Er wordt nogal wat kritiek geleverd op computers en op internet. En misschien terecht. Toch zijn er op internet allerlei sites i.v.m. godsdienst en religie die absoluut de moeite waard zijn. Daarom heb ik achteraan een aantal sites gelegd die echt de moeite waard zijn, voor mensen die het medium gebruiken. Zelf lees ik regelmatig preken van predikanten op het internet die mij inspiratie geven.
Een van de predikanten op INTERNET schrijft bij zijn preek voor deze week:
Er wordt tegenwoordig veel aan godsdienstkritiek gedaan (…). Een merkwaardige vaststelling in dit verband is dat we in de evangelies zelf scherpe godsdienstkritiek vinden (…). De kritiek die we in de evangelies vinden betreft de manier waarop geloofsbeleving toen opgevat werd…Het is mijn overtuiging dat Jezus de weg heeft gewezen om op een zuivere, correcte wijze godsdienstige mensen te zijn. Hij besefte dat godsdienstbeleving zeer vlug afglijdt naar formalisme, dat godsdienst herleidt tot uiterlijke vormgeving, en naar legalisme (= allerlei wetjes navolgen) , dat godsdienst herleidt tot het naleven van wetten en voorschriften.
In het evangelie van deze zondag krijgen we een perikoop
opgediend die hiervan een sterk staaltje geeft.
Het is het slot van de bergrede. (Predikant Jan Wuyts)
Daar sta ik volledig achter. Alleen wil het even met mijn eigen woorden zeggen.
Vandaag lezen we inderdaad het slot van de bergrede. De bergrede, die veel meer is dan de bekende ‘zaligsprekingen’, is eigenlijk de grondwet van Jezus’ Rijk, zijn de levengevende adviezen die ons helpen écht leven te willen voor àlle mensen. Eigenlijk zouden we kunnen zeggen: Het is Jezus’ verwoording van de Wet van Mozes, van de Tora, bij ons de tien geboden, liever d etien adviezen, oproepen. Jezus zegt ergens elders: ik ben niet gekomen om de Wet af te schaffen, want geen jota, geen ‘letter’ (dat mogen we niet verkeerdelijk letterlijk nemen, met geen jota bedoelt hij geen enkel gebod) zal uit de wet verdwijnen, maar ik ben gekomen om de wet te vervullen.
De tien geboden, aan Mozes op de berg Sinaï gegeven, werden in de loop van de tijd in Israël verder geïnterpreteerd en de interpretatie ervan werd gegoten in 613 regels of “geboden”. Jezus zegt als het ware: ga terug naar de kern, naar de tien geboden, houdt u aan de essentie. De bergrede is de 10 geboden, de 10 adviezen die Jezus opnieuw verwoordt.
Op het einde van die bergrede (die we vandaag horen) zegt Jezus: “Ieder die deze woorden hoort en er naar handelt, bouwt op rotsgrond; maar ieder die deze woorden van mij hoort, doch er niet naar handelt, bouwt op zand. Het gaat in het Rijk Gods erom die geboden te DOEN, te proberen -hoe moeilijk dat ook is (en het IS MOEILIJK)- die geboden in het leven van àlledag toe te passen.
Jezus zegt in het begin: “Niet ieder die tot mij ZEGT Heer, Heer zal het koninkrijk der hemelen binnen gaan.” Met niet ieder die tot mij ZEGT Heer Heerbedoelt Hij: wie me aanroept, wie tot me spreekt, wie tot me bidt, wie me met woorden vereert, wie ritussen tot mij en de Vader volbrengt…..Niet dat dat bidden, vereren en ritussen slecht zijn, dat is zinvol en ook heel dikwijls broodnodig, maar daar mag het niet bij blijven. Dus “Niet ieder die tot Mij zegt Heer,Heer.;maar hij die de wil van de vader DOET,”- m.a.w. die probeert naar de 10 geboden, de tien wegen tot leven te leven in het àlledaagse concrete leven - “die zal binnen gaan in het koninkrijk der hemelen.”
Laat het mij even vanuit een andere hoek bekijken.
Voor de ballingschap naar Babylonië had het volk Gods de Tempel in Jeruzalem. Daar binnen in stond de TORA, de Wet. Zo waren ze zeker dat de Wet bij hen was en zij dicht bij de wet waren. En zij geloofden dat God onder hen woonde in de Tempel. Zo hadden ze ook God dicht bij zich. En daarom werden in de tempel allerlei ritussen verricht ter ere van God en zijn TORA.
Toen ze na de ballingschap terug mochten keren, hebben velen dat gedaan. Maar ook velen zijn niet terug gekeerd omdat ze waren gaan inzien dat God en de TORA niet alleen in de tempel zijn, maar overal waar zij leefden volgens de TORA, waar zij die 10 geboden in om het even welk land en in om het even welke situatie in het gewoneàalledaagse leven be-oefenden, probeerden uit te voeren met alle mensen met wie ze samen leefden. God en de TORA, de wet, was voor hen niet op de eerste plaats in de tempel te zoeken, maar in hun hart en ziel en in het concrete leven met mensen van allerlei slag, iedere dag.
In de eerste lezing zegt Mozes: Prent mijn!!! woorden in uw hart en ziel, -m.a.w. leef en handel de ganse dag in de geest van de wet- bindt ze als een teken om uw hand -m.a.w.handel met uw handen altijd in de geest van de wet- en draag ze als een band om uw voorhoofd - m.a.w. gedenk in alles wat je doet, dat je het doet in de geest van de wet.
Mozes spreekt over handen en voorhoofd. De joden hebben aan hun huis een kein kokertje hangen, met daarin een vers uit de Tora. En als zij het huis binnen gaan, raken ze dat even met de hand aan . Bij sommig godsdienstige gelegenheden dragen sommige joden een doosje met touwtjes rond hun voorhoofd gebonden. Daarin zitten ook verzen van de TORA. Het aanraken van dat Tora-vers aan de deur en het dragen van dat doosje op het voorhoofd is een soort ritus, misschien een soort bidden en op zich heel goed, zinvol en lovenswaardig, maar daarmee ben je nog niet toe aan wat God en Jezus vraagt.