Hij zou wel eens 2.700 jaar oud kunnen zijn, die tekst uit het boek Leviticus. Dat is niet niets. En wij lezen dat nog vandaag. Het is een eerbiedwaardige tekst. Het is voor een heel volk, dat rechtstaande luistert. Het is een heel programma voor mensen, die samen beslissen goede mensen te willen zijn onder Gods oog. Het is geen holle retoriek van iemand, die het goed kan zeggen. Het is een blikopener: zo levend staan we voor Gods aanschijn.
En hetgeen me daarin zo boeit, is de uiterst concrete toon. Nooit en nergens is het vaag of algemeen. Het gaat over de oogst, over de blinde en de dove, over de ouderling en de migrant, over de rechtspraak, over de dagen en de jaren, over de dieren en de knechten, over waarzeggerij en horoscopen. En dat heeft met God te maken van de eerste tot de laatste lijn.
Zó komt Hij mensen nabij, maar dat weten we wel: God wil niet zomaar vereerd worden met wierook en veel gloria alleen. Hij wil vereerd worden in de verering van mensen, in de eerbied voor de dingen en het ritme van het leven. Dat hebben we al duizend keren gehoord. Maar hier staat het heel sterk: zo alleen en niet anders kunt ge Hem vereren. Zo alleen. Dat is het sterke punt.
En als ik dat eens zou overschrijven voor vandaag, dan zou dat even concreet kunnen zijn. Maar dan hebben we veel werk en moeten we elk kwartier leven vol attentie, met volle bewustzijn. Nu eens voor het kind, dan voor de man en de vrouw; nu eens voor de zieke, dan voor de gezonde; nu eens voor de oude mens, dan voor de jonge mens; nu met aandacht voor ons geld, dan met aandacht voor het geld van de ander; nu eens voor het eigen volk, dan voor de vreemdeling; nu eens voor de natuur die verloederd wordt, dan voor de cultuur die gebanaliseerd wordt; nu eens voor de eigen vorming, dan voor de vorming van de ander. En ga zo maar door. Een hele boterham. En we zouden het allemaal moeten doen. In Gods naam.
Wordt ons leven dan niet overbelast? Wordt onze aandacht daarmee niet overvraagd? Gaat dat de mens niet te boven? Kan een mens dat allemaal op zijn agenda plaatsen?
Ik denk van wel, want het is bijbeltaal en de bijbel overvraagt de mens nooit. Principieel wil de bijbel dat niet doen. Zodus.
Het kan als het niet als een massieve rots voor ons staat. Dan worden wij verpletterd. Maar als we het mogen doen in schijfjes van een kwartier, dan kan het. Dan wordt het heiligheid naar onze maat.
Zo gezien is de goede mens, de heilige, niet de mens uit één stuk, niet de perfecte, de volmaakt evenwichtige, maar een mens die stuksgewijze wijs is.
Een mens met verdeelde en verdelende liefde.