Laatst was er een begrafenis van een nog jonge man. Drie kleine kindjes. Een ongeluk. Zomaar ineens was alles voorbij. Alle dromen, alle idealen, alle toekomstverwachtingen de grond ingeslagen.
Er moest een afscheid komen vanuit de kerk, maar ze konden eigenlijk niet geloven. Toch zijn we aan de slag gegaan om een afscheidsdienst te maken. We zijn met niets begonnen: geen geloof, maar door alle voorbereidingen heen klonk er heel veel geloof: Zijn broer zei: Ik zie je vast terug straks in de hemel. Een goede vriend zei tegen de kinderen: de ster die je ’s avonds het meest helder ziet schijnen; dat is papa. Wilt U niet toch een zegening doen, vroeg zijn vrouw net voor ik weg moest.
Het werd uiteindelijk een heel warme dienst, met heel veel verdriet, met een mooi verhaal uit een prentenboek over een winterwant: Die want werd een warm nestje voor veel dieren. Dat werd gekoppeld aan het evangelieverhaal: God die net als een winterwant mensen opvangt, geborgenheid biedt en steun en houvast. Het begon met bijna niets. Het werd een heel gelovige viering.
Laatst tijdens de doopvoorbereiding zei een jonge vader: Ik geloof niet zoveel als U natuurlijk….. Hij meende dat hij geloof kon meten. Toen zei hij: Ik geloof wel iets, maar …..
Natuurlijk kunnen we als kerk zeggen: Dat is veel te weinig, alsof wij geloof wel kunnen meten en wegen. We kunnen je kindje niet dopen, maar we kunnen ook in gesprek gaan over dat “Iets”
En de vraag is of we dat durven. Durven we met bijna niets te beginnen . durven we aan te sluiten bij die heel algemene religieuze gevoelens van mensen, die zeggen: Iets zal er wel zijn, maar wat, dat weet ik niet.
Mozes gaat in de eerste lezing de berg op. Hij baalt als een stekker van zijn volk dat mort en moppert op hem en op God. Er was ze een land van melk en honing beloofd, maar nu hebben ze honger. Toch vraagt Mozes aan God: O Heer wees zo goed en trek met ons mee. Ook met dit volk, dat halsstarrig is en zondig.
Mozes geeft het antwoord dat wij als kerk mogen, ja zelf moeten volgen:
God gaat met mensen mee, trekt met mensen mee door hun leven heen. Doorheen hun verdriet, doorheen hun pijn en ook als er geluk en vreugde op hun pad komt. Het is aan ons als kerk om daar goed op in te spelen. We moeten de vragen van mensen serieus nemen en durven te beginnen met bijna niets en dan onze prachtige verhalen van het evangelie, van de psalmen van de profeten vertalen naar het gevoel van mensen van vandaag. Al onze verhalen zijn immers meer dan zo maar waar gebeurd. Het zijn verhalen die dienen als spiegel voor onze ziel, waarin me mogen lezen dat God met mensen meegaat, waarin Jezus zegt dat God is als een Vader, die wil dat niets verloren gaat en dat Hij zijn Zoon is, die door Hem naar de wereld is gezonden. Zo dichtbij is God bij mensen. Wij mogen als gelovige mensen de geest van God onder de mensen brengen en dat is niet zo moeilijk als het lijkt want die Geest van God waait al lang waarheen Hij wil. Die geest van God is er al een vader van een baby zegt: Ergens geloof ik wel iets. Die Geest van God is er als een jonge vrouw zomaar zegt: Wilt U hem toch de zegen geven, terwijl ze het zo moeilijk heeft, dat ze eigenlijk niet kan geloven.
Op het feest van de H. Drie-eenheid moeten we vooral niet moeilijk doen
Over hoe het nu zit met God, want Hij is er gewoon als een Vader voor zijn kinderen. In de verhalen van en over zijn Zoon Jezus en in Zijn Geest die met alle mensen is. Ons geloof is toch ook en vooral ons geloof uitdragen en een goede bodem creëren voor de verhalen van onze God? Laten we als kerk steeds meer proberen het geloof van mensen serieus te nemen en ook onze eigen boodschap, die elke keer weer in het evangelie staat, dat God van mensen houdt en niets anders wil dat wij van elkaar houden. Amen.
Met bijna niets beginnen (2008)
A-cyclus · Tijd door het jaar · Triniteit · wit