Wattjes (2011)

A-cyclus · Tijd door het jaar · 7e zondag · groen

Het leven is niks voor watjes, zeggen sommigen. Het is stoer om brutaal te zijn. Het is soft om iets voor een ander over te hebben. Het is stom om voor een zieke mevrouw boodschappen te doen als je 16 jaar bent. Je bent een zacht ei als je als jongen ballet leuk vindt en het is ’not done’ met zachte woorden iemand te genezen. Daar zijn zelfs spreekwoorden voor bedacht: Zachte heelmeesters maken stinkende wonden. En natuurlijk is dat af en toe zo. Er zijn mensen die hun hele leven bang en angstig, voorzichtig en overdreven bescheiden over straat lopen, hun werk doen en wonen. Ze worden door allerlei instanties, door hun bazen en de overheid en noem maar op gekoeioneerd. Nee, soms moet je in je leven ook voor je zelf opkomen en zelfs van je afbijten, maar op andere momenten mogen we ook zacht zijn om echte veranderingen te bewerkstelligen.
Over die momenten van het leven spreekt Jezus in zijn Bergrede. In de tijd van Jezus gold de wet: oog om oog en tand om tand. Als iemand je iets aandeed, moest aan de dader hetzelfde gebeuren. Jezus zegt daarover: Ik zeg jullie een zaak niet uit te vechten met iemand die je heeft kwaad gedaan. Als iemand je op de ene wang heeft geslagen keer hem dan ook de andere toe. Nu hoor ik veel mensen denken en zeggen:
“Dat zal ik mijn kinderen en kleinkinderen toch niet leren. Het moeten geen watjes worden die nog zachter dan zacht door het leven getekend zullen worden omdat de wereld van vandaag zo hard is.”
Misschien hebben ze ergens wel een punt, toch is Christus ons een stevige boodschap aan het voorhouden. Keer je andere wang toe! Als je terugslaat kom je in een spiraal van geweld. Van de koude oorlog en de bewapeningswedloop in de jaren 50, 60 en 70 weten we nog wel dat als er ergens op de wereld weer kernbommen werden geplaatst dat er aan de andere kant ook weer bijkwamen.
Uit de gemeenschappelijke kerken kwam toen het voorstel: Laten we zelf eens de eerste stap nemen en wat wapentuig wegdoen. En zo is het gegaan. Nu is dat grote wereldpolitiek, maar in het klein kan het net zo goed. Kun je iemand vergeven die je kwaad heeft gedaan. Kun je dan de eerste stap ten goede zetten omdat je vijand of medemens dat niet kan.
Kun je zelf de eerste stap nemen. Jezus heeft niet gezegd dat je daarin “zotte Joke” of “gekke Henkie” moet zijn, maar kun je met opgeheven hoofd je andere wang aanbieden met de gedachte of woorden: hier doe je mij geen kwaad mee.
Ik vergeef je en nou jij weer…
Wezenlijke veranderingen en verbeteringen beginnen niet bij een ander. Dat wist de bond zonder naam al lang, van wie een van de bekendste spreuken is geworden: “verbeter de wereld en begin bij jezelf!”
Moderne eigentijdse psychologen weten het ook. Iemand die bij hen in de stoel ter begeleiding zit kan de wereld niet veranderen. Kan de werkdruk de maatschappij de samenleving de ander niet veranderen. Je kunt alleen je eigen manier van omgaan ermee veranderen. Niet terugslaan, niet stressen, niet boos worden, maar met opgeheven hoofd sterk en krachtig zeggen. Jouw boosheid raakt mij niet.
Het is geen kwestie van angst om een ander je wang toe te keren. Je bent geen watje als je niet terugslaat. Je doet iets bijzonders als je instaat bent je vijand lief te hebben, als je niet alleen je broeders groet maar ook degenen die je niet kent, die anders praten of anders denken dan jijzelf. De boodschap van het evangelie daagt ons uit sterk te zijn, is niks voor watjes, maar voor mensen die zichzelf en daardoor de wereld een klein beetje liefdevoller maken.

Zoeken in Preken Online