2e zondag in de paastijd A (2005)

A-cyclus · Paastijd · 2e zondag van Pasen · wit

Op liturgische kalenders kan je het misschien nog terugvinden: de zondag na Pasen noemen we ‘Beloken Pasen’. Met een beetje goede wil, en wie weet is het niet de nagel op de kop, kan je denken aan ’luiken’ die dicht gaan omdat Pasen weer voorbij is. Maar voor een christen is Pasen eigenlijk nooit voorbij. Pasen is een opgave voor het leven. Het is een levensstijl: paasmensen zijn, bevrijde mensen die ook andere mensen bevrijden. Onlangs heb ik dat element in een preek ook aangehaald, en curieus, ik heb daar meerdere positieve reacties op gekregen.

Het meest voor de hand liggende thema voor vandaag is natuurlijk Thomas, en zoals ik vroeger nog heb getuigd: eigenlijk ben ik een supporter van die z.g. ongelovige. Maar een mens moet niet altijd over hetzelfde doorbomen, en daarom wil ik dit jaar liever blijven stilstaan bij een ander element: ‘Wie zonden gij vergeven zult, hun zijn ze vergeven …’

Met de paasbiecht nog fris in ons geheugen, al dan niet verwerkt in een boete- of verzoeningsviering, denken we spontaan aan die cataloog van zonden die ons vroeger werd aangeleerd en als leidraad diende voor de belijdenis in de biecht. Ik vrees dat jongeren bij het horen van die ingrediënten denken: amaai, een hopeloos verouderde menu. En eigenlijk kan Jezus ook niet in die richting gedacht hebben. De ‘oorbiecht’ al dan niet in het donkere decor van een biechtstoel is pas later in praktijk gekomen.

Waaraan dacht Jezus dan wel? Niet aan één bepaalde zonde, maar zonde in de brede betekenis van het woord: alles wat het menselijk geluk kapot maakt en dus afbreuk doet aan de bedoeling van de Schepper.

Willen we nu even in een andere richting denken: niet aan wat wij fout deden, maar … ‘Wie heeft er MIJN GELUK verstoord? En op welk domein? Waarmee heeft hij of zij mij op de tenen getrapt?’

Als wij dat ooit tegengekomen zijn - en wie is daar vrij van? - dan kan dat in ons hart blijven woekeren, precies als het onkruid op ons land, en dan zijn we er niet gelukkig mee, we geraken er niet van af. Het blijft ons geluk verstoren. Het is als een zwarte band die dwars door het scherm van onze T.V. loopt. We zien de Ronde van Vlaanderen nog wel, maar … gestoord.

‘Wier zonden gij vergeven zult…’ Moeilijke opdracht, maar enige oplossing, en wel voor beide partijen. En laten we het maar niet hebben over één bepaald feit. Het leven van een mens is ruim genoeg om één en ander te incasseren, veel ruimer dan het net van een basketbalplein.

Paasmensen zijn mensen die iets hebben meegemaakt, die de gebrokenheid van de mens en hun eigen gebrokenheid aan de lijve hebben ervaren, maar daaruit zijn opgestaan.

Beloken Pasen! Luiken dicht doen? Misschien is de vraag: ‘Welke luiken?’ ‘Wier zonden gij vergeeft…’ Inderdaad, daar zijn luiken om dicht te doen, maar anderzijds zijn er ook luiken die het licht van Christus volop in ons leven binnenlaten.

Als we maar met velen zo ‘BELOKEN PASEN’ mochten ervaren. Dat wens ik u graag.

Deels geïnspireerd door Manu Verhulst.\

Zoeken in Preken Online