Zoals de reiger en de ooievaar hun vlucht nemen, steeds hoger en steeds verder naar nieuwe horizonten van leven, telkens als de wind hen opneemt, zo neemt ons geloof in de Verrezene zijn vlucht telkens als de Geest ons opneemt, bij het verhaal van een verschijning van de Heer. Het risico nemen van de vlucht betekent leven. Aan de grond blijven betekent de dood.
Zo neemt de Geest ons vandaag weer op bij het verhaal van Emmaüs, dat we op Paasavond reeds gehoord hebben. Het is dezelfde Heilige Geest die Petrus ver boven zijn eigen krachten tilt. Hij die Jezus eerst van zijn opdracht wou afhouden, die Hem daarna driemaal verloochende, staat nu in het centrum van deze viering. Hij spreekt met vuur heel Jeruzalem toe, van hem is de Brief waaruit we lezen en vooraleer de leerlingen van Emmaüs hun verhaal kwijt zijn aan de apostelen horen ze van hen en van de groep die met hen is, dat Jezus “waarlijk verrezen” is en dat Hij aan Simon Petrus verschenen is.
Het geloof neemt op zijn getuigenis hoge vlucht. Hij die de laatste was om Jezus te begrijpen en de hevigste om Hem te verloochenen, wordt nu, gedragen door de Geest, de meest onverschrokken getuige en de leider van alle leerlingen en van de elf in het bijzonder. De even onstuimige als onzekere meeloper wordt nu, door de Geest naar voor geduwd, de leider, de koptrekker, de man die nog zal botsen met Paulus, die nog twijfel en aarzeling zal kennen, die nog ongelijk zal bekennen, maar die de triomf van zijn Heer tot in het circus van Nero zal dragen om er bloedgetuige, martelaar te worden. Naar zijn graf zullen alle latere kerkleiders en met hen de hele Kerk pelgrimeren om bevestiging te vinden van hun eigen geloof.
Wij vieren een Petruszondag. Wij vieren een Kerkzondag. Wij vieren weer een zondag voor iedereen. Wie in zwakheid, in vertwijfeling, na verloochening tot geloof gekomen zijn, zijn hier welkom.
Het volstaat dat zij de Heer Jezus de Schriften laten uitleggen, dat zij aan allen hun verhaal vertellen, om dan van Petrus en van de Kerk, zoals de leerlingen van Emmaüs, de bevestiging te ontvangen van hun geloof. Hun geloof zal hun leven vernieuwen, hun hoop zal steeds verder reiken en hun liefde, die voor iedereen zichtbaar is, zal nooit een einde nemen.
Lucas’ verhaal is kort en krachtig. Was het niet van de leerlingen van Emmaüs, dan stond zijn hele geschiedenis, van Jezus’ dood tot aan zijn hemelvaart, op drie kleine bladzijden. Hij zegt wat wij absoluut moeten onthouden: wij moeten ons bekeren, geloven en ons door Jezus laten zenden. De bladzijde over de Emmaüsgangers zegt nog wat wij absoluut moeten begrijpen.
Het is de honderdman die als eerste reageert. Hij “loofde God en zei: Deze mens was waarlijk een rechtvaardige”. Hij wordt onmiddellijk door het volk gevolgd: “Het keerde terug toen ze aanschouwd hadden wat er gebeurd was en sloegen zich op de borst”. “Een zekere Jozef uit de joodse stad Arimatea”, “lid van de Hoge Raad, een welmenend en rechtschapen man”, neemt Jezus van het kruis af en legt Hem piëteitsvol in een graf. De vrouwen die Jezus goed gekend hebben bereiden de “welriekende kruiden” om het geliefde lichaam later te zalven. De honderdman bidt God om rechtvaardigheid. Het volk hoopt dat Hij hen toch zal vergeven. Enkel wijding hangt over de gebaren van Jozef van Arimatea en van de vrouwen.
Geen van allen weet dat God die sabbat niet rust. Als de vrouwen “op de eerste dag van de week, zeer vroeg in de morgen naar het graf” gaan, heeft Hij Jezus al doen opstaan uit de dood en horen zij van zijn engelen die op hen wachten: “Wat zoekt ge de levende bij de doden? Hij is niet hier, Hij is verrezen. Gij zijt verlost uit het zinloze bestaan dat gij van uw vaderen hadt geërfd”. Dit laatste is wat Petrus in zijn Brief schrijft. Hij heeft zich bekeerd, hij gelooft, hij begrijpt en de Geest zendt hem uit om “onder alle volkeren” te spreken over “de bekering en de vergiffenis der zonden in zijn Naam”…