9e zondag door het jaar A (2005)

A-cyclus · Tijd door het jaar · 9e zondag · groen

Ik wil eerst een verhaaltje vertellen. Er stonden eens drie mensen voor de hemelpoort. Ze waren er alle drie van overtuigd dat ze hoog in de hemel zouden komen, want waren toch altijd heel gelovige mensen geweest. Zoals u weet: aan de hemelpoort staat Petrus, want die heeft de sleutels van de poort gekregen. Petrus vroeg de drie: hebben jullie als gelovige mensen geleefd op aarde?
De eerste zei: Ja zeker Petrus. Ik heb jarenlang theologie gestudeerd. Daar ben ik doctorandus in. Ik heb stapels theologische boeken gelezen, en ik heb er zelf ook een geschreven: “ons geloof in de drie-ene God”. Petrus knikte eens en deed net of hij zeer onder de indruk was.
“En wat heb je voor de mensen gedaan?” vroeg hij de theoloog. “Niet zoveel,” zei de man. “Daar had ik ook geen tijd voor. Ik heb eigenlijk altijd met mijn hoofd in de boeken gezeten.”
“Zo zo”, zei Petrus en wendde zich naar de tweede man aan de poort: “En jij, ben je gelovig geweest in je aardse leven?” “Ja zeker”, antwoordde deze. “Het grootste deel van mijn leven heb ik in het klooster doorgebracht met bidden en mediteren over Gods grote mysteries. Dat heeft mijn geloof grote diepte gegeven.”
“En wat heb je voor de mensen gedaan?” vroeg Petrus hem. “Nou,” zei de man. “Daar heb ik ook geen kans voor gehad. Ik heb in het klooster nooit veel met mensen te maken gehad, maar ik heb wel voor hen gebeden.”
Petrus knikte eens en keek vragend naar de derde man. Die stond een beetje zenuwachtig heen en weer te schuifelen. Hij zei: “Ik ben bang dat ik niet zo gelovig ben geweest. Ik heb nooit veel geleerd, en van al dat geleerde gepraat snap ik niets. Ik heb wel wat gebeden, maar niet zoveel als misschien zou moeten. Ik had al mijn tijd nodig om voor mijn ziekelijke vrouw te zorgen, en toen die gestorven was, ben ik bij de Zonnebloem gegaan om zieke en eenzame mensen te bezoeken. Maar verder heb ik eigenlijk niet veel gedaan”, zei hij en keek een beetje benauwd.
Maar Petrus zei tegen hem: “Waarde vriend, kom gauw binnen, jij hebt een plaats verdiend in de zevende hemel.” En tegen de andere twee zei hij: “Jullie mogen wel naar binnen, maar je moet wel naar de kelder, daar is een speciale afdeling voor geleerde professoren en brave monniken. Jullie hebben wel geloof in je hoofd gehad maar niet veel in je handen en dat is het voornaamste in de ogen van de Heer. Tot zover dit verhaaltje n.a.v. het evangelie van deze viering.
Eigenlijk gaat het daar niet om de hemel na dit leven, maar om het koninkrijk van de hemel in ons leven hier en nu. Dat koninkrijk binnengaan is de opdracht voor ons allemaal maar voorwaarde is wel dat je je geloof in Jezus’ boodschap heel concreet handen en voeten geeft naar elkaar toe.
Echt gelovig zijn heeft niets te maken met wetenschap, geleerdheid, ook al is het natuurlijk goed dat er geleerde heren en dames zijn die veel geloofszaken kunnen verklaren, uitleggen en verdiepen. Tegelijk moeten we beseffen dat we niet alles kunnen begrijpen en niet alles in ons geloof kunnen beredeneren.
Echt gelovig zijn is ook niet hetzelfde als veel bidden, ook al is bidden heel belangrijk om de band met God en elkaar levend te houden en kracht te putten uit die verbondenheid. Voor mensen die nooit bidden, is gelovig zijn meestal ook een brug te ver.
Maar echt gelovig zijn moet altijd zichtbaar worden in wat je doet voor elkaar, met name voor degenen die het moeilijk hebben op welke manier ook. Dat is het voorbeeld dat Jezus ons gegeven heeft. En als je dat heel concreet waar maakt in je leven, dan is je levenshuis stevig gebouwd, stevig gegrondvest en kun je tegen een stootje als het onverhoopt eens gaat stormen.
Geloven doe je niet op je dooie eentje, maar altijd samen met anderen. En samen kun je sterk zijn.

Zoeken in Preken Online