Drie woorden (2008)

A-cyclus · Paastijd · 2e zondag van Pasen · wit

Gisteren, zaterdag, heb ik bij Kairos, de catechistenopleiding van ons bisdom, weer een aantal lessen kerkgeschiedenis mogen geven. En wanneer wij de geschiedenis van onze kerk bestuderen, dan komen natuurlijk ook de minder fraaie zaken aan bod. Soms lijkt het wel eens alsof de geschiedenis van onze kerk een aaneenschakeling is van fouten, gemiste kansen, blunders, onbegrip, scheuringen … en vaak zijn het fouten, schisma’s en conflicten, die nooit meer goed komen. Misverstanden die eeuwen lang blijven voortwoekeren. Menselijke zwakheden, menselijke fouten, tekortkomingen, die op een dramatische manier afbreuk doen aan Jezus’ boodschap van liefde. En Hem daarmee voor anderen ongeloofwaardig maken !
En dan lezen we vandaag uit het boek van de Handelingen der Apostelen een idealistisch tableau van een commune, nog idealistischer dan de meest joyeuse flower-power hippie-bewegingen uit de jaren 1960, in volmaakte harmonie, levend als broeders en zusters, en in gemeenschap van goederen. Een tekst die zo onwerkelijk, zo irrealistisch lijkt, zo onbereikbaar, dat het alleen maar een ideaalbeeld kan zijn, misschien zelfs een literaire constructie. Maar het is wél een tekst die in de loop van de kerkgeschiedenis telkens model heeft gestaan voor iedere kloosterhervorming !
Nee, uit de geschiedenis van de kerk weten we wel beter. De Kerk, het Mystiek Lichaam van Christus, is niet helemaal gaaf gebleven. Heel wat gebeurtenissen van vroeger, heel wat fouten van vroeger hebben hun sporen nagelaten. Pijnlijke sporen. Littekens.
Maar dit is wel de échte kerk, de menselijke kerk, de kerk van ons, mensen. En daarom ook zo dicht bij ons. Want ook wij, ieder van ons, wij zijn allen mensen met een stuk geschiedenis, waar fouten gemaakt zijn, verkeerde beslissingen, gemiste kansen, blunders, onbegrip, scheuringen. En ook al slagen wij erin, dankzij dat prachtige sacrament van Boete en Verzoening, om ons te verzoenen met God, - maar vooral met onszelf ! -, de littekens blijven.

Niet aan Zijn uitstraling, niet aan de heerlijkheid van Zijn goddelijke volmaaktheid, niet aan de diafanie van de Verrezen Heer, niet aan de wonderen die de Verrezen Heer verricht, herkent Thomas Zijn Meester, maar aan Zijn littekens, de littekens, in Zijn lichaam gegrift door de geseling, de doornenkroon en de nagels in handen en voeten. De Verrezen Heer heeft in de Paasnacht geen nieuw lichaam gekregen, maar Hij gaat Zijn heerlijkheid in met Zijn eigen lichaam, Zijn eigen aardse omhulsel, Zijn eigen zichtbaar lichaam, zoals het werd afgenomen van het kruis, een lichaam gemerkt met littekens.
Dat is de échte Heer Jezus. Goddelijk, ja, maar mét littekens die nu de onuitwisbare getuigenissen zijn van Zijn menselijk leven. Het eigene van littekens is, dat ze nooit meer weggaan. Ze blijven. Sommige littekens zijn niet mooi om te zien. Een verbrande huid kan iemand verminken en wordt nooit meer gaaf, blijft bovendien pijn doen. Littekens blijven trekken.

En dat begrijpt Thomas. Als hij de littekens van Jezus heeft aangeraakt, weet hij in welke God hij mag geloven. Een God met littekens. Een God die veel heeft meegemaakt.
Een God net als mensen. Een God net als wij. Ieder van ons heeft zo zijn littekens, ieder van ons heeft zo zijn gebreken, zijn frustraties van vroeger, zijn onopgeloste ontevredenheden van vroeger, ieder van ons heeft zo zijn eigen geschiedenis met minder fraaie zaken. We moeten leren ermee te leven. Misschien mogen we er zelfs trots op zijn. Zoals Jezus ook trots was op Zijn littekens: “Hij toonde hun Zijn handen en Zijn zijde” (Johannes 20,20). Jezus was trots op Zijn littekens. Ook ieder van ons heeft wel een paar littekens ….

Zoeken in Preken Online