Drievuldigheidszondag A (2005)

A-cyclus · Tijd door het jaar · Triniteit · wit

Degenen onder ons die van harte gregoriaans hebben gezongen en zij die het nog zingen vergeten die juichkreet niet meer: “Benedicta sit Sancta Trinitas”, “Gezegend zij de Heilige Drie-heid”. De ’tune’ die God als bron van zegen erkent en die door de hele wereld gaat met het ‘Heer, ontferm u’ en ‘Eer aan de Vader en de Zoon en de H.Geest’. In de tussenzang hebben wij het loflied van de drie mannen in de vuuroven gebeden/gezongen “Geprezen zijt Gij, Heer, God onzer vaderen. U komt de lof toe in alle eeuwen”/“Geprezen zijt Gij, Heer, God onzer vaderen. Lofwaardig en roemrijk voor eeuwig”. Die drie mannen waren in nood en zij zijn gered: het vuur deerde hen niet. Door dat te zingen/bidden hebben ons bij hen aangesloten. De hoogte en de diepte en de verten van de hele schepping zijn nog niet genoeg om aan te geven hoe geweldig onze God is, de God onzer vaderen - zeggen de Joden, de God van Abraham, Isaak en Jakob - en wij zeggen de Vader van Jezus, de Christus, onze Schepper.

Tegenover die uitbundigheid staat de stilte van wat gebeurt in de lezingen: God met Mozes en Jezus met Nicodemus. Zij alleen. In de 1e lezing uit Exodus hebben we gezien hoe Mozes de Sinaï op gaat; hij moest alleen komen, alleen voor God gaan staan. Even te voren staat geschreven dat de Heer tegen Mozes zegt: “Hier bij Mij is nog plaats, kom op de rots staan”. God - Mozes; Heer - bemiddelaar. Alleen zij. Nu daalt de Heer neer in een wolk, de wolk van Zijn Aanwezigheid, en God laat aan Mozes horen dat Hij het is, Hij noemt zijn Naam, JHWH, Hij-is-er, de Al-om-tegenwoordige; vervolgens zegt Hij ook hóe Hij is: barmhartig, genadig, geduldig, groot in liefde en trouw.

In het evangelie praten Jezus en Nicodemus met elkaar, face-to-face zouden wij zeggen, onder vier ogen. Alleen zij beiden. Het is een diepzinnig gesprek, Jezus heeft het over ‘van boven geboren worden’, leven van uit de Geest. En ook nu komt naar voren hoe God is: Hij is zo gek - in onze termen - dat Hij zijn eniggeboren Zoon naar de mensen stuurt, aan de mensen schenkt om hen te redden, niet om te veroordelen maar opdat zij via de Zoon naar God toe kunnen leven. Zo groot in liefde is God - de God van de vaderen, de Abba van Jezus. De eerstgeboren zoon is de trots van de Joodse vader; wat moet de eniggeboren zoon dan wel niet zijn? Hoe moet God dan wel niet zijn als Hij zelfs hem schenkt uit bezorgdheid?

In die stilte, die intimiteit groeit bij Mozes en Nicodemus persoonlijk het inzicht hoe God is. Maar Mozes komt niet voor zich zelf, hij heeft twee nieuwe stenen tafelen bij zich. Hij zit met een halsstarrig volk dat net een pas gesloten verbond heeft ontkracht en voor wie hij nu weer om genade komt vragen. En als God heeft gezegd dat Hij barmhartig is, valt Mozes direct op de knieën en vraagt of God toch a.u.b. met hen, dat volk, wil meetrekken. Ja, God trekt met hen mee, door de woestijn, door de Jordaan het Beloofde Land in. Ja, God trekt ook nog met Zijn volk mee in Zijn Zoon, de eniggeborene, die maximale liefde hanteert, want God is groot in liefde en trouw.

Mozes noch Nicodemus hebben de indruk vergeten die dat gesprek op hen heeft gemaakt, de afdruk die in hun ziel is ontstaan en gebleven. Daarom is dat doorgegeven. Misschien kun je wel speken van de heilige kus, die Paulus noemt. Er was sprake van nood, een brandende vraag, en God heeft daaraan beantwoord. Als we het hun zouden vragen zouden zij vast en zeker de lofzang van de drie mannen in de vuuroven vervolgen: Gezegend zijt Gij, Heer, want Gij hebt onze nood gezien, ons gered, onze vraag gehoord en beantwoord.

Wij hebben ook die lofzang gezongen/gebeden en dan ligt er nu de vraag of wij zijn gehoord en gered, of wij persoonlijk, vanuit eigen ervaring, vanuit eigen geloofsbeleving zo’n lofprijzing kunnen bidden. Met Kerstmis, de menswording - wij zijn Godskinderen -, met Pasen, de verrijzenis - ons eeuwig Leven -, met Pinksteren, de Geest die overal waait - ook in ons persoonlijk, met die drie feesten kunnen we het complete verlossingswerk van onze God vieren: de Vader, eeuwig, onveranderlijk en barmhartig, de Zoon die goddelijke intimiteit aanbiedt, de Geest die ons naar hen toe drijft, over de hele wereld. Als je dat beseft, kun je dan niet voorzichtig spreken van ‘de heilige Kus’? De Kus van de drie-ene God die Zijn intieme eenheid meedeelt aan ons?

Ik hoop dat e.e.a. ook jongeren aanspreekt. Misschien doet de Heilige Drie-Eenheid wat hoog gegrepen aan, iets wat zich boven je hoofd afspeelt, over jou heen. Misschien dat je je afvraagt hoe dat nu kan met drie personen en toch éen God? Maak je niet druk om die vraag: een Joods, bijbels, gegeven is niet makkelijk met begrippen, laat me zeggen met ‘westerse’ ideeën te ontrafelen. De betékenis ervan is wezenlijk: ’s Vaders continue goedheid voor ons, des Zoons inzet om ons en zijn intimiteit met ons, des Geestes levendigheid in ons. Als je dat zoekt of vindt, zij het je gegeven: Zo is onze God, HijZ zij geprezen.

“De genade van O.H.Jezus Christus, de liefde van God en de gemeenschap van de H.Geest zij met ons allen”. Zou dat voor ons de heilige kus mogen zijn. Zullen we even de tijd nemen?

Zoeken in Preken Online