5e zondag door het jaar (2005)

A-cyclus · Tijd door het jaar · 5e zondag · groen

Wie rondkijkt op zondag in onze kerken komt tot het besef dat we stilaan een minderheid geworden zijn: men spreekt dan tegenwoordig over “minderheidskerk” in een wereld die meer en meer onverschillig en onchristelijk is geworden.

Dat wij als christenen “een minderheid” geworden zijn is geen comfortabele positie. Maar het hoeft helemaal niet het einde te zijn van de kerk.

Jezus heeft zijn volgelingen nooit een comfortabele positie beloofd en nooit gezegd dat ze met velen zouden zijn. Integendeel: hij lijkt ons vandaag te zeggen dat we klein zijn, maar toch voor velen veel betekenen. Jezus gebruikt hiervoor vandaag drie beelden in het evangelie. Jullie zijn het zout der aarde, het licht van de wereld, de stad op de berg.

Deze drie beelden die Jezus gebruikt, hoe verschillend ze ook zijn van elkaar hebben één zaak gemeenschappelijk: ze werken voor anderen door er eenvoudig te zijn. Ze bestaan voor anderen, niet voor zichzelf.

Zout gebruikt men om de oven harder te doen branden. Er de fut in te houden. Zo moeten ook de leerlingen zijn: mensen die er de fut in houden: mensen die er gloed insteken, mensen die er het heilig vuur inhouden. Zout geeft smaak en behoed voor het bederf.

Zo moeten christenen zijn in de wereld. Ze moeten de smaakgevers zijn in de maatschappij. Ze moeten er voor zorgen dat onze gemeenschap niet ten onder gaat aan oppervlakkigheid en waardeloze dingen.

Zout gaat helemaal op in iets anders. Het zout in het zeewater ziet men niet, maar toch geeft het er smaak aan.

Zo zijn ook de leerlingen van de Heer. Ze gaan ogenschijnlijk op in de wereld, in de alledaagse bezigheden. Maar vanuit het evangelie krijgt alles een diepere achtergrond en een andere toekomst. Christenen zijn geen mensen die andere dingen doen, maar die de dingen anders doen. Met de voeten op de grond, het hoofd in de lucht. Zodat ze verder kijken dan hun neus lang is.

Stad op de berg. In het bergachtige Palestina waren de steden gebouwd tegen de flank van de berg. Witgekalkte muren. Je zag ze van ver. Ze waren een oriëntatiepunt zoals de St.Katharinatoren. Ze waren wegwijzers op de weg naar hun doel. Zo moeten de leerlingen van Jezus zijn, wegwijzers voor de wereld. Door onze manier van leven en denken zouden de mensen moeten weten waar ze aan toe zijn.

Gij zijt het licht van de wereld: een licht schijnt vanzelf: daar hoef je niets bij te doen; een licht dat niet schijnt bestaat niet.

Uw licht moet schijnen voor het oog van de mensen, zodat zij uw goede werken zien en uw vader verheerlijken die in de hemel is.

In de eerste lezing uit Jesaia wordt ons gezegd wat die goede werken zijn:

-Deel uw brood met de hongerigen

-Neem de dakloze zwervers op in uw huis

-Kleed de naakten die ge ziet

-Keer u niet af van uw medemens

Dan zal uw licht stralen als de dageraad. Dan zal uw gerechtigheid voor u uitgaan. Dan zal de glorie van de Heer u op de voet volgen. Dan wordt uw nacht als een middag.

Een christen heeft dus zijn talenten niet ontvangen om zichzelf te amuseren, maar anderen te dienen. Het behoort tot het wezen van de christen te werken als zout, te schijnen als licht. Dit heeft niets te maken met pretentie of aandacht zoeken. Want het licht dat wij uitstralen komt niet van onszelf. het is het licht van Jezus zelf dat in ons werkt. Wij leggen getuigenis af van dat licht.

Deze woorden van Jezus zijn niet enkel tot ons gericht als persoon maar ook tot ons als gemeenschap: onze parochie.

Ook als parochie:

Zout der aarde

Licht der wereld zijn

Stad op de berg

Het samenkomen op zondag voor de eucharistie is getuigenis geven van ons gelovig zijn. Maar er is meer. Hier gebeurt iets groots: De Heer maakt ons tot kerk, tot zijn levende gestalte. Zoals brood en wijn, geconsacreerd worden tot teken van de levende Heer, zo worden wij als gemeenschap omgevormd innerlijk geconsacreerd tot de gemeenschap van de Heer. Terecht zouden wij na elke eucharistie mogen zingen: Dat het licht in ons mag blijven branden.

Maar christen zijn moet ook te zien zijn buiten de kerk.

Ik ben altijd blij als ik zie dat mensen die naar de kerk gaan zich ook actief inzetten in onze gemeenschap: in de verenigingen, werkgroepen, actiegroepen of de gebuurtes.

Als ik op huisbezoek ga hoor ik wel eens verhalen over mensen die in de buurt zijn komen wonen. Soms hoor ik wel eens zeggen: onze buren, beste mensen. Ze gaan wel niet naar de kerk maar je mag ze voor alles lastig vallen. Ze staan altijd klaar. En van een ander gezin: die mensen gaan wel naar de kerk, maar voor de rest heb je ‘d er ook niets aan.

Over wie zou Jezus zeggen: gij zijt het zout der aarde, het licht der wereld. Christen zijn moet te zien en te voelen zijn in ons leven.

Wij hebben op onze parochie vele en goede organisaties. De meesten dragen een C in hun naam. Het zijn vaak ontmoetingsplaatsen van sterk gelovige mensen en minder gelovige mensen, van kerkelijke mensen en randkerkelijke.

Hierin ligt een grote kans maar ook een gevaar.

Het gevaar om het christelijk aspect dat we in onze naam dragen niet meer aan bod te laten komen, omdat de meerderheid er niet schijnt naar te vragen.

Een kans ook om juist door bewust rond dit christelijk aspect van de verenigingen te werken, getuigenis te geven aan hen die verder afstaan en hen zo uit te nodigen te groeien in eigen geloof.

Laten wij in deze eucharistie bidden en de Heer ontmoeten opdat Hij ons zou omvormen tot zout der aarde, licht der wereld, stad op de berg. Amen

Zoeken in Preken Online