Degenen onder u, van mijn leeftijd, die zijn opgegroeid in de jaren 1950-1960 met de Franse chansons van Léo Ferré, Louis Aragon en Jacques Brel, herinneren zich misschien nog dat harde, cynische chanson van Jacques Brel: “Ça va”. De Duivel komt even op aarde terug om te kijken hoe zijn zaken er bij staan en of zijn belangen goed behartigd worden, en keert dan tot volle tevredenheid weer naar de Hel terug om verslag uit te brengen, en zijn leidmotiv is dan: “ça va”, ‘het gaat goed’,! Het gaat goed met mijn zaken, er is op de aarde veel haat en nijd, er is verraad, bedrog, vernietiging, oorlog, “ça va!”. Geld leidt de wereld, alles is voor geld te koop, ook de deugd is voor geld te koop, “ça va!”. De mensen zijn niet vrolijk meer, en wordt niet meer gezongen in de straten van Parijs, “ça va!”. De Duivel, terug van zijn reis op aarde, constateert dat zijn zaak er goed voor staat.
En wat zou God zeggen, wanneer Hij weer eens terug zou komen op onze aarde ? Een oude Joodse legende vertelt hoe God plaatsnam op de Troon van de Gerechtigheid, om de wereld te oordelen. Maar toen Hij begreep dat, wanneer Hij de wereld zou oordelen, de wereld dan vernietigd zou worden, verliet Hij de Troon van de Gerechtigheid, en nam Hij plaats op de Troon van de Barmhartigheid (Victor Malka, Les plus belles légendes juives, p. 194).
Die gedachten kwamen bij mij op bij het lezen van de Evangelie-lezing van vandaag. Want de Koning, die vandaag verschijnt als Rechter over levenden en doden, die op het einde der tijden de grote scheiding aanbrengt, ontpopt zich niet zozeer als een rechter, maar veeleer als een herder, een “goede Herder”. Een herder, die, zoals Jezus zelf zei, 99 van de 100 schapen binnen de veilige omheining achterlaat, om het éne verloren schaap te gaan zoeken. Dan hebben we dus echt niets te vrezen, zoals we zongen in psalm 23. De herder zal er persoonlijk voor zorgen dat geen van Zijn schapen verloren gaat. En als de Rechter zich Koning noemt, dan is Hij een koning die eigenlijk geen koning is, want Hij identificeert zich niet met de machthebbers, de leiders, de regering, de grootsten, maar met de geringsten, de allerkleinsten van zijn onderdanen. Hij zegt niet ‘mijn onderdanen hadden honger’, maar Hij zegt: “ik had honger, ik was vreemdeling, ik was in de gevangenis …”
Eigenlijk kan men zich afvragen of de Evangelielezing van vandaag wel over het Laatste Oordeel gaat ? Het is een parabel, een verhaal, een nadenkertje. Er wordt niet gevraagd naar iemands geloof, er wordt niet gevraagd naar iemands min of meer trouwe kerkbezoek, er wordt gevraagd: wat heb je voor je medemens gedaan? Of niet gedaan? Daar ligt de toetssteen. Het gaat dus niet over het Laatste Oordeel, het gaat over ons dagelijkse leven.
“Uw Koninkrijk kome”, zo vraagt Jezus ons iedere dag te bidden in het gebed dat Hij ons geleerd heeft, het Onze Vader. Maar tegelijkertijd leert Hij ons: “Het Koninkrijk Gods is er al, midden onder jullie, zien jullie het niet?” Gods Koninkrijk is er al. Het wordt van dag tot dag, iedere dag, gesticht, gevormd, gemaakt, opgebouwd.
Vandaar ook de vraag van zowel de schapen als de bokken: “Wanneer hebben wij U gezien?”. Inderdaad, de moeilijkheid is nu eenmaal die afwezige, die onzichtbare God te zien. Die onbekende God te ontdekken in het dagelijkse, in het gewone. Misschien, als wij die God wél gezien hadden, zouden wij anders gereageerd hebben? Zoals wij wel eens zeggen, als excuus: “Ik had niet gezien dat jij het was. Als ik geweten had dat jij het was, zou ik dat nooit zo gezegd hebben …”
Jezus’ verhaal over de laatste schifting vinden wij natuurlijk wat zwart-wit. Want ook al kan die God uit de Joodse legende van zojuist het niet over Zijn hart verkrijgen om de wereld te vernietigen, toch stuurt Jezus in Zijn verhaal de helft van de mensheid de Hel in. Precies de helft, zoals dat is afgebeeld op dat prachtige schilderij van Rogier van der Weyden, dat u kunt gaan bewonderen in de Hospices van Beaune, in de Bourgogne. Zo hebben wij het Evangelie van vandaag ook eeuwenlang gelezen. Als een soort waarschuwing. Angst voor het oordeel.
Eén van de vele legendes die toegeschreven worden aan paus Johannes XXIII - van wie wij vorige maand herdachten dat hij precies 50 jaar geleden tot paus werd gekozen - één van die legendes vertelt dat men aan Johannes XXIII vroeg (het was in de jaren 1960, toen alles op losse schroeven werd gezet): “Heilige vader, bestaat de hel?”, en dat de paus toen geantwoord zou hebben: “Ja, de hel bestaat. Maar hij is leeg”.
De Rechter die plaats neemt op Zijn Troon van Glorie om de wereld te oordelen, is dus geen rechter, maar een herder. Zijn Troon van Glorie ruilt Hij in voor de Troon van Barmhartigheid. Aan ons te antwoorden op de vraag: “Heer, wanneer hebben wij U hongerig gezien, of dorstig, of vreemdeling, of gevangen?” …
Christus Koning (2008)
A-cyclus · Tijd door het jaar · 34e zondag · wit