De mensen van tegenwoordig zijn tamelijk allergisch voor geboden en voorschriften. Zij zien ze niet meer als een hulp, maar veeleer als een beperking van hun persoonlijke vrijheid. Men wil zelf zijn privéleven inrichten. Wat zonde is willen zij zelf bepalen. Zij laten zich geen wetten voorschrijven door de Kerk.
Er is geen enkele pastoor die de zondagsplicht heeft afgeschaft of die zegt: ‘Je hoeft zondags niet meer naar de kerk te komen. Blijf maar rustig thuis als je geen zin hebt of te moe bent’. Toch voelen de mensen zich niet meer aan de zondagsplicht gebonden.
Geen kerkelijk gezag heeft de persoonlijke biecht afgeschaft, maar de mensen komen eenvoudig niet meer.
Geen bisschop heeft gezegd: ‘Het is niet zo erg als je ongehuwd samenleeft’, en toch doen de mensen het zonder iemand iets te vragen.
Geen concilie heeft gezegd: ‘Als je niet gelukkig bent in je huwelijk, ga dan maar weg en trouw met iemand anders’, en toch wordt elk vierde huwelijk gescheiden.
De oude voorschriften: ‘Het is u niet geoorloofd…’, ‘Gij moet…’, ‘Gij moogt niet…’ doen het niet meer en daarvoor is in de plaats gekomen: ‘Ik doe wat ik goed vind’, of: ‘Ik maak zelf met mijn geweten wel uit wat ik moet doen'.
Dat gebeurt allemaal onder het mom van ‘zelfverwerkelijking’ en van ‘gewetensvrijheid’. Van de anderen trekt men zich niets aan. De lezingen van deze zondag spreken echter een heel andere taal. Zo lezen we bij voorbeeld in de eerste lezing: ‘God gaf aan de mensen zijn geboden en voorschriften. Wanneer gij wilt, kunt gij de geboden onderhouden. God heeft niemand bevolen te zondigen en aan niemand verlof gegeven om kwaad te doen’.
In het evangelie zegt Jezus: ‘Ik ben niet gekomen om de wet op te heffen’. En dan klinkt het als hamerslagen: ‘Gij hebt gehoord dat tot onze voorouders gezegd is… Maar Ik zeg u…’ Misschien gaan deze woorden wel tegen ons gevoel in, maar het is toch goed dat wij ze ter harte nemen. Misschien zijn ze toch niet zo levensvreemd, ook niet in onze samenleving.
Is het werkelijk zo dat iedereen kan doen wat hij wil, tot zelfs ‘baas in eigen buik’? Zijn wij zo gelukkig geworden met ons recht op zelfbestemming? Is het werkelijk goed om alles te doen zoals het mij het best uitkomt? Zouden er werkelijk minder tranen vloeien, zou er werkelijk minder ontgoocheling of angst zijn, sinds wij ons geen enkel voorschrift meer laten welgevallen? Is de prijs die wij voor die vermeende vrijheid betalen, niet te groot, en moeten vaak de anderen niet de rekening betalen van onze zogenaamde vrijheid?
Dat de mens niet alles mag doen wat hij kan doen, bewijzen de bewapeningswedloop, de milieuvervuiling, de drugshandel, de abortus- en echtscheidingswetgeving.
God gaf de mensen zijn geboden ten leven: ‘Hij heeft vuur en water voor u neergezet, gij kunt uw handen uitstrekken naar wat ge verkiest’. Voor de mensen liggen het leven en de dood… Zou het niet kunnen dat de God van de bijbel tenslotte beter weet dan wij wat het leven dient, wat de mens werkelijk gelukkig maakt? Konden wij maar weer inzien dat de bergrede van Jezus, waaruit het evangelie van vandaag genomen is, geen beperking is van de menselijke vrijheid, maar een wegwijzer voor een menselijker samenleving.
Jezus heeft gelijk als Hij zegt: moord en doodslag gebeuren niet op het ogenblik dat je iemand een mes tussen de ribben steekt, moord begint met nijd, haat, woede.
Jezus heeft gelijk als Hij zegt: echtbreuk begint niet bij de echtscheiding, maar begint met fantasieën en wensen, met te weinig liefde en aandacht.
Niet alleen een plechtige meineed voor het gerecht is erg, maar ook al leugen, het spreken van halve waarheden, het uiten van verdenkingen.
Jezus is gekomen opdat de mensen het leven zouden bezitten in overvloed; daarom heeft Hij ook de wet tot vervulling gebracht door die wet te verinnerlijken. Hij weet beter dan wijzelf wat werkelijk goed is voor de mens. Zijn woorden zijn alleen woorden ten leven…