Hij gaat me ons mee

A-cyclus · Tijd door het jaar · Triniteit · wit

Er was eens een wijze oude man die veel boeken had geschreven.

Op een avond is hij vermoeid van het denken en het schrijven

en hij wandelt langs het strand.

Plotseling ziet hij een jongetje dat als maar heen en weer loopt

van de zee…. naar een plek even van zee af.

Nader onderzoek leert dat de jongen daar een kuil gegraven heeft

en hij bezig is om die met een schelp met water te vullen.

Dat is niet zo eenvoudig. Eindelijk kan de oude wijze man

zich niet meer inhouden en vraagt: ‘wat ben je toch aan het doen?’

‘Ik’ zegt het jongetje ‘ben bezig de zee in mijn kuiltje te scheppen.’

‘Maar dat is toch onzin’ zegt de oude geleerde man ‘die past er toch onmogelijk in?’

En dan wordt het jongetje opeens een wijsneus en voegt de oude man toe:

‘jij bent toch zo vaak aan het nadenken over allerlei dingen,

zelfs over God en over de Heilige Drie-eenheid:

nou, nog veel gekker dan mijn geschep is jouw gepieker.

Nog veel eerder zal de zee in mijn kuiltje passen

dan het geheim van God in jouw verstand.’

Misschien kent u dit verhaal,

het is een legende en de oude man in het verhaal is de Heilige Augustinus,

een van de belangrijkste theologen van de westerse christenheid.

In de begintijd van de kerk hebben ze erg veel nagedacht

over het mysterie van Gods aanwezigheid in deze wereld.

En ze waren nooit erg tevreden over alle formuleringen die ze bedacht hadden.

Om aan te geven dat God beweging is,

wordt er over God als de Drie-ene God gesproken.

Hij is de God, de Schepper van hemel en aarde,

de God die nabijkwam in Jesus Zijn Zoon

en die met Zijn Heilige Geest grote dingen doet:

Hij is de God van de hele menselijke geschiedenis;

Hij is de God van Abraham, Isaak en Jakob;

de Vader van Jesus Christus

de God van de apostelen en heiligen en ons allemaal.

Over God raak je nooit uitgesproken en gedacht

maar Zijn wezenlijkste eigenschap lijkt wel:

HIJ GAAT MET MENSEN MEE.

Het unieke van dat geloof van Israël

de basis van al ons geloven

vinden wij beschreven in de eerste schriftlezing.

Mozes is opgetrokken met zijn volk,

een volk dat leeft van vallen en opstaan.

Van …….de ene dag God trouw en enthousiast dienen:

‘we zullen alle woorden graag doen’

en de andere dag Hem vergeten en klagen:

‘waren we maar in Egypte gebleven

en waarom heeft deze God ons in deze woestijn gebracht.

En toch krijgt deze God nooit genoeg van Zijn mensen.

Dat krijgt Mozes te horen boven op de berg,

nota bene terwijl beneden de mensen bezig zijn

een gouden kalf te maken:

IK UW GOD BEN LIEFDE EN TROUW.

Tot Mozes’ grote verbazing;

hij heeft wat met zijn mensen meegemaakt

en vond ze eigenlijk hun God niet waard.

Toen ze vroeger in een sjagrijnige periode

klaagden over gebrek aan water had Mozes nog gezegd

’ jullie zijn het niet waard.’

Maar God had gezegd:

‘sla maar op de rots’.

En Mozes die voelde dat God wilde helpen

had nog geprotesteerd en gezegd:

‘God, zou u dat nou wel doen,

deze mensen verdienen het niet…’

Maar toen hij toch even op de rots geslagen had

was het water klaterend uit de rots komen stromen

en werd Zijn volk van zeurpieten en sjagrijnen,

gelaafd en getroost.

IK UW GOD BEN LIEFDE EN TROUW

zegt God op de berg Sinai

en de ontrouw van de mensen beneden

kan Mozes nog zo’n vreselijke schrik bezorgen..

God schrikt nooit echt en gaat steeds door met Zijn mensen.

Misschien ook een beetje een troost voor ons.

II. Het evangelie speelt in de donkere nacht.

Een oude joodse schriftgeleerde

herkende zich in Jesus’ verkondiging:

Jesus maakte het oude geloof van Israël weer nieuw.

‘Je zult zelf ook nieuw geboren moeten worden’

had Jesus hem gezegd.

‘Moet ik dan soms weer de schoot van mijn moeder in?’

had Nikodemus stom verbaasd geantwoord.

En dan vertelt Jesus over het nieuwe begin

dat de Heilige Geest van God met ieder mens maakt:

‘de Geest waait waarheen hij wil’ zegt hij

en die boodschap biedt troost in alle tijden.

Toen ooit de profeet Elia afscheid nam van zijn leerling Elisa

vielen er twee delen van de geest van de meester op de leerling..

zo lezen we in de Heilige Boeken van Israël.

Uit dat verhaal spreekt een groot vertrouwen

in de voortgang van de geschiedenis.

Eenzelfde vertrouwen spreekt uit Jesus’ afscheidstoespraken

zoals wij die bij Johannes opgetekend vinden.

‘Jullie zullen in mijn voetspoor gaan’ had Jesus zijn vrienden toegevoegd

en dezelfde dingen als ik gaan doen.

’ Ja, grotere dingen dan ik zullen jullie doen ‘.

De Geest zal jullie oprichten

en ik kan jullie grote supporter zijn vanuit de hemel.

De grote feesten zijn voorbij

de groene zondagen breken binnenkort weer aan.

Omdat wij daar nog niet aanwillen

twee witte zondagen nog,

vandaag zondag van de drieenheid

en de volgende week Sacramentsdag.

Maar de week daarna zullen wij er echt aan moeten geloven:

bijna 25 zondagen achter elkaar groen.

Tot bemoediging van ons geldt dat God

niet alleen de God van Kerstmis, Pasen en Pinksteren wil zijn

maar ook de God van de gewone zon- en weekdagen.

Van al onze levensdagen hoe saai en moeilijk ze soms ook zijn.

Hij werkt met iedereen en altijd.

Er zijn geen mensen die NIKS zijn,

alle mensen dragen de sporen van God met zich mee

en zijn uniek en belangrijk.

De Geest van God werkt altijd door. Ook in onze tijd.

‘Zeg niet dat de tijden slecht zijn’

zegt dezelfde Augustinus

die het mysterie van de Drie-eenheid Gods in zijn hoofd probeerde te krijgen

en er in zijn studeerkamer niet in slaagde.

‘De tijden zijn niet slecht

maar ieder mens wordt er op zijn eigen wijze op aangesproken

in zijn tijd gelovig te zijn,

en er met alle mensen van goede wil

een goede tijd van te maken.

De warmte en de troost van het mysterie van de Drie-eenheid

wordt pas duidelijk voor degene die God toelaat in zijn leven,

voor de mens die ontdekken wil

dat God de God van Israël is

èn van Jesus èn van mij.

De God die met Zijn Geest ouderen trouw doet zijn aan hun geloof

maar die ook met jongeren in de weer is die zoeken en vinden.

De Geest die meegaat met de bruidsparen die elkaar in deze meimaand

en verder deze zomer hun jawoord gaan geven.

En als er gedoopt wordt wordt er een mensenkind opgenomen

in de grote geschiedenis:

van de Vader, God van oudsher,

van de Zoon, die ons voor leefde wat liefde is en

van de Geest die het werk van zijn handen nooit loslaat.

Hoe het verder zal gaan met wereld en kerk weten we niet

maar een ding weten we wel:

er is dat verrassende liefdesplan van God,

God is beweging

de Geest waait waarin Hij wil.

Zoeken in Preken Online