Ik hoorde van een man die altijd verschrikkelijk zuinig, zeg maar pinnig was geweest. Hard gewerkt: elk dubbeltje omgedraaid en zijn kinderen ter verantwoording geroe¬pen voor elke cent die besteed werd. Zijn vrouw had hij altijd gewezen op het feit dat er hard voor gewerkt moest worden en dat je het niet onnodig mocht uitgeven. Zo waren de kinderen groot geworden en er waren kleinkinderen gekomen. Vader en grootvader bleef zuinig.
Maar op een goede dag was het kermis en opa, die nam de zeven kleinkinderen mee. Op de kermis was zo’n kraam waar je goedkope horloges kunt hengelen. Opa begon te vissen en hij rustte niet voordat hij er zeven gewonnen had. Meer dan honderd gulden gaf hij eraan uit. Zo kwamen ze thuis met zijn achten. Ze vertelden wat er gebeurd was en de kinderen zeiden verwonderd: “Maar Pa, je bent toch niet ziek?” De kleinkinderen die glunderden met de horloges aan hun arm en ze zeiden: “Opa, dat is zó’n peer.”
Zo vergaat het grootouders vaker. Wanneer het over hun kleinkinderen gaat, gooien ze een hele hoop principes die altijd gegolden hadden toen ze zelf kinderen hadden, overboord, Ik hoorde een kind tegen zijn vader en moeder zeggen: “Opa en oma die zijn veel moderner dan jullie, daar mag ik veel meer van.” En opa’s en oma’s die geven dat ook toe. Veel toegevender dan ze ooit waren. En ze weten ook hoe dat komt, want nu ze eenmaal opa en oma zijn, nu is een stuk van de zwaarte van de verantwoordelijkheid van hun schouders genomen. Ze weten dat ze er niet alleen voor staan. Ze weten dat de eigenlijke verantwoordelijkheid ergens anders ligt. Het is niet zo dat ze niets meer doen, dat ze hun handen niet meer uitsteken, integendeel, sommigen worden veel actiever dan ze ooit geweest zijn. Maar het gaat niet meer gepaard met de grote zorgen. En daarom zijn ze een stuk vrijer geworden.
Als Jezus vandaag zegt tegen mensen: “Kijk naar de vogels en kijk naar de bloemen”, had hij er ik ook bij kunnen zeggen: “Kijk naar de opa’s en oma’s” en raak ook een stuk van de zware last kwijt die sommige mensen hebben. Dat geldt niet alleen voor het grootbrengen van kinderen, het geldt ook voor het werk en om een plaats te krijgen in deze samenleving. Al deze dingen bezorgen mensen soms een drukkende angst.
Misschien bent u vanmorgen ook buiten gekomen en zag u dat het al lente begint te worden en hebt u gedacht: “Ik moet toch wel goed kijken dit jaar dat ze me de lente en de zomer niet opnieuw afpakken, omdat ik het zo druk heb en zoveel dingen moet doen.”
Zo angstig bezorgd dat dit zal lukken en dát zal gaan. Ondertussen ontgaat je wat er aan goeds is in de natuur en tussen mensen in. Als je helemaal opgaat in wat je moét doén, kan er op den duur geen lachje meer af.
Wat is het belangrijkste? Dat ik mijn plicht doe of dat God mij geeft van al het goede? “Ach”, zegt de Heer van alle dingen, “daar wil ik vandaag niet over praten. Ik wil het vandaag hebben over het verschil tussen viooltjes en vergeet-mij-nietjes.”