3e zondag in de paastijd A (2005)

A-cyclus · Paastijd · 3e zondag van Pasen · wit

Dinsdag was ik met mijn maten aan ‘t wandelen in Brecht. Aan een Mariakapelleke zaten we op een bank onze picknick op te eten. Er kwam een vrouw uit de buurt aangewandeld. Ze kwam een kaars aansteken bij O.L.Vrouw voor haar schoonzuster die, zo zei ze, die dag geopereerd werd. Plots erkende ze mij: jij bent toch de pastoor van Wortel hé… en ze begon haar verhaal. Ze ging terug naar huis terwijl wij inpakten en terug op stap gingen richting Trappisten. Ze zag ons komen en treuzelde tot we bij haar huis elkaar inhaalden: Kom bij mij een tas koffie drinken, drong ze aan. Ze wilde blijkbaar haar verhaal verder vertellen.

We gingen bij haar aan tafel. De koffie gezet, koekjes op tafel. En haar verhaal over de ziekte, de dood van haar man. Haar alleen zijn en de kinderen die haar goed opvingen.

Het verhaal was helemaal niet af maar toen we samen nog een weesgegroet baden en verder gingen was er blijkbaar ook in haar hart een vlammetje gaan branden om verder op weg te gaan.

Ik dacht aan dit gebeuren terug toen ik het evangelie van vandaag las. Een verhaal van twee ontgoochelde leerlingen van Jezus, op weg van Jeruzalem naar Emmaus, hun dorp… Ze kwamen moeizaam vooruit. Ze werden ingehaald door een vreemdeling die tijd voor hen maakte en luisterde naar hun verhaal. Het deed hun goed en ze drongen bij hem aan dat hij bij hen zou binnenkomen.

Aan tafel gezeten bij wat brood herkenden zij de Heer en ging er weer een vuur branden. Ze maakten rechtsomkeer en snelden terug naar Jeruzalem. Daar gingen ze het nieuws vertellen dat ze hadden meegemaakt.

Beste vrienden, de volgelingen, van Jezus werden in het begin genoemd: “De mensen van de weg”.. Mensen die onderweg zijn maar ook mensen die op weg gaan met andere mensen.

Jezus zelf was ook altijd onder weg: Hij zat niet achter zijn bureau of achter zijn boeken…. We zien hem maar af en toe in de Tempel.

“Een man op sandalen”, zo wordt Hij in een boek genoemd. Inderdaad: Jezus is altijd onderweg, naar mensen toe of met mensen. Hij brak het brood met hen onderweg of ergens in een of ander huis.

“Mensen van de weg zijn”….. zoals de vreemdeling uit het verhaal.

Wat doet die man?…. Hij maakt tijd om te luisteren: Hij begint niet met te preken. Hij gaat letterlijk en figuurlijk mee op weg met hun verhaal van ontgoocheling en ontmoediging.

Christenen moeten tijd maken om te luisteren naar hun medemensen……….. mensen op verhaal laten komen. Hebben we nog tijd??? Kunnen we nog luisteren?, Ook na jaren willen mensen het soms nog eens vertellen.

De vreemdeling vertelt ook iets over zijn eigen ervaring. Hij getuigt hoe hij kijkt naar de gebeurtenissen van Jeruzalem.

Hij werpt een ander licht op wat gebeurd is en op de droefheid van de twee.

Het weesgegroetje dat we samen baden om alles uit handen te geven en toe te vertrouwen aan Maria was een nieuw licht op al haar verdriet.

Het samen iets willen delen met elkaar…………… ook dat is een teken van willen delen van het leven.

Jezus had zo vaak in het leven brood gebroken en gedeeld dat het een sacrament, een heilig teken van zijn aanwezigheid is geworden. Telkens we samen komen voor de eucharistie doet hij dit ons voor…… opdat wij het zouden doen voor elkaar.

Zo worden we mensen van de weg…….. om op weg te gaan zoals de Heer.

Zoeken in Preken Online