Als u wel eens op vakantie bent geweest, dan hebt u waarschijnlijk ook de ervaring opgedaan, dat we veel teveel meenemen. Uiteindelijk hadden wij het meeste plezier van de bagage die wij niet hadden meegenomen. Het is meelijwekkend als je mensen ziet, die zo eindeloos veel meeslepen. Dan zie je ze zeulen op Zaventem met twee loodzware koffers, en met dito handbagage. Zes kostuums, twaalf japonnen, tien overhemden, veel teveel verschoningen. Of je ziet afgeladen auto’s rijden met de kofferbak bijna op de grond, met een imperiaal er bovenop, en een aanhangwagen erachter, waarin massa’s levensmiddelen in blik, waarvan ze beslist de helft weer mee terugzeulen. En we gaan toch maar voor twee of drie weken op vakantie. Maar als je dit allemaal ziet denk je dat ze aan het verhuizen zijn.
Wie gaat kamperen neemt een luchtbed mee, geen Auping matras. Op een camping zet je een tent op, of als je goed in de slappe was zit: een caravan, maar je zet er geen huis neer, want we zijn er maar voor een paar weken. Doch blijkbaar zit het ons in het bloed: zorgen voor morgen. En onderweg heb je dan de grootste ellende als je een keer wat uit je koffer hebt gehaald. Dan is die niet meer dicht te krijgen. En de tweede keer kun je al niets meer vinden. En we leren er als maar niets van. Terwijl wij er minstens van moesten leren dat je niet teveel moet meenemen, dan krijg je ook geen gedonder bij de douane.
Eigenlijk is heel de wereld maar een camping. Wij zijn hier maar tijdelijk. Daarom moeten we niet doen alsof we hier altijd zouden zijn. Als je eens op zolder rondkijkt, of als je gaat verhuizen, merk je dat: wat hebben we toch een boel troep. Wij moeten niet alles willen hebben. Wij moeten niet steeds meer willen hebben. Wij moeten alleen willen hebben waar we onderweg plezier van hebben, en wat ons dankbaar maakt. Maar alles wat ons daarvan afhoudt: laten we dat opruimen. Om het wat duidelijker te zeggen: het is eigenlijk te gek, dat wij zo’n luxe hebben, als je weet dat zoveel mensen nog niet eens het allernoodzakelijkste hebben. Als je dit weet - en we weten het - dan kun je er geen echt plezier meer aan beleven. Daarom zei Jezus: zoek eerst het rijk Gods en zijn gerechtigheid. En gerechtigheid is niet: al die luxe.
Wij zijn onderweg naar het rijk Gods. En dat is een rijk van vrede en gerechtigheid voor allen. Daarom is het zinvol om onze bagage eens goed na te kijken en datgene wat wij kunnen missen af te staan aan anderen die er om verlegen zitten.
Dat is inderdaad moeilijk. Vooral omdat wij leven temidden van mensen die niet in de gaten hebben dat deze wereld maar een tijdelijke woonplaats is. Wij hebben de neiging met die mensen mee te gaan door steeds meer te willen hebben. Maar wij mogen niet vastzitten aan datgene wat anderen broodnodig hebben.
Deze wereld is tijdelijk. Heel de wereld is maar een camping. Daarom moeten we niet teveel bagage willen meenemen. Daar krijgen we gedonder mee aan de grens. Willen wij komen tot dat Godsrijk van vrede en gerechtigheid, dan kun je bij die grens alleen maar invoeren waarop staat: made in heaven. De rest raak je onherroepelijk kwijt. Wij kunnen geen imperiaal schroeven op onze doodskist. En ook geen aanhanger meenemen.