Lieve mensen,
de tijd staat niet stil. Kardinaal Danneels is 75 geworden en heeft zoals het gebruikelijk is, zijn ontslag aangeboden. We gunnen hem een welverdiend pensioen, maar ik denk dat iedereen, gelovige of ongelovige, zijn vertrek met lede ogen aanziet. We verliezen immers een reus, een echte leider die met rust en wijsheid het bootje van de Kerk doorheen de stormen en woelige zee die ons land op gelovig gebied beleeft wist te sturen. In zijn eenvoud straalt hij heel veel uit: wijsheid en kennis, diep geloof en vertrouwen, degelijkheid en authenticiteit. Doorheen de jaren heeft hij bij vriend en andersdenkende een enorm moreel gezag opgebouwd. Hij bezit de gave niet te vlug te willen spreken. Eerst luistert hij en huldigt hij zich in stilzwijgen als een sfinks. Wanneer hij na zekere tijd dan zijn mening formuleert, kan men er niet omheen en is er ook weinig tegen in te brengen. Ook al strijkt hij daarmee tegen de haren in (denken we maar aan wat hij zei naar aanleiding van de euthanasie van Claus), hij is niet bang om open en onomwonden te vertolken wat hij denkt. Terzelfdertijd kan hij ook heel vaderlijk en sympathiek uit de hoek komen, het maakte hem tot de lieveling van de anders niet zo kerkvriendelijke media. Geef toe, hij weet hoe hij ze moet bespelen, zonder zich eraan te verkopen. We zullen hem missen. Heel ons land - en dus niet alleen de Kerk - heeft nood aan leiders met gezag zoals kard. Danneels; aan mensen die integer zijn, op wie je kunt bouwen en vertrouwen; mensen met wijsheid en visie die rust en degelijkheid uitstralen; mensen met waarden en normen die ze zelf belichamen, hun ‘ja’ is ‘ja’, hun ‘neen’, ‘neen’ en dus zijn ze de moeite waard om na te volgen. Ze zijn als een rots in de branding, je kunt op hen een huis bouwen dat de stormen des levens zal weten te trotseren.
En daarmee is de link naar het Evangelie van vandaag gelegd. Dit stukje Evangelie komt op het einde van de Bergrede, Jezus’ omschrijving maar vooral verdieping van de Wet van Mozes, het fundament van de Joodse geloofsleer en samenleving. Jezus ergert zich aan allerlei valse profeten die het goed kunnen zeggen hoe het allemaal moet, maar het vertrouwen niet waard zijn: als ’t er op aan komt Gods wil en woord in praktijk te brengen, bakken ze er niets van. Wat ze zelf doen en beleven, staat haaks op wat ze verkondigen of een ander opleggen. Schijnheiligheid heet dat. Het is van alle tijden. Een troost misschien dat het zichzelf straft, dat wisten de schrijvers van het boek Deuteronomium ook al zoals we hoorden in de eerste lezing: “zegen als je gehoorzaamt aan de geboden, vloek als je ervan afwijkt.” Ik denk aan bepaalde politici die een vurig pleidooi houden om privé en werk gescheiden te houden. Het mogen dan de meest getalenteerde ministers of staatshoofden zijn, maar als ze op privé-vlak er een potje van maken, heeft dat hoe dan ook een weerslag op hun geloofwaardigheid als leider, enfin, toch bij velen.
Is dat dan zo moeilijk om die wet van God te integreren in je leven ? Ik denk dat het er vooral op aan komt om te proberen authentiek te zijn. Mensen hebben vlug door als je iets verkondigt waar je zelf niet achter staat. Of als je ze naar de mond praat om hun gunsten te verkrijgen of populair te doen. Ze zullen uiteindelijk afhaken want je bent niet geloofwaardig. Waarom ? Omdat je geen rots bent maar drijfzand. Zoals eerder al gezegd hebben we in onze tijd echt nood aan mensen waarop je kunt bouwen. Moeten ze daarom allemaal van het caliber van kard. Danneels zijn? Dat zou prachtig zijn, maar het kan niet en het hoeft ook niet. Ik ken in mijn leven mensen die voor mij als een rots zijn, mannen of vrouwen uit mijn omgeving, familie of vriendenkring, nu nog levend of gestorven. Heel authentieke mensen op het vlak van geloof en waarden, waar ik naar op kijk, mij aan spiegel en die mij gevormd hebben tot wie ik ben. Geen perfecte mensen, want dat bestaat niet, maar zelfs in hun zwakheden waren of zijn ze authentiek en dat maakt hen zo geloofwaardig en tot een echte steun. Ik ben ze ontzettend dankbaar en in dit samenzijn gaat mijn gebed naar hen uit. Niet om ze te aanbidden - ’t zijn mensen met gaven en gebreken - maar wel om ze dankbaar te koesteren omdat ze wegwijzers zijn naar God en een echte zegen in mijn leven.