Autosalon (2005)

A-cyclus · Tijd door het jaar · 4e zondag · groen

Het is weer Autosalon.

Je kan het overal zien en lezen. Koop nu aan salon voorwaarden. De wegen naar de Heizel zullen weer vol stromen.

Het status symbool van dit jaar is “de Terreinwagen”. Dat is de nieuwe god van deze tijd. Daarvoor stromen duizenden mensen samen in de zalen van de Heizel.

De kerk is vervangen door het Autosalon. Daar worden ze aanbeden. De goden van de weg.

Er heerst een paradijselijke toestand: alles mooi versierd. Het glimt allemaal. Mooie tapijten en vloeren. Mooie vrouwen, op de wagen, in de wagen, langs de wagen.

Het autosalon doet aan sociale verheffing: Je kan laten zien dat je iets waart bent. Dat je geen gewone jongen bent. Dat je het zelf goed hebt en je iets duur kan kopen. Bovendien, we doen er een goed werk mee. Hoe meer auto’s, hoe beter voor de schatkist.
Iemand noemde het: De tentoonstelling voor opgeblazen kikkers, voor de happy few, niet voor de 5 miljard mensen van de wereld. De wereld van de Farao’s.

Temidden van al die glitter en glamour staat een bijzonder standje: een soort spreekgestoelte, wat verheven, zodat iedereen de spreker kan zien.

Hij heeft een korte boodschap: slechts acht lijntjes. Hij herhaalt ze altijd opnieuw: enkele helpers delen pamfletjes uit met diezelfde acht lijntjes. Na een tijdje ken je ze van buiten want ze beginnen allemaal met hetzelfde woord: Zalig zij die… De spreker is ook een V.I.P. en hij heeft het over de VIP in gods ogen. De meeste mensen lopen aan het standje voorbij. Sommigen nemen achteloos een briefje aan dat hun wordt toegestoken.

Enkelen lijken toch geïnteresseerd en blijven staan. Ja, lijken wel geboeid door het verhaal van de spreker. Een wat opvallend allegaartje is het.

Een meisje in verwachting voor ze trouwt. Spoedbestelling.

Herders op wie wordt neergekeken.

Vissers die aan lager wal geraken.

Tollenaars die collaboreerden.

Weduwen, blinden, bezetenen, een prostitué.

Ook Hij heeft het over een droom: niet voor enkele uitverkorenen maar voor alle mensen, zelfs voor de rijken van het auto salon.

Mattheus die de boodschap van Jezus in zijn tijd wil hertalen houdt rekening met de nieuwe situatie. Hij leeft in een tijd van armen en rijken. Er waren ook rijke mensen die zich kwamen aanmelden als christen. Ze hadden geen honger en waren niet arm. Ook voor hen is er een plaats bij de vips van God. Vooral de gezindheid, de innerlijke gesteltenis is van belang. Vandaar dat Mattheus spreekt over de armen van geest; de zuiveren van hart. Hongeren en dorsten naar gerechtigheid. Morele kwaliteiten.

Hij legt de nadruk op het onontbeerlijk menselijk antwoord. De mens moet er wat voor doen. Van Godsdroom komt niets in huis als wij niet op een andere manier durven denken en doen.

Wie in deze tijd durft kiezen voor deze levensstijl krijgt applaus van Godswege. Zoals toen zullen het ook vandaag vaak heel gewone mensen zijn die durven ingaan op die uitnodiging.

Zo was het ook in Paulus tijd. Hij schrijft het in zijn brief aan de christenen van Corinthe.

“Naar menselijke maatstaf waren er niet veel geleerd, niet velen machtig, niet velen van hoge afkomst. Nee, wat voor de wereld dwaas is, heeft God uitverkoren om de wijzen te beschamen. Wat niets is om teniet te doen wat iets is opdat tegenover God geen mens zou roemen op zichzelf.

Mag ik dan niet naar ’t autosalon? Mag ik dan geen nieuwe auto kopen? Natuurlijk wel, maar verlies je ziel niet in het salon en verkoop je hart niet aan een auto.

Zoeken in Preken Online