Vandaag is het Drievuldigheidszondag. Ik moet u eerlijk zeggen, niet
bepaald een onderwerp waarvan je in vuur en vlam raakt om een
verkondiging over te houden.
Drievuldigheidszondag heeft iets heel mystieks. Het is een
onbegrijpelijk mysterie, waarbij de verkondiging het risico heeft, uit
te monden in onbegrijpelijk taal.
In Naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest….deze woorden gebruiken we zo vaak.
Met deze woorden zijn we ook gedoopt. Bij het gebruik hiervan
bevestigen we steeds opnieuw ons geloof in de drie-ene God, maar ik ben
me daar beslist niet altijd bewust van!
Ik besefte dat er nog heel wat gedacht en gelezen moest worden voordat
er een verkondiging voor vandaag op papier zou staan. En dan het liefst
eentje waar anderen ook wat aan hebben.
Regelmatig dwaalde mijn gedachten af over de drie-eenheid, Vader, Zoon en Geest.
Wij spreken God aan met Vader, maar ik moest denken aan die jongen die
in een interview vertelde dat hij helemaal niet met zijn vader overweg
kon. Zijn vader was volgens hem autoritair en begreep hem niet. Ik kan
beslist niet met hem praten. Hoe kan ik dan tegen God “vader” zeggen en
weten dat die mij wel begrijpt? Ik denk dat God zal zeggen: noem me
gerust Moeder in plaats van Vader, want ik wil alles voor je zijn.
Maar het meisje dan, wat door haar moeder in de steek is gelaten? God
zal zeggen: noem mij maar liefste, want Ik laat je nooit in de steek.
Namen voor God. We spreken God op vele manieren aan: Barmhartige, Eeuwige,
In de eerste lezing horen we hoe Mozes twee nieuwe stenen moet
uithouwen en de berg moet bestijgen. God zal hem dan opnieuw Tien
Woorden geven. In een wolk maakte God zich kenbaar aan Mozes. “Ik ben
de Heer”, Ik ben een God, barmhartig en genadig, lankmoedig en trouw. “
God is zoveel omvattend dat het niet lukt Hem in één naam weer te geven.
Op deze zondag van de drie-eenheid valt alles samen en vieren we
eigenlijk nog een keer in één feest, de drie grote kerkelijke feesten:
Kerstmis, Pasen en Pinksteren, omdat God ons wil laten zien dat Hij op
vele manieren met ons is.
Met Kerstmis vieren we de geboorte van een mensenkind, de Zoon, die duidelijk maakt dat God via mensen zichtbaar wordt.
Met Pasen vieren we dat die Zoon bevrijd is uit de dood en thuis komt bij zijn liefdevolle Vader.
En met Pinksteren wordt ons duidelijk dat we er niet alleen voor staan, dat we gedragen en geïnspireerd worden door de Geest.
God wil tot ons mensen spreken en doet dat vooral in de persoon van Jezus.
Als we luisteren naar wat Jezus over God gezegd heeft, dan valt het
op, dat Hij nooit diepzinnige theorieën of wijsgerige uitspraken over
God doet. Hij laat zien hoe God is en hoe God door ons wil worden
gezien. Jezus laat zien hoe wij met God mogen omgaan. Hij sprak over
God als een Vader. Hij sprak over God als de scheppende levenskracht,
de Geest, de adem en zuurstof van ons leven. Jezus nodigt ons uit om
ons daarvoor open te stellen.
Jezus laat ons God zien als een werkelijkheid die niet afstandelijk en
ver van ons wil zijn, maar die met ons begaan is en ons leven zin en
geluk wil geven.
Zichzelf stelt Jezus voor als het Woord van God, Gods spreken tot de mens.
En dan zien we dat Jezus niet over God heeft gesproken, zodat wij iets
van God zullen begrijpen. Hij heeft Hem voorgeleefd, om te laten zien
wat er van ons wordt verwacht en daardoor mee te werken aan Zijn Rijk
in deze wereld.
Jezus heeft laten zien wat het betekent God te volgen, mens te worden zo als Hij.
Als mens zijn wij niet volmaakt, God aanvaardt onze zwakheid. Steeds
weer worden we uitgenodigd om Zijn weg te volgen, steeds weer zijn we
bij Hem welkom.
In het evangelie gaat het over Jezus, die gekomen is om de mensen te
redden. Het bijbelse ‘redden’ mogen we vertalen als ’leven geven’.
God moeten we zoeken waar mensen elkaar leven geven. Hij is niet een
verre, onbereikbare werkelijkheid. God is daar waar mensen het voor
elkaar opnemen.
We mogen God herkennen in de hele wereld, in de natuur, in de
mysterieuze grootheid van het heelal. Maar op de eerste plaats is God
daar waar mensen voor elkaar open staan.
Ongetwijfeld zijn er in verband met God vele vragen te stellen die
we niet kunnen beantwoorden, die voor ons een mysterie blijven: wie hij
is, hoe hij is ….
Het evangelie is daarin zeer duidelijk: ga God zoeken waar je leeft.
Open je hart, maak het tot een ruimte waarin we met alle mensen samen
kunnen leven.
Voor mij betekenen de lezingen van deze drievuldigheidszondag, dat
ik er mag zijn zoals ik ben met al mijn fouten en zwakheden, maar dat
God mij niet laat vallen.
God gaat met ons mee om de weg te vinden in die soms zo moeilijke mensenwereld. Daar ligt het Rijk van God.
Als we hierin blijven geloven, dan wordt de Schrift dat levende woord, woord van licht en bevrijding.
Laten we dat nu samen staande zingen in de geloofsbelijdenis.