Feest van de Heilige Familie Cyclus C 2013 Kol 3, 12-21
Mt 2, 13-15; 19-23
Een brief uit het verre verleden
Beste vrienden,
Als er verkiezingen op komst zijn is het thema familie en gezin bij alle politieke partijen plots weer helemaal “in”. In de praatprogramma’s op televisie wordt het één van de favoriete onderwerpen. In de economische en culturele bijdragen van onze kwaliteitskranten, in statements van Bisschoppen en politici, ja zelfs aan de togen van de cafés wordt er telkens weer over het gezin gesproken. Dat het thema familie en gezin hoog in iedereens vaandel geschreven staat vind ik wel belangrijk. Want kiezen voor het gezin is altijd ook kiezen voor levendigheid en toekomst. Nergens anders kan je de hoogten en de laagten van het menselijk leven zo intensief en van dichtbij ervaren, dan in een klassiek of nieuw samengesteld gezin. Het gezin is altijd een universiteit van het leven, want hier groeit de sociale verantwoordelijkheid en de solidariteit. Hier wordt ook bepaald in hoeverre iemand zich in de maatschappij kan integreren.
Als Kerk krijgen we steeds weer het verwijt te horen dat we te veel aan oude clichés vasthangen; dat we met dat feest van de Heilige Familie onze ogen zouden voor de werkelijkheid. Een werkelijkheid waarin een derde tot de helft van alle gesloten huwelijken ook weer gescheiden worden, een tijd ook waarin veel jonge mensen er gewoon niet meer aan denken om te huwen.
En bovendien: met de teksten van de tweede lezing van vandaag, die door de apostel Paulus werden geschreven, zouden we ons helemaal buiten spel zetten omdat die gewoon in deze tijd niet meer aanvaard worden. Daarom wil ik het vandaag niet hebben over een dromende jozef en over zijn klein gezinnetje, maar wel over hoe de apostel Paulus vandaag zou antwoorden op brieven van gelovigen die ze hem uit protest over zijn epistel hebben geschreven. Ik doe nu gewoon beroep op uw verbeeldingskracht, maar misschien begrijpen we daarna iets beter wat Paulus in zijn brief aan de Colossenzen heeft bedoeld.
Het gaat hier om een brief die de heer Janssens, een vader van drie kinderen; mevrouw Peeters, een alleenstaande moeder, en twee jongeren, Tomas (17) en Els (14) samen aan hem hebben geschreven. Ze hadden in de viering de lezing van vandaag gehoord en zich erg opgewonden over zijn uitspraken. Vandaar hun besluit om aan Paulus een gepeperde brief te sturen. Paulus schrijft nu terug en vraagt ook om zijn antwoord bij de volgende viering in de parochie voor te lezen.
Hij schrijft: Broeders en zusters, ik ben blij dat enkelen onder jullie me een brief hebben geschreven. Ik geef toe dat ik eerst wel even moest slikken. Als apostel ben ik wel gewoon aan enige weerstand en onbegrip, maar de toon is in de laatste 2000 jaar toch wel heel anders geworden. Maar ik wil proberen om zakelijk te blijven en ook zakelijk op jullie grieven te antwoorden: Eerst voor U, lieve mevrouw Peeters! U was zeer verontwaardigd over mijn zin: “Vrouwen, schik u naar uw man, zoals het christenen betaamt”. U schrijft dat u dat onbetamelijk vindt, en bovendien zou ik, en ook de kerkelijke hiërarchie, ook allemaal mannen, daar toch helemaal geen benul van hebben. Ik zou door zulke uitspraken de vrouwen toch alleen maar klein en afhankelijk willen maken.
Ik moet toegeven, ik was wel even geschokt door uw zienswijze. Maar de Heilige Geest, waar ik raad aan heb gevraagd, heeft me doen begrijpen wat u bedoelt. Hij heeft me laten zien welke enorme maatschappelijke en geestelijke veranderingen er zich in die tweeduizend jaar hebben voorgedaan en dat de vrouwen in de moderne westelijke wereld nu dezelfde politieke en maatschappelijke rechten hebben als de mannen en dat ze reeds sinds lang niet meer, zoals u schreef, uitsluitend aan Kerk, kind en Keuken gebonden zijn. In de westelijke wereld zijn de vrouwen niet alleen geëmancipeerd, maar ze verdienen dikwijls ook volledig zelfstandig hun levensonderhoud. Dat wist ik allemaal niet en daarom zou ik u het volgende willen voorstellen: Schrapt u die zin gewoon! Hij drukt alleen maar uit wat in mijn tijd normaal was – en dat was in een patriarchale maatschappij, niet meer en niet minder. Ik heb met mijn uitspraak niemand willen kwetsen en doe u daarom nog een ander voorstel: Schrap de zin niet helemaal, maar verander hem zo dat er nu staat: “Jullie, partners in het huwelijk, schik u naar elkaar, zodat geen van beiden over de andere heerst!” Kunt u daar mee leven? Want het is niet altijd gemakkelijk om zich naar een ander te schikken. Toch zeker niet zo gemakkelijk als je het leest: in een bepaalde situatie gewoon JA te zeggen, tegen eigen twijfels in, alleen omdat je partner het graag zou hebben en ter wille van de gezamenlijke belangrijke zaak. Er op te vertrouwen niet uitgebuit te worden, en ook moeite willen doen om de andere niet uit te buiten. Het is de moeite waard om op dit gebied steeds weer aan zichzelf te werken en een open gesprek aan te streven.
Nu aan u, meneer Janssens! Ik hoop dat die zin van mij: “Mannen, heb uw vrouw lief en weest niet ruw tegen haar?” nog altijd geldt. Dat zou ik echt goed vinden. Woorden komen natuurlijk in elke relatie al eens voor. Dat is normaal. Maar het is belangrijk dat je ook moeite doet voor de liefde van je vrouw. U zegt dat u dat doet, en dat wil ik ook geloven. Maar laat me toe om u de vraag te stellen: is het werkelijk altijd liefde, wat u liefde noemt? Of gaat het niet eerder om het uitleven van seksuele gevoelens? Lichamelijke liefde mag en moet er natuurlijk zijn, dat spreekt vanzelf. Maar liefde moet er ook op andere tijdstrippen van het leven van elke dag zijn. Je weet wel dat je jezelf niet voor vrouw, kinderen en kleinkinderen achter je werk mag verschansen; dat je de TV of het dagblad tijdens het ontbijt niet als muur mag gebruiken en dat je af en toe ook wel eens naar de anderen moet luisteren. Ik vermoed dat je wel weet wat ik bedoel en waar je zwakke punten op dit gebied te vinden zijn.
En nu nog een woordje voor jullie, lieve Els en lieve Thomas! Jullie hebben je zo zeer geërgerd aan de zin: Kinderen, gehoorzaam je ouders in alles, want dat is de Heer welgevallig!” Jullie hebben gelijk: zo zou ik het vandaag niet meer mogen schrijven. In mijn tijd, zo’n 2000 jaren geleden, werden de kinderen door hun ouders zeer streng opgevoed. De volwassenen waren ervan overtuigd dat kinderen nooit mochten tegenspreken, want anders zou alles omslaan en zou er chaos ontstaan. Bij sommige sekten gebeurde dat toen ook. Ons openbaar leven was toen zeer hiërarchisch opgebouwd. Ook wanneer jullie je dat vandaag niet meer kunnen inbeelden: De gehoorzaamheid tegenover elke autoriteit was zo vanzelfsprekend dat we dat toen begrepen als de wil van God – ook ikzelf als christelijke apostel. Wanneer ik nu vandaag hoor hoe vroeg jullie, jonge mensen, de weg moeten vinden in de wereld van de volwassenen, hoe zelfverzekerd jullie omgaan met de media, hoe jullie omgaan met jullie, naar onze begrippen ongelooflijk hoge zakgeld. Hoe lang jullie naar school moeten gaan en hoezeer het ook daar op jullie eigen mening aankomt. Het is me nu duidelijk: Jullie moeten met jullie ouders de discussie aangaan; Jullie moeten hen vragen naar het waarom en in alle rust met hen discuteren, en ik wens jullie ouders ook toe dat ze dat begrijpen en ook toelaten. Maar één kritische opmerking mag ik toch wel maken, hoop ik: Overdrijf er niet mee! Denk er toch ook eens even over na of achter een deel van die noodzaak aan discussie of van die aanspraak op vrijheid niet ook gemakzucht verscholen zit of het zoeken naar eigen voordeel ten koste van een ander familielid. Wees dus even kritisch met uzelf als met de volwassenen – ok?
Oei, nu is die brief toch wel heel lang geworden. Ik hoop niet te lang en ik wens jullie dat jullie in de volgende vieringen ook kunnen voelen dat familiebanden ook verder kunnen reiken dan gewoon bloedsverwantschap. Dat jullie tot die grote familie behoren van alle mensen die in Jezus geloven. Tank in die vieringen op, verdraagt elkaar en, wanneer iemand aan een ander iets te verwijten heeft, vergeeft elkaar! Zo moge de vrede van de Heer Jezus Christus in jullie harten heersen. Met een hartelijke groet van jullie Paulus.