Niet murw worden!

A-cyclus · Tijd door het jaar · 5e zondag · groen

Beste vrienden,

Voelden jullie je aangesproken bij het horen van die woorden uit het evangelie­: ‘Gij zijt het zout der aarde, gij zijt het licht der we­reld’? Wie van ons voelt zich ‘zout der aarde’, of wie zegt van zichzelf dat hij of zij ‘het licht van de wereld’ is? Of gaan die woorden ons misschien niet aan? Zijn het dan uitspraken van Jezus die alleen voor anderen zijn bedoeld?

De tekst komt uit de eerste van de vijf toespraken van Jezus, die Mattheüs, vlak na de zaligsprekingen, in zijn evangelie heeft opgenomen. In al die toespraken doet Jezus een beroep op ons. Hij nodigt ons uit om iets te betekenen en die uitnodiging wordt nog versterkt door wat Hij erop laat volgen: “Wanneer jullie niet het zout der aarde zijn, wanneer jullie je licht niet laten schijnen, hoe moet mijn boodschap dan verder gaan?”

Vooraleer we die woorden op onszelf of op anderen gaan toepassen, moeten we toch eerst eens kijken wat ze betekenen. Over “zout” kunnen we wel één en ander zeggen. We kennen allemaal wel uitdrukkingen waarin het woord “zout” voorkomt. Ie­mand ongezouten de waarheid zeggen. Het zout in de aardappelen niet waard zijn. In deze uitdrukkingen wordt het woordje “zout” figuurlijk en in negatieve zin gebruikt. In het Eerste of Oude Testament heeft zout te maken met de trouw aan het verbond. “Bij alle meel-offers moet ge zout doen; bij geen enkel ervan mag het zout van uw verbond met God ontbreken” (Lev. 2, 13a). Ook in ons dagelijks leven speelt zout een belangrijke rol in onze voeding. Te veel is niet goed, maar als ons eten zoutloos is, smaakt het ook niet. Zout is ook van groot belang voor de conservering van le­vensmiddelen. In vroegere tijden, toen de mensen voor het bewaren van bederfelijke etenswaren afhankelijk waren van zout, was het zelfs een belangrijk handels­artikel. Zout was, en is nog steeds, on­misbaar.

Ook ’licht’ speelt een belangrijke rol. Ook daar vinden we in onze taal voorbeelden over. Iemand is (g)een groot licht. Je steekt ergens je licht op, wanneer je iets te weten wilt komen. In onze moderne 21e eeuw hebben we niet meer zo veel ervaring met de tegen­stelling licht en donker. Maar ik herinner me nog goed dat mijn grootmoeder vertelde dat zij als jong meisje thuis iedere morgen ne­gen olielampen moest schoonmaken, een lastig werkje dat meer dan een uur in beslag nam. Wanneer in die tijd iemand een “licht” genoemd werd, betekende dat heel veel. Tegen die achtergrond spreekt Jezus ons over licht direct aan: ‘Jullie zijn het zout en het licht’. En Hij voegt er nog versterkend aan toe: “Als jullie dat niet waarmaken, wat moet er dan van terecht­komen?”. Het is alsof Hij zegt: “Ik heb jullie nodig”. Jezus gebruikt daar zeer klare beelden voor: zout dat krachteloos is geworden, dient tot niets; en een lamp moet je zo gebruiken dat zij zo­veel mogelijk licht kan verspreiden. Die toevoegingen worden nogal eens verkeerd verstaan. Zij worden dikwijls als tegenstelling gelezen. Alsof er sprake is van zout dat goed is, en zout dat krachteloos is; van licht dat wel, en licht dat niet verlicht. Zou Jezus dat bedoelen? Maakt Hij het ons zo gemakkelijk?

Een voorbeeld. Veel ouders vinden het spijtig dat hun kinderen de band met de kerk verloren hebben. Ze kunnen het misschien wel begrijpen, maar het blijft voor hen gevoelsmatig toch moei­lijk te aanvaarden. Horen die kinderen nu tot dat zout dat nergens toe dient, en dat door de mensen vertrapt zal worden? Dat is niet acceptabel, want, zo zeggen die ouders, het zijn wel goede mensen, mijn kinderen. Ze zijn maatschappelijk geëngageerd en ik heb er bewondering voor dat ze zo veel voor elkaar en voor anderen over ­hebben. Zouden zij dan niets betekenen? Kun je hen beschouwen als wegwerpartikel?

Integendeel, kijken we even naar de eerste lezing. Daarin is ook sprake van licht. Jesaja heeft het over eerlijk en oprecht leven, waar hij ons laat weten onder welke voorwaarden wij voor elkaar tot licht kunnen worden. Eerst straft hij de onoprechtheid met betrekking tot het vasten af. Vasten heeft niets, maar dan ook helemaal niets, te maken met een vroom gezicht, met een voorgewende houding van vroomheid en nederigheid. Vasten is iets doen en staat in directe relatie met ge­rechtigheid: brood delen, zwervers opnemen in je huis, je niet ont­trekken aan de zorg voor je zuster of broeder. Daar word je zelf heel van, zegt Jesaja. En dan schildert hij in een ontroerend mooi beeld wat er op ons toekomt: ‘Uw licht breekt door als de dageraad, uw wonden groeien spoedig dicht: geluk gaat voor u uit, en de glorie van de Heer sluit uw stoet.’

Jesaja leert ons dat juist degenen die oog hebben voor de noden van anderen, en die zich niet verschuilen achter een waas van onoprechte vroomheid, een licht zullen zijn. Zij zullen door de Heer geleid worden. Het is een andere invulling van vasten dan de betekenis die ons vroe­ger werd geleerd, toen we van alles moesten nalaten. Jesaja koppelt vroomheid direct aan gerechtigheid, aan het wel en wee van de samenleving, en aan dat van mensen in die samenleving. Je moet wel dingen laten, maar dat zijn alleen die dingen die anderen bena­delen.

In Polen ging onlangs weer de grote wereldmilieuconferentie door. Vertegenwoordigers van vele regeringen, in dure hotels met alle faciliteiten probeerden een weg te vinden om uit milieu­problemen te komen en bindende afspraken te maken. Tegelijker­tijd was er, zoals steeds, ook een grote schaduwconferentie: vertegenwoordigers van groepen uit evenveel landen gingen met elkaar in gesprek, hun belangen besprekend en druk uitoefenend op de officiële delegaties. Voor hen geen vrij reizen, geen logies met ontbijt in een luxe hotel, geen uitnodigingen voor recepties en diners. Wel onderlinge bemoediging en nog dieper dui­ken in de problematiek. En heel veel eigen inspanning, zich niet klein laten krijgen, blijven vechten voor een wereld waarin niet een klein deel van de wereldbevolking het ( te) goed heeft ten koste van het overgrote andere deel. Zij accepteren de uitbuiting van arme landen niet. Zij zeggen terecht, dat de hele problematiek van het milieu een gevolg is van ongerechtigheid, van uitbuiting en van verkeerd gebruik van de schepping. Ze gebruiken daarbij niet veel vrome woorden, maar stellen de politiek van de rijke landen aan de orde. Zij ondersteunen hun argumenten met harde gegevens en duidelijke cijfers. Voor wie het zien wil, zijn zij een licht, omdat zij iets doen oplichten van waarachtige bekommernis om medemen­sen en om de aarde zoals zij ons is toevertrouwd.

Ik denk dat zowel Jesaja als Jezus over dat licht spreekt. En over deze wijze van trouw zijn, van zout der aarde zijn. Juist die milieugroepen, Greenpeace, de Vierdewereldbeweging, de missie- en ontwikkelingsgroepen vertegenwoordigen iets van dat visionaire van Jesaja! Zij duwen ons telkens weer met de neus op de feiten! Natuurlijk zijn ze dikwijls lastig. Toch zijn zij onder ons de mensen die geloven in een visioen; die blijven volhou­den dat het anders kan. Wij hebben geen wereld te beheren ge­kregen die af is, geen aards paradijs. We hebben de aarde gekre­gen om haar tot ontwikkeling te brengen, en wel zo dat zij een plaats is om te wonen, voor alle mensen. Wij mogen niet stilstaan of ons murw laten maken door de ellende die we dagelijks voorge­schoteld krijgen. Juist omdat de wereld is zoals zij (nu) is, wordt er een beroep op ons gedaan. Iedereen die pijn heeft aan de onge­rechtigheid zoals zij/hij die om zich heen ziet, wordt ertoe uitge­nodigd zich in te zetten.

Wanneer Jesaja zegt dat onze wonden spoedig dicht zullen groeien, gaat hij ervan uit dat wij gewond zijn, dat er met ons iets mis is. Maar hij wijst de weg naar genezing en heil. Bijbels heil; dat wil zeggen: brood delen, naakten kleden, zwervers een dak boven hun hoofd bieden, vluchtelingen opnemen, je om je naaste bekomme­ren. Het is geen nieuwe boodschap; we kennen haar van buiten. Letterlijk van buiten, aan de buitenkant. Niet dat we onwillig zijn, maar het vraagt veel eigen inspanning haar echt ter harte te ne­men. En zij geeft troost. Want ieder van ons die zich bekommert om gerechtigheid, die met vallen en opstaan, probeert er iets van terecht te brengen, mag horen: Jij bent, omdat je trouw bent, zout der aarde. Je bent ook een licht, omdat je een weg wijst waarop het anders moet. Reken erop dat de Heer aan jouw kant staat. Re­ken erop dat jij de weg gaat die Jezus bedoelt. Amen

Zoeken in Preken Online