijn meer doet. Nee, zij zijn in hun hoop niet bedro­gen. Zij ging alleen anders in vervulling dan zij gedacht hadden. Is datgene wat die beide leerlingen ervaren hebben op de weg van Emmaüs, niet ook onze ervaring? Ik ben er zeker van dat Jezus ook met ons onderweg is. Met ieder van ons. Ook in ons leven is de Verrezene ons als een gids nabij. Het was geen toeval dat de Verrezene deze leerlingen onverwachts onderweg ontmoette en zich te herkennen gaf. Pasen gebeurt altijd midden onderweg. Wij mogen alleen niet moedeloos worden, ook als de weg van het paasgeloof vaak echt lang wordt…

Zoeken in Preken Online