OPENINGSWOORD
Beste medegelovigen, allemaal van harte welkom. Wij vieren vandaag het hoogfeest van de heilige Drie-eenheid, ook wel genoemd de heilige Drievuldigheid.
In onze taal maken wij onderscheid tussen iets wat een raadsel is en iets wat een mysterie is. Een raadsel kunnen wij, desnoods samen, helemaal oplossen. Ik noem een raadsel: De ouders van Jantje hebben drie kinderen, Kwik, Kwek en… . Nee, niet Kwak. Jantje is het eerste kind en Kwik en Kwek zijn de tweede en de derde. Wij zien: samen komen wij er wel uit.
Een mysterie daarentegen blijft altijd iets ondoorgrondelijks houden. Het gaat ons beperkte menselijke verstand te boven. Het gaat hier ook om goddelijke zaken. En die zijn nu eenmaal soms heel anders als onze eigen menselijke zaakjes. En dat is ergens maar goed ook. Want dat betekent niet alleen, dat onze vreugde bij God in de hemel vele malen groter zal zijn dan de vreugde, die wij op aarde ervaren, maar het betekent ook, dat God groter is dan alle verdriet en ellende, die wij op aarde ervaren. God is groter dan wij. Wij kunnen Hem lang niet helemaal begrijpen, maar wij zijn bij Hem in goede handen. Vertrouwen wij ons aan Hem toe.
OPENINGSGEBED
Laat ons bidden. God onze Vader, Gij hebt het woord der waarheid en de Geest die heilig maakt in de wereld gezonden om aan de mensen het verheven mysterie van uw Godheid te openbaren. Geef dat wij het ware geloof belijden door de glorie van de eeuwige Drievuldigheid te erkennen en door haar Eenheid in macht en majesteit te aanbidden. Door … . Amen.
PREEK
Broeders en zusters, misschien dat sommige mensen naar aanleiding van wat zij in de lezingen horen weleens denken: God lijkt wel een beetje op ons. Wat wij doen, dat doet Hij ook. God lijkt wel een beetje menselijk.
Ze hebben daar gelijk in, gedeeltelijk, want het is eigenlijk andersom. God lijkt niet op ons, maar wij lijken op Hem.
Als God in het boek Genesis de hemel en de aarde heeft geschapen, staat er in hoofdstuk 1, vers 26 met betrekking tot de zesde dag het volgende geschreven: “God sprak: Nu gaan Wij de mens maken, als beeld van Ons, op Ons gelijkend”. Wij zijn dus geschapen naar het beeld van God. Wij lijken op Hem.
Als er mensen zijn, die veel liefde en geduld kunnen opbrengen, dan is dat, omdat God één en al liefde en geduld is en Hij heeft die liefde en dat geduld in die mens gelegd. Als er mensen zijn, die mooie kunstwerken kunnen maken, dan is dat, omdat allereerst God zelf een kunstenaar is, één en al creativiteit is, en Hij heeft zijn talenten in die mens gelegd. Dus, wat God doet, dat doen wij ook, meestal in iets mindere mate. Hij is de Meester, wij zijn de leerlingen. In de mensenwereld kan een leerling soms op den duur de meester gaan overtreffen, maar God is uiteraard altijd liefdevoller, geduldiger en creatiever dan wij, gewone stervelingen.
In de eerste lezing hoorden wij hoe God vooral via Mozes zijn volk nabij is. Dus zijn wij geschapen om ook elkaar nabij te zijn. God wil graag zo veel mogelijk van zichzelf in ons herkennen. Kinderen lijken in veel zaken toch ook op hun ouders! Ouders lijken weer op hun eigen vader en moeder.
Wanneer God in de eerste lezing aan Mozes voorbijgaat, roept Hijzelf uit: “De Heer! De Heer is een barmhartige en medelijdende God, groot in liefde en trouw!” Inderdaad, God had zijn volk bevrijd uit Egypte, het land van de slavernij. Dus zijn ook wij geroepen elkaar bij te staan in tijden van ellende. God hoopt, dat wij ook elkaar willen bevrijden, dat ook wij barmhartig zijn en medelijden hebben, ook al is het nog zozeer de schuld van mensen zelf, dat hun leven een puinhoop is.
In het evangelie hoorden wij hoe God zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven. Iets groters, kostbaarders, dierbaarders, kun je niet geven. Wij moeten dus op z’n minst tijd en moeite en geld voor elkaar overhebben, voor mensen dichtbij en voor mensen veraf. En die Zoon is niet in de wereld gekomen om te oordelen. Dus moeten ook wij niet oordelen over elkaar en over anderen. Verkeerde daden hoeven wij niet goed te praten. Moord blijft moord. Roddelen blijft roddelen. Maar net als Jezus, toen Hij aan het kruis hing, kunnen wij zeggen: “Vader, vergeef hun, want ze weten niet wat ze doen”.
Broeders en zusters, wij vieren vandaag het feest van de heilige Drie-eenheid. Drie goddelijke personen en toch maar één God. Het is voor ons, gelovigen, één van de grootste en moeilijkste mysteries. Bij ons is drie drie en twintig is twintig en niet twaalf of wat anders. Maar de drie goddelijke Personen zijn volkomen één. Zij kunnen allemaal hetzelfde. Zij weten allemaal evenveel. Zij willen altijd hetzelfde. Dat zullen wij, mensen, nooit bereiken. Ook niet in de hemel. Net als de drie goddelijke Personen zullen wij altijd onderscheiden personen blijven, maar zoals op aarde ons geloof en onze inzet heel verschillend zijn geweest, zo zal ook in de hemel het geluk van de één nog groter zijn dan dat van de ander. Iedereen in de hemel zal volmaakt gelukkig zijn, maar omdat de één op aarde een groter hart had, zal zijn of haar geluk ook groter zijn dan dat van iemand met een wat kleiner hart. Maar of iemand nu een groter of kleiner hart heeft, in de hemel zal een ieders hart helemaal vol van geluk zijn.
Onze eenheid zal dus nooit volmaakt zijn. Maar omdat wij wel geschapen zijn naar Gods beeld en gelijkenis zijn wij dus geroepen om wel te streven naar een zo groot mogelijke eenheid.
In het vierde hoofdstuk van zijn brief aan de christenen van Efeze schrijft Paulus ons het volgende: “Beijvert u de eenheid des Geestes te behouden door de band van de vrede: één lichaam en één Geest, zoals gij ook geroepen zijt tot een en dezelfde hoop waarvoor Gods roeping borg staat. Eén Heer, één geloof, één doop. Eén God en Vader van allen, die is boven allen en met allen en in allen” (4,3-6).
Beste medegelovigen, de belangrijkste eigenschappen van onze drie-ene God zijn misschien toch wel de onderlinge eenheid en liefde. Laten wij hier in de kerk en thuis en overal waar wij als gelovigen samenkomen als echte teamspelers de handen ineenslaan. Men zegt wel: Het is een kwestie van geven en nemen. Nee, zei iemand enige tijd geleden tegen mij: Het is geven en ontvangen.
Het zou het mooiste zijn als iedereen bij zichzelf nagaat: Waarin kan ik Jezus Christus nog een beetje meer nadoen? Als iedereen dat doet, komen wij door Jezus Christus vanzelf nader tot elkaar.
Feest van de Drie-eenheid, feest van de eenheid en van de liefde.