OPENINGSWOORD
Broeders en zusters, allemaal van harte welkom. Wij vieren vandaag het hoogfeest van de heilige Drie-eenheid. Het is geen eenvoudige materie, als ik het zo mag noemen. De Vader is God. De Zoon is God. En de heilige Geest is ook God. En toch is er maar één God. Het is een mysterie, dat ons menselijke verstandje ver en ver te boven gaat.
Vandaag de dag horen we gelukkig weer meer mensen de vraag stellen naar wie God is. Maar als je twaalf mensen op een rij zet, dan krijg je ook twaalf verschillende antwoorden. Ik denk, dat er maar dat er maar Eén is, die het juiste antwoord kan geven en dat is God zelf.
Wij leven in een tijd van uitersten. Er is veel armoede, maar er zijn ook zeer rijke en machtige mensen. Laatst was op teletekst te lezen, dat de drie rijkste mensen ter wereld samen meer hebben dan de zeshonderdmiljoen armste mensen op aarde. Er is ook al langer een heftige discussie gaande over de enorme beloningen, die sommige managers krijgen, beloningen van vier of vijf of zes miljoen euro per jaar. Het is echter nog maar de vraag of die mensen zo veel gelukkiger zijn dan wij. Misschien is het nog niet zo slecht om een beetje eenvoudig te leven en eenvoudig te zijn. Want dan kunnen wij beter luisteren naar het antwoord dat God zelf geeft op de vraag naar wie Hij is.
In de eerste lezing of horen wij, dat God hoog en ver weg in de hemel is. Maar dat wij Hem toch kunnen ontmoeten. Daar moeten we natuurlijk wel enige moeite voor doen. Wij moeten een berg beklimmen. De berg van de nederigheid, van de eenvoud. Als wij van onszelf weten, dat we maar kleine mensen en eenvoudig zijn, dan kunnen we onszelf gemakkelijker neerleggen bij het antwoord dat een ander - in dit geval God - geeft. God zegt namelijk ook dat Hij barmhartig is en medelijden heeft, dat Hij groot is in de liefde en oneindig trouw. Als wij met die waarheden in ons dagelijkse leven rekening houden, kunnen wij daar heel veel steun in vinden. Deze waarheden kunnen ons heel wat zekerheid en innerlijke vrede geven. En zekerheid en vrede vormen de basis voor een gelukkig leven.
Vragen wij God, die is zo groot is, dat wij zo klein kunnen zijn, dat wij goed naar Hem kunnen luisteren en in Hem onze vrede kunnen vinden.
OPENINGSGEBED
Laat ons bidden. Heilige Vader, Gij hebt uw woord gehouden: uw Zoon is mens geworden; zijn Geest leeft in uw kerk en maakt de liefde openbaar, waarmee Gij ons bestaan vervult. Zo zijt Gij, God, één in uw drievuldigheid. Wij vragen U dat alles wat wij zijn en doen, belijdenis mag worden van uw heilige Naam. Door … . Amen.
KINDERWOORDDIENST
PREEK
Het evangelie van vandaag begint met de woorden van Jezus die zegt: “Zozeer heeft God de wereld liefgehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven”.
Dit is een heel belangrijke mededeling, waaraan wij ons kunnen optrekken. Sommige woorden van Jezus Christus hebben wij al zo vaak gehoord, dat we de diepe betekenis ervan niet meer zo goed horen en wij gaan er aan voorbij zonder een mooie gedachte te krijgen, zonder een gevoel van wederliefde en dankbaarheid. Het grootste mysterie van het heelal is dat God gaf en nog eens gaf en nog eens meer gaf. In feite heeft Hij alles gegeven, zodat wij bij Hem konden zijn. Zoveel houdt Hij van ons!
Dit is het mysterie, dat wij vandaag vieren. Dit is een dag om ons te verheugen in de Vader, de Zoon en de heilige Geest, die van ons houden. Het is een dag om ons te verblijden over de heel persoonlijke liefde, die God voelt voor ieder van ons, een liefde, die ons nooit in de steek zal laten. God heeft niets achtergehouden. Hij nodigt ons, kleine en zwakke en zondige mensen, uit om helemaal te delen in zijn goddelijke leven. En Hij heeft hemel en aarde bewogen om dit mogelijk te maken! Wat een verbazingwekkende liefde. Wat is God royaal met zijn gaven.
Het evangelie van Johannes vertelt ons, dat God ons de heilige Geest heeft gegeven om ons in de waarheid binnen te leiden door de mysteries van het evangelie aan ons hart te openbaren. De heilige Geest neemt wat Hij hoort van de Vader en de Zoon en openbaart het aan ons op een persoonlijke, levenschenkende manier. En het gaat hierbij niet alleen maar om het doorgeven van wat informatie. De heilige Geest werkt op zo’n manier, dat Hij ons iets laat ervaren van de heilige Drie-eenheid. Zijn openbaring verheft altijd onze harten, vult ons met vreugde, en geeft ons het vertrouwen, dat wij Gods beminde kinderen zijn.
Laten wij vandaag tijdens deze heilige Mis aan God vragen, dat wij ook dit jaar weer ietsje meer mogen gaan begrijpen van de heilige Drie-eenheid, van zijn liefde die alles gaf, op dat wij bij Hem kunnen zijn. Vragen wij God - en verwachten wij dat ook van Hem - dat Hij onze harten vult met zijn goddelijke liefde en dat wij die liefde ook echt mogen ervaren.
Broeders en zusters, alles wat God voor ons doet, dient uiteindelijk slechts één doel. En dat is niet alleen maar dat wij later met elkaar bij Hem in de hemel kunnen komen, maar ook dat wij nu al zoveel mogelijk in de vrede en de vreugde van God kunnen leven. Niet voor niets heeft Jezus Christus ons geleerd om in het Onzevader te bidden om de komst van zijn Koninkrijk op aarde. Jezus wil graag de Koning zijn over de harten van alle mensen. En als Hij ons openbaart hoe groot de liefde van God voor ieder van ons is, dan hoopt Hij, dat wij die liefde doorgeven aan andere mensen, dat wij zijn liefde voorleven. Dan komen andere mensen misschien ook onder de indruk van Gods grote liefde voor ons en willen ook zij lid worden van het Koninkrijk van God.
Laten wij proberen de liefde van God uit te dragen, overal waar wij komen. Stellen wij geen grenzen aan onze liefde, want Gods liefde is mateloos. Als wij iets doen voor een ander, een bekende van ons of een onbekende, stellen wij onszelf dan de vraag: Heb ik deze daad verricht - of ga ik deze daad verrichten - met zoveel liefde, dat deze daad bij de ander vragen oproept. Waarom doet hij of zij dit voor mij op deze manier? En het zou heel mooi zijn als we dan het lef hebben om te antwoorden, dat we dit doen, omdat God van ons houdt en omdat Hij wil, dat we allemaal van elkaar houden. Het Koninkrijk van God is niet alleen iets waarom wij moeten bidden, wij moeten er ook zelf aan werken. Wij moeten er als het ware wat meer reclame voor maken.
Dragen wij de Blijde Boodschap van Jezus Christus uit in het vertrouwen, dat Hij ons bidden en werken zal zegenen, dat uiteindelijk het niet wijzelf zijn, die je doen, maar dat Hij dit is, die werkt door ons.