Heilige Drie-eenheid – jaar A

A-cyclus · Tijd door het jaar · Triniteit · wit

Dag iedereen,

voor het weekend van 3-4 juni eerstkomend staat het Feest van de Heilige Drie-eenheid op de liturgische kalender. Altijd een beetje een moeilijke kwestie voor een predikant, vind ik: preken over een ‘dogma’ of een soort ‘geloofsformule’, waarbij de formule mettertijd helemaal losgeraakt is van alle levens- en geloofservaring, en dus letterlijk nogal ‘abstract’ en ‘bloedloos’ is overgeleverd om ‘van buiten’ te kennen… Enfin, iedereen doet ermee wat hij of zij wil, natuurlijk. Maar ik zou zelf niet direct over het evangelie van de zondag van de Drievuldigheid preken. Als eerste lezing zou ik voluit kiezen voor het integrale fragment uit Exodus 34, 1-9 - dus niet zo verbrokkeld als in het lectionarium aangegeven, en daar dan een stuk commentaar op geven in mijn toespraak. Plus iets over ‘God is ruimte’ als duiding van het ‘dogma’ van de Heilige Drievuldigheid. Mogelijke titels: ‘Over een ‘bevrijdend Godsbeeld’ en ‘God gebeurt, God is te doen…’

In bijlage wat teksten om dat misschien een beetje in te vullen. Het zijn niet meer dan wat suggesties en aanzetten van mijn kant - meer materiaal daaromtrent heb ik in de loop der jaren niet verzameld… Maar wat ik hier op mijn computer staan heb, wil ik wel graag mee-delen.

Met hartelijke groet - in verbondenheid! We blijven samen volharden in de broosheid…

geert


GOD MAAKT ZIJN NAAM BEKEND AAN MOZES, IN EXODUS 3 EN EXODUS 34

(uit de reeks ‘Sterke verhalen’ - uitgezonden op TV – Het Braambos)

Op uitdrukkelijke vraag van Mozes komen we de voornaam van God te weten, in Exodus 3 – het brandende braambos. Die voornaam is als een vuur dat jou niet verteert. Je geraakt er niet van af, God is een betrouwbare God, die betrokken is, zit er altijd voor iets tussen, is altijd ‘ge-interesse-erd in mensen. Het is een roepende God, een God die aandringt. Als mensen geschiedenis maken met elkaar, dan wordt God zichtbaar. God gebeurt, God is een ‘evenement’. Met die raadselachtige belofte ‘Ik-zal-er-zijn’ moet Mozes, en moeten wij in zijn voetspoor aan de slag. We krijgen ook maar enkele letters, we kunnen de godsnaam niet ns uitspreken, we moeten er mee van start gaan. Het is in elk geval geen kant- en klare God.

God laat zich kennen door zijn Naam prijs te geven. Die Naam is wel heel bijzonder; hij luidt: ‘Ik zal er zijn’. Voor een vrome jood is dit onuitspreekbaar. Een naam van vier letters, een neergekrabbelde belofte in een merkwaardig soort kalligrafie. Maar zoals steeds is wanneer God zich laat kennen is daar een zending aan verbonden. Ook Mozes ontsnapt daar niet aan. Hij moet naar de farao trekken, een opdracht die verre van evident is voor Mozes.

De naam ‘Ik zal er zijn’ is geen abstracte definitie, is geen formule, is geen theorie. Het is een werkwoordsvorm, het is een kwestie van praxis, praktijk-gericht, het is een doe-woord. Het woord ‘Jahwe’ is dynamisch = ‘er zijn’ is: gebeuren, werkelijk zijn, betrokken zijn, bewegen, erbij zijn, werkzaam aanwezig zijn.

Heel wat hoofdstukken verder in Exodus komt men terug op die Naam. Die Naam wordt dan al heel wat concreter (we zijn dan ook al zoveel hoofdstukken verder in het verhaal van de woestijntocht!) . Dit is in ons leven ook zo. Wie God was op mijn zeventiende en nu, daar zit een hele evolutie in. Er is intussen ook heel wat gebeurd met mij, er is heel wat gebeurd in de wereld. We krijgen God als een belofte, krijgen die letters in het geheim - het is nog niet concreet, maar het wordt hoe langer hoe concreter. Ons godsbeeld evolueert. Wanneer een godsbeeld niet evolueert, dan heb je niet geleefd, dan heb je de realiteit niet betreden en niet betrokken bij je geloof.

Heel wat hoofdstukken verder in Exodus 34 lijkt het wel of God ook zijn achternaam prijsgeeft en dat is dan wel een lange ‘familie-naam’…

Er komen 13 kwalificaties van God op een rijtje te staan. Deze kwalificaties maken de onzichtbare God concreet en heel mens-betrokken. Het ‘Ik zal er zijn’ als God wordt concreet vertaald in kwaliteiten als: ‘barmhartig, medelijdend, lankmoedig, groot in liefde en trouw, ontrouw vergevend, zonde wegdragend, ongerechtigheid uithoudend, liefde bewarend tot het duizendste geslacht…’ God geeft Zijn identiteit hier helemaal prijs, Hij geeft zijn visitekaartje en Zijn contactgegevens af. En tegelijk voelen we ook onmiddellijk aan welk een programma dat niet is voor ons als mens, een belofte, maar meteen ook een zending: het zichtbaar, tastbaar en ‘waar’ maken van Gods Naam.

We hebben na de voornaam nu ook de achternaam van God leren kennen. De achternaam zegt van welke familie je bent. Zeg me wat je doet en ik zal je zeggen van welke familie je bent.

Dit is ook veelzeggend in ons spreken over God. Over God valt ‘a priori’ eigenlijk niets te zeggen. Geloven begint altijd bij mensen, God moet gebeuren – ‘God bestáát niet, Hij gebeurt…’ Het leert ons ook dat God ons altijd voorgegeven is. Zijn Naam is een programma, een agenda voor ons mensen.

geert dedecker

Refrein – ook te zingen als acclamatie bij de voorbeden:

O Heer God,

**erbarmend, genadig, lankmoedig, **

rijk aan liefde, rijk aan trouw,

bewarend liefde tot het duizendste geslacht.

Lied van de Naam

**t. H. Oosterhuis m. A. Oomen

O Heer God erbarmend genadig lankmoedig rijk aan liefde rijk aan trouw bewarend liefde tot het duizendste geslacht.

Wij gingen met andere goden uit zilverlingen gesmeed in de smidse uit goud in het vuur van de ontrouw. Wij torsten ze op onze schouders, Riepen ‘ga dan’ en ‘red ons’ – Hun voeten konden niet gaan.

O Heer God erbarmend genadig lankmoedig rijk aan liefde rijk aan trouw bewarend liefde tot het duizendste geslacht.

Andere goden: sprekende slangen, ogenpaleizen, tuinen van haar. Andere goden gaan ons voorbij in stormwind en aardschok. Niet Gij. Andere staan als blinde muren tussen de mensen. Niet Gij.

O Heer God erbarmend genadig lankmoedig rijk aan liefde rijk aan trouw bewarend liefde tot het duizendste geslacht.**

Zoeken in Preken Online