Dan zal uw licht stralen

A-cyclus · Tijd door het jaar · 5e zondag · groen

Veel zondagen na elkaar lezen we uit de Bergrede. Ze is de eerste van de vijf grote redevoeringen, waarin Matteus woorden van Jezus samenbrengt.

Wat hij zegt is allereerst tot zijn leerlingen gezegd. We horen wat hem bezielt en wat hij van zijn leerlingen verwacht. Jezus zelf is doordrongen van wat van hij van anderen vraagt en ons heeft voorgeleefd. Hij zelf is gedreven om te handelen voor de gerechtigheid van God en de doorbraak van Gods koninkrijk.

Jezus gebruikt een taal die optilt. Je kunt iemand zo aanspreken dat hij in zijn schelp kruipt en niets aandurft. Je kan positieve beelden gebruiken die aanmoedigen. Dit doet hij ondermeer met de beelden van de stad op de berg, dit over het zout en dat over de lamp.

Mensen betekenen veel voor anderen. Wat wij doen, blijft niet onopgemerkt. Zelf weten we niet altijd wat het uithaalt. Er zijn mensen die naar ons kijken, aan ons woorden en daden iets hebben. Tharcisse was studentenpastoor en kreeg veel confidenties. Zo wist hij van studenten die opkeken naar medestudenten en zich optrokken aan het geloof en inzet van vrienden. Die studenten wisten het zelf niet.Wij moeten ook niet altijd willen weten wat anderen over ons denken. Doe goed en verdwijn. Bedel niet om applaus.

De stad op de berg

Jezus gebruikt drie beelden om de uitstraling weer te geven. Een ervan is heel duidelijk en gemakkelijk te begrijpen. Een stad op een heuvel is van verre te zien. “We hebben een sterke stad”, zingt W. Barnhard. Wie wonen daar in die stad? ( ZJ 709)

Burchten zijn op heuvels gebouwd om gezien te worden en om zelf vandaar uit veel te zien. Die beeld zegt iets minder daar waar alles vlak is en waar stad en platteland in elkaar vloeien. Maar waar muren afgebroken zijn en alles vlak is, de rolluiken opgerold, zien en weten mensen meer van elkaar. Met de moderne media is het al moeilijk om iets te doen, wat anderen niet kunnen achterhalen. Dit maant ons zelf aan tot omzichtigheid om niet alles uit te bazuinen en niet alles al googlend mede te delen.

Heb zout in jezelf

Naast het beeld van een stad is er dit van het bescheiden zout. Zout is in Israël geen onbekend product. De Dode zee is de zoutzee, nu een goudmijn voor de productie van cosmetica. De toehoorders van Jezus kenden de legendes over de zoutklomp van de vrouw van Lot en hadden de voorschriften uit het boek Leviticus voor ogen: “*Het zout als teken voor het verbond met jullie God, mag bij het graanoffer niet ontbreken” (*Lev. 2,13; cfr 2 Kron. 13,15). Wat gezouten is, bewaart langer. “Voor de Heer geldt dit als een eeuwigdurend, met zout bekrachtigd verbond tussen jou en je nakomelingen” (Num. 18,19). “Ein Salzbund ist ein lang anhaltender, ein ewiger Bund” (Peter Zurn, Versteckt euch nicht, SKZ 4 / 2011). Een gezouten relatie duurt langer!

Als teken van gastvrijheid werd en wordt in bepaalde culturen zout aangeboden. Wanneer Jezus zegt dat zijn leerlingen zout zijn voor de aarde, zou dit kunnen betekenen dat zij instaan voor een stevig verbond, een gekruide relatie, een met pit en door gastvrijheid getekend.

In de spijzen is het zout bescheiden aanwezig. Je mag er niet te veel van nemen, maar je hebt mineralen nodig. Teveel zout schaadt de gezondheid en neemt de smaak weg, daar wat het moet dienen om aan de spijzen meer smaak te geven. Leerlingen kunnen smaakmakers zijn. Zout moet daarvoor vermengd worden. Een geliefd thema van paus Franciscus komt hier naar boven. Hij heeft al herhaaldelijk verklaart dat een christen zich niet mag afsluiten voor de anderen. Het ligt hier voor de hand een zin aan te halen uit een van zijn ochtendpreken in Sancta Martha. “Wees geen museumchristenen, die het door Christus geschonken zout verloren hebben. Wij mogen het zout van het geloof, van de hoop en van de barmhartigheid niet voor onszelf behouden” (Homilie, Vaticaanstad, 23 mei 2013). Wanneer zout in een zoutvat bewaard wordt en niet gebruikt, haalt het niets uit. Het zout is er voor de smaak en om te kruiden. Bij juist gebruik ervan, proeven we niet meer het zout. Elk van de spijzen krijgt daardoor meer zijn eigen smaak. De paus knoopt er de beschouwing aan toe dat wij als christenen vanuit ons geloof elk met onze eigen gaven leven en de gemeenschap dienen. Wij zijn elk op onze eigen wijze gekruid. En zo gaan we naar de anderen toe en danken we God.

“Zout is goed! Maar als het zout zijn kracht verliest, hoe zullen jullie het zijn kracht dan teruggeven? Zorg dat jullie het zout in jezelf niet verliezen en bewaar onder elkaar de vrede” (Mc. 9,50).

In de uitdrukking van ‘zout der aarde’ ligt de opdracht besloten voor de christen en de kerk om solidair te zijn met de wereld, er zich in te mengen. Daartegenover roept het beeld van het licht meer de gedachte op contrast te zijn tegenover de wereld. Wij kunnen proberen die twee opdrachten samen te houden. Het is een moeilijke gang over een smalle berggraat. “In der Sicht des christlichen Glauben haben Christen und Christinnen in ihrem Verhältenis zur Welt immer als ‘Licht der Welt’ und damit im deutlichen Kontrast zu ihr und als ‘Salz der Erde’ und damit in einem fundamentalen solidarischen Bezug zu ihr zu erweisen und zu bewähren” (K. Koch, Kirche im Übergang zum dritten Jahrtausend, p. 148).

Een lamp op de standaard

Jezus heeft nog een derde beeld om de waarde van het leven van zijn leerlingen te omschrijven. Ze zijn als een lamp, een lichtbron. Dit derde beeld uit de bergrede, dit van de lamp heeft aan kracht ingeboet, want wij baden voortdurend in een vloed van licht. We hebben een hoog energieverbruik. Wij weten nauwelijks nog wat donkerte is.

Zijn we nog gefascineerd door het licht? Een kleine lichtbron verdrijft al het duister. Te veel licht overrompelt en kan verblinden en verschroeien. In een wereld met zijn veel sterren en vedetten, met helden en topmanagers valt het licht minder op.

De leerling vroeg aan zijn meester: „Wat is het verschil tussen kennis en verlichting?“ De meester gaf als antwoord: „Als je kennis hebt, gebruik je en zaklamp om de weg te vinden. Als je verlicht bent, wordt je die lamp“ (Anthony De Mello).

Het berust op een algemeen menselijke overtuiging dat wie goed doet een weldaad is voor anderen en licht uitstraalt. Wat moeten wij doen om licht te geven? Ons zelf verbinden met de bron van het licht. „Er moet licht komen, en er was licht“ (Gen. 1,3). Dit is het eerste woord van God in het boek Genesis. Wij brengen licht in de wereld door het goede te doen.

Jezus concretiseert het niet wat met het goede bedoelt. Het goede betaat daarin dat we de Tora volgen en volbrengen wat Jezus in de bergrede zegt. Allicht heeft hij bij wat hij zei Jesaja voor ogen, die op deze vijfde zondag tot ons spreekt en ons zegt:

„je brood delen met de hongerige,

onderdak bieden aan armen zonder huis,

iemand kleden die naakt rondloopt,

je bekommeren om je medemensen?

Dan breekt je licht door als de dageraad,

je zult voorspoedig herstellen.

Je gerechtigheid gaat voor je uit,

de majesteit van de HEER vormt je achterhoede.

dan zal je licht in het donker schijnen,

je duisternis wordt als het licht van het middaguur” (Jes. 58,7-8)

Doorheen alle schijn en glinter blijven we niet ongevoelig voor getuigenissen van mensen die zich voor anderen inzetten. Tertio en Kerk en Leven richten terecht de schijnwerper op zulke mensen of zetten hen in de klapstoel. Half 2013 verscheen het eerste nummer van Goeiedag. Het brengt ‘goed nieuws” (zie www.goeiedag.net)

Er zijn zoveel goede dingen die wij vanzelfsprekend vinden en waar wij nauwelijks bij stil taan. Wij zien de persoon niet die een uur voordat ik voorbijkwam, de steen opraapte waarover ik had kunnen struikelen.

In de depressieve vlagen over onze tijd mogen we de goede dingen niet vergeten die elke dag geschieden. Onze wereld verandert elke dag, maar toch steekt er nog waarheid in wat een optimist dertig jaar geleden schreef:

“Er zijn treinen die op tijd aankomen.
Er zijn gelukkige scholieren en studenten.
Er zijn mensen die met voldoening
werken, tenminste zij die werk hebben.
Er zijn onderzoekers die vinden en resultaat boeken.
Er zijn landbouwers die oogsten
en winkeliers met een glimlach.
Er zijn functionarissen
die het algemeen welzijn behartigen
en er zijn vrijwilligers die hun
tijd besteden aan onderlinge hulp.
Er zijn vriendelijke rijkswachters en
hoffelijke agenten.
Er zijn ondernemingen die werken.
Er zijn komedies met een goede afloop,
er zijn films die niet zwartgallig zijn.
Er is nu en dan zonneschijn.
Er steekt in deze lijnen een beetje optimisme.
Waarom niet?”

(J. Planchais).

In eigen kerk verandert het pastorale landschap. Veranderingen die met pijn gepaard gaan en die die tevens nieuwe wegen toelaten. De goede dingen opsporen en ondersteunen. Het goede van hen die volhouden en niet opgeven. Ook de zoektocht naar vitale geloofsgemeenschappen, zoals gebeurde tijdens het Liurgisch congres 2013. “Om de levenskracht van het evangelie aan het licht te laten komen, is er nood aan vitale gemeenschappen waar verkondiging, liturgie en diaconie aan hun trekken komen” (Kerknet; www.liturgischcongres.be).

Twijfel niet. Het licht blijft branden en wolken hebben nog een gouden rand.

De Heer blijft als een nieuwe zon over ons opgaan (Zang van het Benedictus).

Zoeken in Preken Online