Op Witte Donderdag hebben we tijdens de gezamenlijke viering in de
Jozefparochie, dit jaar de aandacht gevestigd op de manier hoe je het
meest volledig ter communie kunt gaan. Dat klinkt misschien wat vreemd:
“het meest volledig”. Je kunt Jezus toch niet half ontvangen. Als je
ter Communie gaat, ga je toch helemaal ter Communie?
De Katechismus van de Katholieke Kerk uit 1997 zegt “Omwille van
tekenwaarde is de Communie onder beide gedaanten een volmaaktere vorm
van Communiceren. Want door deze vorm komt het teken van de
Eucharistische maaltijd vollediger tot uitdrukking.” (Inl. Altaar
Missaal 240, KKK. 1390)
Maar je ziet twee bewegingen, aan de ene kant zie je een stimulans om
onder beide gedaanten te communiceren, maar tegelijk, en terecht ook,
allerlei aanwijzingen die het geheel inperken, omwille van de
heiligheid van het Sacrament, om zo te voorkomen dat er onvoorzichtig
mee wordt omgesprongen. Dat is lastig, iets willen bevorderen, en
tegelijk meer aandacht vragen voor de zorgvuldigheid en eerbied.
Waar gaat het dan om? In de Gaffel heb ik eerder iets geschreven waarom
ik zelf de voorkeur geef aan het drinken uit de beker, en dat alleen de
priester mag indopen. Dat laatste voelen wij in ons land een beetje aan
als discriminatie. De priester mag wel indopen en de andere gelovigen
niet. Toen rond de uitvaartmis van de paus de kardinalen door indopen
ter Communie gingen, kreeg ik dan ook meteen reactie. En inderdaad, als
je de gelovigen oproept om niet in te dopen, maar je ziet het de
kardinalen wel doen, dan is dat niet het ideale voorbeeld.
Daarom wil ik vandaag op Sacramentsdag nog wat meer toelichten waar het
om gaat. Wanneer we terugdenken aan het bezoek van president Bush aan
Margraten, wie ontvangt hem dan en wie leidt hem rond? Stel dat hulp
uit de postkamer even met de auto naar schiphol zou gaan en hem daar
opwacht, stap maar in de auto meneer Bush. Nee, de minister president
of hare majesteit ontvangt hem, ofwel de hoogste in rang, de hoogste in
aanzien wordt daarvoor gevraagd.
In de Kerk werken we met een heel ander oogmerk, maar de benadering is
vergelijkbaar. De priester is gewijd voor de bediening van de
sacramenten. Daarom is de priester de eerste bedienaar van de
Eucharistie. De gave van het Lichaam en Bloed van Christus betekent
voor ons méér dan de premier, méér dan de koningin of de president van
de Verenigde Staten. Het is voor ons het belangrijkste, maar ook van
een heel andere orde. Er staat geen priester op het vliegveld om Bush
te ontvangen. En de premier staat niet achter het altaar. In de
liturgie gaat het om een andere werkelijkheid, maar de benadering is
vergelijkbaar. De manier van omgaan met de Heilige, stelt eisen aan de
bedienaar.
Deze benadering zie je dan in allerlei dingen terug. De priester gaat
als eerste ter Communie, hij deelt uit, meestal haalt hij de Communie
uit het tabernakel en plaatst het terug, hij nuttigt het heilig Bloed
dat over is in de kelk. De priester is niet de intelligentste of de
belangrijkste, laat staan de machtigste of met de man met de meeste
status; nee, het enige dat hem onderscheidt is zijn wijding. En die
heeft hij ontvangen voor de priesterlijk bediening omwille van de
Heilige, om wille van Christus heilige en heiligende aanwezigheid.
Zo vroeg ook iemand waarom de priester als eerste ter Communie moet
gaan. Het vervelende is dat in de inleiding van het altaarmissaal, in
de algemene richtlijnen wel staat dát het zo is en dát hij als eerste
de Communie nuttigt, maar niet waarom. Ook daar zie je de volgorde
priester, diaken, acoliet, en dan de andere bedienaren. Toch is er een
overweging die mij hierbij veel waard is. U kent ongetwijfeld
verschillende oude gebruiken in andere landen, zoals de vredespijp bij
de indianen. Zonder romantische franje is dat een mooi teken van een
verbondssluiting. De pijp gaat rond en ieder rookt eruit. Wie de pijp
aanneemt en eruit rookt, die bezegelt het verbond, die maakt deel uit
van het nieuwe geheel en wordt mede drager van dat verbond. Het roken
uit de vredespijp was een verbondsteken. Er waren nog andere vormen,
zoals een snee in de duim, beide duimen tegen elkaar, een bloedverbond
en in andere landen nog veel meer.
Jezus sluit een verbond met ons, met zijn Kerk. Dat verbond is gesloten
tijdens het laatste Avondmaal en bezegeld op Goede Vrijdag toen Hij
stierf aan het kruis. Dan pas weten de leerlingen wat die kelk de avond
ervoor, en de woorden van Jezus tijdens dat laatste avondmaal
betekende: “Neemt deze beker en drinkt hier allen uit, want dit is de
beker van het Nieuwe Altijddurende Verbond. Dit is mijn Bloed, dat voor
u en voor alle mensen wordt vergoten tot vergeving van de zonden”
Die beker was niet zozeer een vreugdebeker, het was geen
gezelligheidsdronk, niet een prosit, op je gezondheid, niet de goede
wijn om de stemming te verhogen en je zorgen te vergeten, het was geen
rondje waarbij de gastheer rondging met de fles. Die beker was de
definitieve Verbondsbeker en het Verbod dat gesloten werd, was hét
definitieve Verbond tussen de hemel en de aarde, tussen God en de
mensen, tussen Christus en zijn Kerk. Deze Beker is de dronk van de
nieuwe bruidegom die zijn leven geeft, de beker waarmee de bruid ‘ja’
zegt. Deze beker is de lijdenskelk van Christus met het tranenbrood,
dat Hij uitdeelt en waarmee Hij aangeeft dat Hij zichzelf zal geven met
Lichaam en Bloed.
Als de priester dus voorgaat in de viering, moet hij ook bereid zijn
dit tranenbrood te nemen en te eten, vóór hij het uitdeelt. Hij is niet
alleen bedienaar in Christus’ plaats, hij is zelf ook leerling,
verbondspartner zoals de apostelen. Hij deelt in het Verbod, voor hij
het uitdeelt. Hij moet ook bereid zijn de lijdenskelk te nuttigen en
die niet eerst aan anderen aan te bieden, meer eerst zelf te drinken
voordat hij anderen deze kelk te drinken geeft. Wie de beker aanneemt,
verklaart zich solidair met Christus, die zegt ja op zijn Nieuwe
Verbond en hernieuwt iedere keer dat Verbond waarvoor Jezus zijn leven
heeft gegeven.
Natuurlijk kan in de liturgie iets veranderen, dikwijls omwille van
praktische ongemakken of pastorale nood. Toch is het vanzelfsprekend
dat je probeert het optimale te bereiken voor iedereen, en pas
uitzonderingen te maken als daar een goede reden voor is. In de viering
moet het ook gezellig zijn, er mag ook gelachen worden, we willen
levensnabij zijn en aandacht hebben voor het leven van alledag. Maar
als het om de kern gaat, dan willen we serieus zijn en stil worden, dan
willen we ons bewust zijn van Jezus’ levensoffer en ons met Hem
verbinden omdat Hij zich aan ons verbindt. Dan is de vreugde die de
Communie in ons hart bewerkt de bekrachtiging van het Verbond, als zijn
ja op ons. Zo kiezen wij voor Hem omdat Hij kiest voor ons. Amen.
\
Sacramentsdag A (2005)
A-cyclus · Tijd door het jaar · Sacramentsdag · wit