Deze preektekst voor de derde paaszondag, kan ook gebruikt worden voor de avondmis van Pasen zelf.
Het is hetzelfde evangelie.
* Die eerste Paasmorgen was de ontreddering bij Jezus’ volgelingen volkomen. Jezus was gewoon en uitzichtloos als Messias mislukt. Niemand had zijn voorspelde verrijzenis voor ernst genomen.
* Twee leerlingen hadden als trouwe Joden de sabbat gerespecteerd, en trokken nu eveneens verslagen naar huis terug. Ze woonden in Emmaüs. Volgens een recente studie, gebaseerd op oude geschiedschrijvers, zou het gaan om Klopas, aan Jozef en Maria verwant, en hoofd van de synagoge van Emmaüs, met zijn zoon Simon, die later Jacobus de Mindere zou opvolgen als tweede bisschop van Jeruzalem: de patronen van de moedlozen. Ze ontmoeten Jezus die ze eerst niet herkennen. En in conversatie met Hem spreken ze hun grote levensontgoocheling uit:
1. “En wij maar hopen dat Hij het zou zijn, die Israël zou verlossen…”
-
Sinds de ballingschap baadde het godsvolk in een totaal verkeerde Messiasverwachting. Israël bestond als volk nog nauwelijks. Het leefde zes eeuwen onder afwisselende vreemde bezettingen. Daarom verklaarden de rabbijnen de Schriften selectief, alsof de Messias iemand zou zijn die het volk louter op politiek en nationaal gebied zou bevrijden. Het verlangde Rijk Gods werd een zaak van materieel herstel en wereldheerschappij. Dat was de hoop en de verwachting van elke Jood, ook eerst van de apostelen en van beide leerlingen. Profetenteksten over een lijdende Dienaar, die door vernedering en dood het volk in de diepte zou redden, werden verzwegen en geweerd.
-
De mensheid keert steeds naar dit soort verwachting terug. In zijn encycliek “Spe salvi” (in deze hoop zijn we gered) verwijst Paus Benedictus XVI naar de diverse vormen van valse hoop. In de Franse Revolutie werd het kerkelijk geloof vervangen door de godsdienst van de rede, met de eis van het onmiddellijke paradijs op aarde. Deze burgerlijke revolutie van 1789 werd opgevolgd door de marxistische revolutie van het proletariaat, die alleen een overgangsfase beoogde zonder te beseffen dat de gekwetste mens niet geheeld wordt door gunstige economische voorwaarden alleen. Maar Alexander Solzjenitsyn, de beroemde Russische auteur van “Kankerpaviljoen” en “De Goelag archipel”, die zich gekeerd heeft tegen deze rampzalige Russische revolutie, heeft met evenveel klem duidelijk het materialisme van het westen aangeklaagd. Tot op vandaag staan wij technisch en wetenschappelijk veel verder dan spiritueel en moreel. Deze revoluties hebben geen harmonie gebracht in de samenleving. Een visie immers die het heil puur materieel en wereldlijk ziet zonder eeuwigheidperspectief en hiernamaalsgeloof, bepaalt tot op vandaag de geloofscrisis die ook de crisis is van de christelijke hoop. Dat was de crisis van het Jodendom bij Jezus’ dood.
2. En Jezus zei: “O onverstandigen, die zo traag van hart zijt in het geloof…”
-
Wat nu bijna op het einde van het Lucasevangelie gebeurt, vormt een wondere resonantie met het slot van zijn kindsheidevangelie. In de tempel had Jezus toen voor rabbijnen tot hun verbazing de schriften uitgediept. Nu legt Jezus voor de twee leerlingen de Schriften uit: vanaf de bronzen slang van Mozes in de woestijn als beeld van Jezus op het kruis, over de psalmen tot wat profeten over de lijdende dienaar hadden voorzegd. Wat nu gebeurd was, lag in de lijn van wat de Joden hadden kunnen verwachten: “Moest de Messias dit alles niet lijden om zijn glorie binnen te gaan ?” In het Oude Testament ligt het Nieuwe verscholen. In het Nieuwe wordt het Oude duidelijk. Vanuit Christus wordt de bijbel klaar. Ook voor ons is de Schrift het licht op ons leven. Vanuit Gods Woord begrijpen we ons leven. De rabbijnen hadden hun hart koud gelaten. Nu ontvlamde hun hart.
-
Dit gesprek met Jezus heeft Lucas opgebouwd als een liturgie. Eerst kwam de woorddienst. Nu volgt de tafeldienst. Tegen avond zijn de leerlingen met Jezus thuisgekomen. Ze nodigen Hem uit. Jezus wordt gastheer, breekt het brood en geeft het hun: hetzelfde gebaar als waarmede Hij het brood brak en deelde bij de broodvermenigvuldiging (Lc 9,16) en op het laatste avondmaal (Lc 22,9). Werden deze twee leerlingen tijdens dat bewogen weekend over de instelling van de Eucharistie geïnformeerd ? Heeft Jezus hier bij hen de Eucharistie herhaald ? Hoe dan ook Lucas heeft deze korte maaltijd eucharistisch doorlicht en gekleurd. Pas nu gaan hun ogen open. In dat gebaar herkennen ze Jezus. Maar meteen is Hij verdwenen. Jezus behoort tot een andere wereld.
* Ook bij die leerlingen is een geloofsgroei nodig geweest. Hun eerste ongeloof bewijst de echtheid dat Jezus zichzelf heeft laten blijken. Het was al avond. Het late uur verhinderde hen niet om op hun stappen terug te keren. Ze gaan vreugdevol hun ervaring vertellen aan de apostelen en de eerste christengemeente. We ontmoeten nooit Jezus alleen, en ook nooit apart voor onszelf. Het is altijd een gebeuren binnen en voor de geloofsgemeenschap. En daar vernemen ze dat Jezus ook reeds aan Petrus verschenen was. Terwijl ze samen zijn verschijnt Hij opnieuw in de verzamelde jonge Kerk. De samenhorigheid is hersteld. Het paasgeloof verenigt ons en stuwt ons op weg.