We noemen deze zondag wel ‘Beloken Pasen’, alsof de luiken dicht gaan en Pasen weer voorbij is. Maar voor een christen is Pasen nooit voorbij. Pasen is een opgave voor het leven. Het is een levensstijl : paasmensen te zijn : bevrijde mensen.
Jezus vat die levensopgave samen : ‘Als gij iemands zonden vergeeft, dan zijn ze vergeven, als gij ze niet vergeeft, zijn ze niet vergeven.'
Het gaat hier niet over de oorbiecht. Want men zou pas eeuwen later tot een dergelijke praktijk komen. Het gaat hier ook niet over de zonde als één verkeerde daad. Hier gaat het over de zonde in zijn brede betekenis als alles wat het menselijk geluk kapot maakt en dus afbreuk doet aan de bedoeling van de Schepper.
De zonde als dat ingewikkeld kluwen van rivaliteit en bedrog, van geweld en verdwazing, van achterdocht en haat, van rancune en zelfbeklag… Als gij dat niet vergeeft, als gij dat niet ongedaan maakt, dan blijft het verder woekeren, dan zal het u verstikken tot vereenzaming toe, en uw wereld onleefbaar maken.
Als gij de zonde niet vergeeft, dan is het alsof alles vergeefs is geweest en heel mijn boodschap een vergissing.
Maar als gij vergeeft, mild en menselijk, dan verwerkt gij al het negatieve tot een nieuw begin. Dat is pas verrijzenis en bevrijding. Dan worden wonden littekens.
Paasmensen zijn mensen die iets hebben meegemaakt, die de gebrokenheid van de mens en hun eigen gebrokenheid aan de lijve hebben ervaren, maar daaruit zijn opgestaan.
Elke eucharistieviering mag je daaraan herinneren, even de adem van Gods Geest over je heen laten gaan om nieuwe mensen te worden : hier worden wonden littekens.