Als het tropisch warm is, kan je onder de blote hemel slapen. Niet onder het deksel van een dak. Miljoenen mensen in het Zuiden van de aarde doen dat vele keren per jaar. Vele herders liggen bij nacht in het veld. De hemel is hun vijand met.
Mag ik daarop doorgaan? Als de hemel niet onze vijand is, wat gebeurt er dan met de mens? Matteüs bericht daarover vandaag. Als de hemel opengaat boven de mens, dan mag de mens weten, dat hij een plaats heeft in Gods hart. En dat zijn naam gekend, gekoesterd en onthouden wordt met genegenheid van boven. Dat mogen wij leren uit de doop van Jezus in de rivier de Jordaan.
Het is heel mooi en heel sterk wat hier staat. Jezus is hier op en top mens. Hij staat in de rij van wachtende mensen. Hij staat in onze file. Aan hem mag gebeuren wat aan alle mensen gebeuren kan. Hij mag de oude gewaden afleggen, in het water gaan staan en vooral - eruit opstaan. En dan de hemel zien die opengaat. En weten, dat je als geliefd, als gezegend mens leven mag. Niet veroordeeld zijn om te leven onder grijze, dichte en zware wolken die op onze adem drukken. Niet hoeven te leven verkrampt door de angst. Nee, ons bestaan ligt in goede handen. En… wat God bewaart, is wel bewaard.
Jezus heeft op die plaats gestaan. Hij heeft dat mogen weten, mogen horen en mogen zien. Zo werd hij uitgerust om als een geopend mens de weg te gaan van de nieuwe gerechtigheid. Voor dat alles dient de doop.
“Wat altijd is geweest, het waaien van de Geest, gebeurt aan ons vandaag.” Zo staat het in een heerlijk lied. In de rooms-katholieke kerk gebeurt dat bij elk kindje dat gedoopt wordt. Ik schrijf dat nu wel zo, maar klopt dat wel helemaal? Het is toch niet het kindje Jezus dat ten doop werd gedragen? Hij heeft daar bewust voor gekozen, als een volwassen man. Dat is toch een heel verschil. Om zindelijk te redeneren zouden wij de doop van volwassenen moeten leggen op de model-doop van Jezus. Dan zouden alle grote woorden op hun plaats zijn. Maar geldt dat ook voor de kinderdoop? Moeten wij, om de kinderdoop te funderen, niet een andere redenering volgen?
In feite verwijst de doop van een kind niet helemaal naar de volwassen doop van Jezus. Een kindje dopen is, me dunkt, van een andere orde. Als wij een baby dopen. wensen wij dat kind alle heil en zegen toe. Het is een zegeningritueel, een geschenk-gebeuren.
Wij vieren de geboorte, wij zingen voor het kind het leven open. En dat mag natuurlijk: lang leve ons kind!
Toch dienen wij ons de vraag te stellen of wij de drempel niet te laag leggen als onze woorden zo hoog zijn? Vieren wij de mens-wording van een kind of vieren wij het christen-worden van een mens? Misschien zullen er in de toekomst meer volwassenen worden gedoopt als er minder kinderen worden gedoopt?
Soms proef ik zo weinig Jordaanwater in onze doopvonten…