1Doorbreek de wet van geweld-tegengeweld
Voor enkele weken lazen we tijdens de eerste lezing de 10 geboden voor. Geboden zijn er om onderhouden te worden. ‘Gij zult niet doden. Gij zult niet liegen.” Dat is een beetje als een wegcode: met de wagen moeten we rechts van de baan rijden. Niet een beetje rechts.
Veertien dagen geleden hebben we in de zondagsviering het begin van de Bergrede gelezen: de acht zaligheden. We herinneren het ons zeker nog: Zalig de armen van geest, zalig diegenen die opkomen voor gerechtigheid en vrede… Dit lijkt ons wereldvreemd en we geven de voorkeur aan een vertaling van een Joodse auteur die zegt (in het frans: en marche les pauvres…) Wij vertalen soms*: gij die verdrukt wordt, sta op. Ik, de Heer, sta aan uw zijde.* Het is natuurlijk zo dat ze zalig zijn als de Heer aan hun zijde staat.
Vorige zondag hoorden we ook uit die Bergrede de goede raad ons te verzoenen met mensen die met ons in onmin leven, alvorens onze offergaven aan te bieden. Vertaald: alvorens ‘s zondags naar de viering te komen zou het echt goed zijn in vrede te leven met onze medemensen. Dat is geen bevel maar een goede raad. Stel je voor dat wij vandaag hier allemaal in vrede en vriendschap zouden leven met iedereen. Dat zou echt zalig zijn.
Vandaag gaat het evangelie verder met ons aan te sporen anders en beter te leven dan we van nature uit gewoon zijn. En dat is weer straffe taal die ons tot nadenken aanzet.
Er is ons geleerd dat we onze naasten moeten liefhebben. Dat volstaat niet, verklaarde Jezus. ‘Ik zeg jullie: heb je vijanden lief, bid voor wie jullie vervolgen.’
‘Als je slaag krijgt van iemand, moet je niet terugslaan. Je moet hem niet met gelijke munt terugbetalen.’
‘Als iemand je voor de rechter daagt en je jas van jou eist, geef hem dan ook je overjas.’
‘Word je gedwongen één mijl met iemand mee te gaan, ga er dan twee met hem mee.’
Wat wil dat zeggen? Is het wel redelijk dit van ons te eisen.
Luister: in het Oude Testament lezen we hoe mensen opkomen tegen onrecht door zelf geweld te plegen. Dat ligt een beetje in de natuur van de mens. Ze dachten zelfs dat God ook zo handelde. Om de zondige mensen met Hem te verzoenen moesten ze offers brengen, door dieren te offeren of door een zwart schaap, beladen met de zonden van de mensen, de woestijn in te jagen waar het zou sterven van de honger. Dat is een vorm van geweld, de prijs die we moeten betalen om terug in vrede te leven met God. Men noemt dat de wet van de wederkerigheid. Poets, wederom poets, zeggen wij. En wij zijn er nog niet van af. Dat gaat zelfs zo ver dat men ons nog durft zeggen dat God de kruisdood van zijn Zoon eiste om de mensen te verlossen. Dat is in totale tegenspraak met de manier van leven, van doen, van spreken van Jezus.
Het totaal nieuwe met de komst van Jezus Christus is dat hij breekt met die wet. Het is niet God die verlangde dat zijn Zoon aan een kruis moest sterven om de mensen met Hem te verzoenen. Het zijn de mensen die Hem gekruisigd hebben.
Je moet eenzijdig durven zijn. Paulus schreef het aan de Romeinen (12,17). Vergeld het kwaad niet met kwaad, bestrijd het door goed te doen.
Als je geslagen wordt, heb je het recht even hard terug te slaan, maar dat doe je niet.
Je reageert niet boos op je vijand, je toont dat je hem liefhebt en zonder je te verweren laat je hem je nog eens slaan.
De eisen van het evangelie klinken ongelooflijk, zo veeleisend, zo onmogelijk, dat veel mensen geneigd zijn te reageren: nee, daar is geen beginnen aan! We leven niet in de hemel maar op aarde en de volmaaktheid is niet van deze wereld.
Inderdaad, christenen moeten geen helden zijn. Zij kunnen niet volmaakt zijn, ‘onverdeeld goed’, zoals God onverdeeld goed is. Maar in de Bergrede geeft Jezus ons een goede raad. En Hij heeft dat zelf waar gemaakt. Hij bande alle geweld uit zijn leven. Aan Petrus zei Hij het zwaard op te bergen als ze Hem arresteren in de hof van olijven. Aan het kruis zegt Hij: Vader vergeef het hen. Ze weten niet wat ze doen.
Een keer gebruikte Hij wel geweld. Dat was in de tempel, uit verontwaardiging. Hij kon n iet verdragen dat men van het huis van God een markt had gemaakt.
Toen wij jong waren zongen we uit volle borst een lied dat we nu niet meer horen: Er groeien idealen… Wij droomden ervan in een betere wereld te mogen leven. En men leerde ons er werk van te maken. Die vaste wil, dat voornemen om in vrede te leven met de mensen, dat vaste voornemen om met open handen naar mensen te gaan en niet met gebalde vuisten, om de wet van geweld-tegengeweld te doorbreken, dat is de goede raad die het evangelie ons geeft, geweldloosheid. Dat is christelijke inspiratie. Dat is geen flauwe kul, zoals ik onlangs las. Het is wel een dringend appel gericht tot ieder van ons. Doe aan elk-ander wat je graag zou hebben dat men aan jou zou doen.
We moeten altijd blijven proberen voor medemensen zo goed als God te zijn. Dat we nooit opgeven hun te tonen, hoe gebrekkig ook, hoe God heilig en onverdeeld goed is.
Bie Boon. Inspiratie gevonden bij B.J. De Clercq o.p.