Je ouders konden vroeger nog wel eens iets zeggen waaraan je twijfelde. De onderwijzer of juffrouw wist heel veel, maar kon zich ook vergissen. De baas had meestal, maar niet altijd, gelijk. Maar als de pastoor iets zei, was het waar. Hij was er een van de kerk en de kerk wist het zeker. Roma locuta, causa finita zo luidde de stelling (Als Rome gesproken heeft, is daarmee de kous af), discussie gesloten, punt uit, amen en over.
De kerk wist immers precies en zeker wat waar was, wat goed en kwaad was en bemoeide zich met alle aspecten van het leven. Zij kende zich bij monde van de paus een zeker en onfeilbaar leergezag toe. Ze sprak vaak in termen van macht en sierde zich met de attributen van de machtigen der aarde. De koning droeg een kroon, de keizer had er twee in één en de paus drie boven elkaar, de tiara. Baas boven baas… Ook al wil dat nog niet iedereen geloven, het meeste daarvan heeft zijn tijd gehad. Overal in de wereld - en dus niet alleen in Vlaanderen - de alom in de wereld groeit het vermoeden dat zo’n kerk niet overeenkomt met de bedoelingen en idealen die Jezus ons voorhoudt in de zaligsprekingen.
We hoeven er dan ook niet over in te zitten als de kerk nu een toontje en soms een hele toonladder lager moet zingen. Wie heeft er trouwens gezegd dat de kerk het hoogste en laatste woord zou moeten hebben? Jezus niet.
We moeten niet blijven jammeren dat de tijd voorbij is van veel en grote kerken, gevuld met mensen die dat moesten. Wie heeft gezegd dat de kerk massaal en sterk zou moeten zijn? Jezus niet. Die zegt dat christenen licht moeten zijn, zout der aarde, zuurdesem, gist dat alles doortrekt.
En we moeten ook niet treuren dat ons zoveel vroegere zekerheden zijn ontnomen. Jezus preekte geen zekerheden, maar zaligheden!
Als geloofsgemeenschap moeten we het dus niet te veel zoeken in grootheid, macht en zekerheden, maar - aldus de bergrede - in eenvoud, mededogen, barmhartigheid, vredelievendheid, gerechtigheid. Dan worden we kinderen van God genoemd en zijn we met elkaar kerk in de geest van Jezus Christus. Dat is: een kerk met minder zekerheden en zekerweters en met meer zaligheden en zalige mensen.
En wat zalige mensen zijn legt ons Jezus uit. Zalig ben je - op weg naar het echte geluk - als je niet weelde en luxe tot einddoel van je leven maakt. Zalig ben je als je verdriet hebt om het onrecht dat almaar voortduurt en als je zelf probeert rechtvaardig te zijn. Je bent op de goede weg als je zachtmoedig bent. Dat is: geen kwaad met kwaad vergelden en kunnen vergeven. Zalig ben je als je barmhartig bent, meelijdt met mensen in nood en nooit te lui bent om te helpen. Zalig ben je als je je idealen bewaart, je niet te vlug uit het veld laat slaan en blijft geloven in een nieuwe toekomst, hier en voorbij de horizon van ons bestaan.
Om zo te zijn hoef je niet geleerd te zijn, geen geld te hebben of in aanzien te staan. Integendeel schreef Paulus: “Niet velen van u waren geleerd, niet velen machtig en maar weinigen waren van hoge afkomst… Maar wat voor de wereld voor gek wordt versleten, die zwak worden geacht en van gewone komaf, die heeft God juist uitgekozen”.
Het lijkt erop dat onze grote machtige kerk weer zwak en onaanzienlijk moet durven worden om de echte kerk van Jezus Christus te kunnen zijn.