Stel u eens voor dat u bij een medisch specialist zit omdat er iets aan een been mankeert. Naam, adres, telefoonnummer, geboortedatum en zo is al ingevuld. “Hebt u een aanvullende verzekering en bij wie?” “Ik zal het met mijn collega’s bespreken wanneer we er aan kunnen beginnen, eerst natuurlijk screenen , dan ontwerpen we een stappenplan, we maken natuurlijk nog daarvóór een risicoprofiel en risicoanalyse om te kunnen komen tot een validatie en optimalisatie. Zo gauw dat rond is, kan dus wel een paar maanden duren, krijgt u een oproep en dan beginnen we.” Hier lopen we tegen het spreekwoord aan: “Eerst gedaan en toen gedacht heeft menigeen in leed gebracht.” Jawel, maar er zijn toch grenzen, want misschien moet u na die maanden op een brancard worden aangevoerd. Het kan ook anders. Misschien dat u even mag doorlopen naar het behandelkamertje voor een spuitje, een pleister en de zaak is verholpen.
Ze waren er al ver vóór onze jaartelling: mensen op wie een beroep wordt gedaan, dan heel diep gaan nadenken, het in de vergadering gooien enzovoorts, enzovoorts. Maar “garen op de klos”, nee dat niet, want het zijn denkers en hoe dieper ze nadenken hoe later of nooit worden het doeners.
Gelukkig ben je als je zo arm van geest bent, onbevangen en direct dat je meteen aan de slag kunt. Dat maakt je zelf gelukkig en ook anderen die op je aangewezen zijn.
“Gelukkig de armen van geest, want hun behoort het rijk der hemelen”. Deze uitspraak van Jezus Christus lezen we vandaag, bekend als één van de " acht zaligheden". Ze bevatten in het kort de complete “Blijde Boodschap” van Jezus Christus. Vanwege de beschikbare tijd en ons beperkte uithoudingsvermogen houden we het even bij deze eerste uitspraak.
Er is een tijd geweest dat dit werd uitgelegd als een aanprijzen van de armoede, niets hebben, niet genoeg om van te leven, net iets te veel om van te sterven. En het Rijk der hemelen dat zou dan de tijd zijn na dit beroerde aardse leven en daar komt het dan allemaal goed.
Nu mag het even diep in ons doordringen dat Jezus nergens zijn volgelingen aanraadt om honger te lijden en in lompen gehuld door het leven te stappen. In tegendeel: zorg voor je zelf en ook voor elkaar. Wie niet voor zichzelf gezorgd heeft kan ook niets voor een ander doen.
En dan dat Rijk der Hemelen. Jezus heeft het niet over het leven ná dit leven.
Daarover spreekt Hij vrijwel nooit. Wel verzekert Hij ons dat we nooit uit Gods hand vallen en daar mogen we het mee doen, verdere bijzonderheden over ná de dood houden Hem niet bezig. Hij heeft het steeds over het Rijk der Hemelen nu, de wereld zoals bij de schepping bedoeld, een wereld vol gelukkige mensen, waar men om elkaar geeft, zodat je zelfs met je verdriet gelukkig mag zijn, want dan krijg je zeker een arm om je heen, die troost.
Gaat het hier dan helemaal niet over materiele armoede? Jawel, ook. We weten het van onszelf of van anderen, dat hoe rijker men is, des meer bedenkingen heeft men dan vóór dat er ergens wordt bijgesprongen. De rijken zijn meestal de slimmeriken, de denkers, want die vind je zelden onder de doeners. Misschien is het daarom wel gemakkelijker om gelukkig te zijn voor degene die weinig heeft, want die heeft over weinig bezit ook weinig zorgen, maar ook de rijke kan gelukkig zijn en tegelijk arm van geest omdat hij of zij niet in het bezit gevangen zit, onbevangen ermee omgaat.
Jezus’ leerlingen vroegen Hem: “Hoe kan ik gelukkig zijn”? Dat vroegen ze niet voor het hiernamaals, maar voor nu.
Het antwoord was: Of je nu arm bent of rijk, laat je leven niet beheersen door bezit, maar wel door de zorg voor elkaar. Dat maakt je zelf gelukkig en de ander ook.
Moge het zo zijn. Amen.
Denkers en doeners (2008)
A-cyclus · Tijd door het jaar · 4e zondag · groen