Ooit heb ik een Armeens kindje gedoopt.
Als priesters van het Aartsbisdom hadden wij van kardinaal Willebrands
algemene toestemming gekregen om sacramenten toe te dienen voor gelovigen
uit de Armeense kerk indien er geen eigen priester beschikbaar was. Het
mooie was dat de kinderen er volgens de oudste christelijke rite gedoopt
werden. Met onderdompeling, zalving en eventueel eucharistie. Het kind
werd gedoopt in een badje. De zuster deed er voordien nog een paar
keteltjes heet water bij. De dopeling, een kind van een half jaar, vond
het prachtig. In het water was het in zijn element. Het teken begon te
spreken: wij worden ondergedompeld in het element waarin we ons thuis
voelen, Jezus zelf, het levende water. En daarna werd de dopeling in een
grote handdoek afgedroogd en gezalfd. Ik hoefde niet zoveel te zalven,
zeiden ze, alléén maar het voorhoofd, de oogjes, het neusje, het mondje,
de oortjes en de handjes en voetjes. Met de geurige olie van het chrisma
gezalfd als teken van de overvloedige rijkdom van Gods Geest. Vanaf dat
moment worden deze kinderen, zo klein als ze zijn, volledig als lid van de
kerk beschouwd. Ze mogen dan ook van jongs af deelnemen aan de
eucharistie. Een sterk teken, deze onderdompeling in Christus, met huis en
haar één worden met de Heer en met zijn Geest. In onze streken ontstond de
zuigelingen-doop door middel van begieting met een paar druppeltjes water
onder het uitspreken van de woorden: “Ik doop je in de naam van de Vader
en de Zoon en de heilige Geest”. Begieting in plaats van onderdompeling.
Immers in de winter stond het ijs op het water van de doopvont en verbeeld
je dat een kind zou sterven.
Ook Jezus wordt met ons gedoopt. We
vieren dat op het feest van de doop des Heren: Jezus daalt af in het
water. Heel bewust. Hij is in gebed. Want Hij gaat zich totaal inzetten
voor God. Hij wil dat het rijk van God komt op aarde. Jezus daalt af in de
rivier net als ieder ander. Nederig geeft hij alles wat hij is aan God,
zijn hele leven.
Johannes protesteert nog even. Want Jezus hoeft zich
niet te bekeren. Waar Jezus komt, wordt de zonde weggenomen. Naar zijn
idee hoeft Jezus niet anders te gaan leven. Maar hij moet het laten
gebeuren. God wil dit doen. Door deze daad van Jezus keert God zich om
naar ons. Hij daalt af, hij staat onder ons. God bekommert zich om ons.
Jezus beleeft iets goddelijks. Een geestelijke ervaring.
De omstanders
merken misschien niet eens, maar Jezus zelf maakt iets dieps mee.
Wat
dan wel? Gods Geest daalt op Jezus neer - niet met kabaal, maar zachtjes
als een duif. Haast te gewoon. En Hij wordt vol van de Geest. In Jezus,
die in het water gaat, daalt God af onder ons. God laat aan Jezus zien wie
Hij is. Hij is Vader voor Jezus die totaal van hem houdt. Zoals Jezus heel
zijn bestaan aan God geeft, zo geeft God Hem alles wat Hij is. Ze zijn
elkaars hemel.Van alle kanten klinkt het naar Jezus: Ik houd van jou. De
Vader bemint Hem als zijn veelgeliefde Zoon. Als middelpunt in het heelal,
als zon aan het firmament voelt Hij zich bemint. Nu weet Jezus wie Hij is:
Zoon van God. Alles van de Vader is ook van Hem.
Alles wat Jezus
daarna geleerd heeft aan zijn vrienden gaat over deze unieke ervaring,
over God die liefde is. Jezus wil niets liever dan die liefde uitstralen.
Omdat die goddelijke liefde ook voor ons bestemd is Ook wij worden door de
eenheid met Jezus kinderen van God.
Jezus leert ons dat: als wij elkaar
beminnen, is Hij zelf bij ons. Je ziet Hem niet, maar geestelijk is Hij in
ons midden. Wij leven in dezelfde sfeer als toen Jezus op aarde was. Wij
kunnen ook nu één zijn met Jezus.
En de Geest van God wordt
aangetrokken tot ons als wij zo kerk zijn.
Gods Geest begint te werken
met zijn kracht en zijn licht.
Wonderen zullen gebeuren, als wij
geloven dat God van ons houdt. Als wij geloven in die liefde. Dan zien we
de mensen om ons heen met nieuwe ogen. Als broers en zussen van dezelfde
Vader.
Dat is ons geheim en dan hebben we de Heer bij ons. Maar dat
mysterie is er alléén als wij beminnen. Als wij egoïstisch zijn of ruzie
maken met elkaar is het weg. Dan is alles donker en somber en heeft ons
leven geen glans.
Jezus heeft ons leren kijken met andere ogen: God is
liefde. en in iedere mens herkennen wij onze naaste, een andere Jezus. Elk
mensenkind is kandidaat voor die eenheid.
Wij zijn met Hem gedoopt in
een nieuwe Geest. Moge die geest ons bezielen.
Gedoopt in de Geest (2005)
A-cyclus · Kersttijd · Doopsel van christus · wit