Doop, doping, doopsel. Moderne mensen kennen deze woorden. Ze kennen ze zelfs beter dan vroeger. Om aan iets te beginnen, om eens heel sterk te presteren, laten ze zich ‘dopen’. Dat gebeurt in de sport en aan onze universiteiten. Soms geloven ze daar zeer sterk in; ze vernieuwen zichzelf door een algehele bloedtransfusie. Zo worden ze een ander mens! Zo gezien leven we temidden van vele ‘gedoopten’.
Blijkbaar hebben mensen in elke tijd iets nodig als rituelen van inwijding. In die zin zou de doop van Jezus in de Jordaan wel eens meer kunnen aanspreken dan wij ten onrechte vrezen!
Het is ook een mooi verhaal omdat het inderdaad zo menselijk is. Jezus gaat naar de Jordaan toe om zich te laten dopen. Een doop van een volwassen man die bewust in de rij van de mensen gaat staan. Ooit stond hij in onze file te wachten om te ontvangen wat een zekere Johannes, een doper van beroep, aan mensen bieden kon. Dat heette toen gerechtigheid. Ophouden met te leven zoals vroeger en een nieuwe start nemen. Van de ene oever naar de andere gaan doorheen het water Zo doen mensen het al eeuwen, binnen onze godsdienst maar ook in andere culturen. Ze worden ondergedompeld, soms met de oude, vuile gewaden aan. Ze gaan vrijwillig kopje onder en wassen zich met lijf en leden.
Wat zien mensen dan toch in water? Alleen maar de kracht van een portie H2O? Alleen maar het gewassen en gereinigd worden? Alleen maar de verfrissing van het koele bad? Weg met alles wat ons ooit besmeurd heeft? Ik denk, dat het een beetje van dat alles samen is. Maar, bij Jezus was dat anders. Het was niet de kracht van het water en niet de mythe van de wassing en de onderdompeling. Het was het opstaan! “Nadat Jezus gedoopt was, steeg hij terstond uit het water” Dat is het grote punt. De ondergang van mensen betekent niets op zichzelf. Onze ondergang is onze redding niet. Het is de overgang, de opstanding, de verrijzenis! Het is niet de pijn die mensen geneest maar de overwinning van de pijn. Wat alle genezers en verzorgers weten en wat sekten wel eens vergeten… Mensen genezen ook niet van medicamenten alleen maar door het goede woord dat uit de mond van de genezers komt. Het medicament, hier in casu het water, is het voornaamste niet. Het voornaamste is het woord. “Een stem uit de hemel sprak” Dat is het grote moment; dat de hemel opengaat en dat er een stem is die spreekt: je behoort nu niet meer aan het oude regime van bedreiging en vrees. Nu word je bemind! Voortaan mag je leven als een geliefde, als een mens die bij God op een goed blaadje staat, voorgoed! Met een naam die gegrift staat in de palm van Zijn hand.
Soms denk ik, dat wij ons op dat punt in ons doopsel vergissen. Wij spreken van het doopsel dat consequenties heeft. Wij denken dan aan morele eisen aan iets als ‘noblesse oblige’. En dat is zonder meer waar. Maar de eerste en voornaamste consequentie is, dat wij na de doop onvoorwaardelijk en voorgoed mogen geloven, dat wij van Iemand zijn, dat wij Iemand toebehoren. Als er door de doop iets weggewassen wordt, dan is het onze angst die ons benepen en kortademig doet leven. Nee, de nieuwe gerechtigheid is geen codex van nette christelijke manieren. Het is de zekerheid voortaan te mogen leven met het besef, dat niets of niemand ons nog zal kunnen scheiden van de liefde!
En, hoewel wij daar miljoenen liederen over zingen, de mens is van niets zo bang als van de liefde. Want liefde ontneemt mij mijn eiland-statuut. Ik ben voortaan verbonden, met de aarde en de hemel met de mens, met ieder mens. Ik ben met alles in relatie geplaatst en de broederschap wordt nu mijn eerste realiteit en mijn eerste taak.
Dat gebeurt aan de mens als hij gedoopt wordt, als boven hem de hemel opengaat…
Opstaan uit het water
A-cyclus · Kersttijd · Doopsel van christus · wit