Pasen is nog nauwelijks achter de rug of we gaan met gezwinde spoed en opgeruimd gemoed op pad naar Pinksteren. Het wordt opnieuw een pelgrimstocht de komende vijftig dagen. Als eerste lezing wordt ons verteld over hoe de apostelen handelden. Wij mogen in deze dagen hun tochtgenoten zijn. En door hun ogen zien met welke wonderdaden zij de kerk haar eerste contouren gaven.
Petrus en Johannes traden vrijmoedig op. Na de opstanding van Christus was een last van hun hart gevallen. Zij waren gewone, ongeletterde mensen. Maar ze waren bevrijd doordat ze in het gezelschap van Jezus hadden verkeerd. Ze durfden vrijuit te spreken en namen verantwoordelijkheid voor hun handelen, zelfs als het hen gevangenisstraf opleverde.
De boodschap van Jezus was in die dagen onstuitbaar als een tsunami.
Het volk was bang, staat er in dit stukje, ’niemand durfde zich bij hen te voegen’. Bij bekeren tot het geloof in Jezus, hoorde het genezen van zieken. Beiden lijken hier wel synoniem. Naïef geloof is het voor ons, de gedachte dat de schaduw van Petrus een zieke kan genezen. Wij doen in onze tijd schamper over gebedsgenezers.
Een echtpaar uit Rotterdam, vertelde mij laatst dat haar moeder onlangs overleed op Curaçao. Die nacht, zij wisten nog van niets, sliep hun baby heel slecht. Iets wat vrij uitzonderlijk was. Later hoorden zij van het overlijden. En zij waren ervan overtuigd dat die nacht hun moeder bij hun kind op bezoek was geweest. Naïef geloof? Of zijn ‘wij-uit-het-rijke-westen’ door onze stoere rationaliteit juist de band kwijtgeraakt met een diepere laag van geloven; een laag die voor mensen uit andere culturen nog heel vanzelfsprekend is; een laag die juist aan de apostelen de kracht gaf om het woord van God te verspreiden?!
Afijn. Er is ook nog een evangelie. Er dat loopt nog niet vooruit op Pinksteren. Dat hoort nog bij Pasen, bij het wonder van de Verrijzenis. Daar zijn de apostelen nog lang geen begeisterende sprekers en wonderdoeners.
Daar zijn zij kleine mensen, die bang zijn. De Opstanding van hun Heer bracht aanvankelijk geen vreugde, deed hen niet boven henzelf uitstijgen; neen, het bracht slechts verbijstering, ontzetting en angst. Hier zijn het nog niet het hoofd van de tempelwacht en de sadduceeën, die hen opsluiten. In hun angst sluiten zij zich nu zelf op. Angst doet mensen in zichzelf sluiten. Sluit hen op in het verleden. Belemmert hen in toekomst te geloven. Het is het beeld dat de evangelist Johannes tekent van die eerste leerlingen. Hun verrijzenis moest nog gebeuren. Hun angst diende nog overwonnen. Wat een contrast met de eerste lezing uit Handelingen!!
Misschien zit er ook wel wat waarheid in hun angst. Zij vielen in slaap toen Jezus op de berg transcendeerde. Zij waren er niet toen hij huilend bad in de tuin van Getshemané. Petrus verried Hem; durfde er niet voor uit te komen dat hij ‘van Hem’ was. De vrouwen kwamen als eerste bij het graf. En op dat moment schitterden zijn discipelen door afwezigheid. En herhaaldelijk wordt vermeld dat zij de boodschap van Christus niet begrepen. Neen, het was maar goed dat Jezus terug kwam, want hij had nog heel wat onderricht, wat werk aan hen te verrichten!! Dit lamgeslagen rommeltje was niet de rots waarop Hij een kerk kon bouwen!!
En hoe kwam Hij terug? Was Hij boos? Ging Hij ze nu eens echt de mantel uit vegen? Gaat hij een eindeloze en vruchteloze discussie aan over hun verwijtbare gedrag?: ‘jongens, zo moeten jullie dat niet doen, want…’ Niets van dat alles. Ook nu transcendeerde Hij de situatie. De woorden zijn hier zo simpel en zo krachtig. Ondanks de gesloten deuren staat Hij opeens in hun midden. Als heel vanzelfsprekend. Wat Hij zegt is slechts tweemaal ‘vrede zij jullie’. Hij zit niet vast aan het verleden; zijn oog is gericht op de toekomst.
En al moet Hij weet hebben van hun angsten, hun twijfels en hun radeloosheid, toch zendt Hij ze uit, zoals zijn Vader Hem heeft uitgezonden. En de leerlingen trappen er opnieuw in. Ze zijn voor de zoveelste keer compleet overdonderd, ze laten het momentum voorbij gaan en stellen geen vragen, ze gaan de discussie niet aan. Ik moet aan mijzelf denken, die ook zo vaak pas na een gesprek allerlei bovenkrijg van wat ik eigenlijk had willen zeggen!! Maar nu zijn ze ‘hooked’; nu zitten ze eraan vast; nu is er geen weg meer terug.
Christus geeft ze nog wel iets mee voor onderweg: ‘Ontvang de heilige Geest’. Volgens mij wisten die apostelen nauwelijks wat die daar nu weer mee bedoelde!! En dan noemt Jezus het tweede element dat bij bekering hoort, naast het genezen van de zieken: vergeving van de zonden. Deze angsthazen mogen zonden gaan vergeven!! Nu vraag ik je!!
Er moet wel nog wat lering voor de leerlingen komen. En daar zorgt Thomas voor. Hij is de enige die overeind blijft en wel tegensputtert. Maar hij was er niet bij; hij kon wel secundair reageren. Voor hem, en eigenlijk voor ons allemaal, moet het tastbaar zijn. Hij weigert te geloven als hij de kruiswonden van Christus niet aan kan raken. En dus herhaalt Jezus het kunstje een week later voor een tweede keer. Hij komt weer in hun midden en Hij wenst ze nog eens de vrede. En dat Hij de Christus is, blijkt eruit dat Hij precies weet van de discussie die er geweest is tussen Thomas en de leerlingen. Zonder omhaal van woorden nodigt Hij Thomas uit Zijn handen te zien en zijn hand in Zijn zij te leggen. ‘Wees niet langer ongelovig, maar geloof.’
Dit alles wordt verteld, zegt de tekst, ‘opdat wij geloven dat Jezus de messias is, de Zoon van God,
en opdat wij door te geloven leven door zijn naam’. Daarna verschijnt Hij volgens Johannes nog een derde keer, nu aan het meer van Tiberias. Ook dan staat er dat geen van de leerlingen durfde te vragen wie Hij was, want ‘ze begrepen dat het de Heer was’. (Ja, ja, zo kom je er gemakkelijk vanaf!!, denk ik dan!.) Vervolgens geeft Hij Petrus driemaal de opdracht Zijn schapen en lammeren te weiden en te hoeden. En wat is onze opdracht in dit leven, in dit geloof?!
Dat is een vraag die wij ons kunnen blijven stellen. Hoe weiden en hoeden wij onze schapen en lammeren? Wat doet het aan ons wanneer wij deze verhalen lezen? Blijven wij sceptisch, rationeel en in ons hoofd? Of kunnen ook wij de teugels wat laten vieren, de deuren wat openen, zodat de Geest van God bij ons naar binnen kan waaien. Thomas is in de traditie ‘de ongelovige’ gaan heten. Het is mooi te zien dat het, als je het zo leest, juist hij is, die de deuren opent en als eerste in zijn eigen (en in Gods) kracht gaat staan.
Tot slot het slot van Hein Jan van Ogtrop uit 2005:
“De traditie wil dat Thomas de evangelieverkondiger werd die nota bene het verste kwam van allemaal: tot in INDIA toe.
Tomas is het tot zijn laatste dagen blijven verkondigen: deze gewonde, deze gehavende
deze mens solidair met allen die lijden waar en wanneer ook, juist deze mens is de gestalte van God. Hij roept ons op om solidair te zijn met allen die gewond zijn en gekwetst, waar ter wereld ook. Tomas en de apostelen hebben hun best gedaan nu wij. AMEN.”