Dit evangelie geeft ons een antwoord op de vraag: waar komt het tenslotte in ons leven op aan? Naar welke maatstaf zullen wij eens beoordeeld worden?
De grote lijnen van het beeld dat Jezus ons tekent, zijn zeer eenvoudig. Alle lijnen lopen samen in deze uitspraak: ‘Ik was naakt, hongerig, dorstig, vreemdeling, dakloos, in de gevangenis.’ Met andere woorden, Jezus identificeert zich hier met alle mensen in nood. ‘Wat je voor de geringsten van de mijnen gedaan hebt, dat heb je voor Mij gedaan.’ Hun nood moet een teken zijn om de aanwezigheid van Jezus te ontdekken. Achter elk mensengezicht staat Jezus. Sinds God mens geworden is, kunnen wij in elke mens God ontmoeten. Bij Jezus staan dus als aanklagers: de onmetelijke massa hongerigen, zieken, havelozen en daklozen. De miljoenen die nooit een bad hebben gehad. Wat zouden ze er ook mee kunnen doen als ze nog niet eens drinkwater hebben? Voor die miljoenen die nooit een wasmachine gehad hebben, maar wat hadden ze ermee kunnen doen voor die paar vodden die ze op hun lijf dragen? Voor die miljoenen die nooit een koelkast gehad hebben, maar wat hadden ze daarin kunnen zetten, als ze elke dag maar een handvol rijst te eten hebben?
Bij Jezus staan ook de aangeklaagden, het zullen de rijke volkeren zijn. De mensen die zo oververzadigd waren dat ze het brood eenvoudig kunnen wegwerpen. Mensen die elk jaar miljoenen kunnen uitgeven aan alcohol en tabak. Mensen die zich alles konden veroorloven aan ontspanning en reizen, maar de hongerigen en lijdenden niet gezien hebben of niet hebben willen zien.
Zeker zij zullen hun verontschuldigingen hebben: wanneer hebben wij U gezien? Wij zouden U wel geholpen hebben! Ons ontbreekt het geloof Jezus te zien in de mensen die in nood zijn. Bij het Laatste Oordeel zullen alle daden en de gezindheid van de mens onder de loep genomen worden. We zullen daar voor verrassingen komen te staan. Die vrouw die van haar klein pensioentje nog wat weet te sparen voor de armen, doet misschien meer dan de priester die een machtige preek houdt over de nood in de wereld. Dat meisje dat elke zondagmorgen haar vrije tijd opoffert om zieken te gaan verzorgen, doet misschien meer dan de mensen die deelnemen aan belangrijke conferenties. Die jongen die zijn vakantie opoffert om met de Bouworde een ziekenhuis te helpen bouwen, doet misschien meer voor de verbetering van de wereld dan een parlementslid.
Waardoor zal eigenlijk de wereld veranderen? Dit evangelie geeft ons daarop het antwoord. Elke liefdedaad, elke goede daad verandert de wereld. Wat zou de wereld veranderen als alle bisschoppen, priesters en leken het evangelie van de kleinste broer ernstig zouden nemen, als de een voor de ander Christus zou willen zijn. Ons oordeel zal niet alleen gaan over het kwaad dat we gedaan hebben, maar over het goede, dat we hadden kunnen doen en niet gedaan hebben. Christus als Koning erkennen, is Hem dienen in de mensen die in nood zijn. ‘De komst van het Rijk Gods kun je niet waarnemen. Men kan niet zeggen: Kijk hier is het, of daar is het. Want het Rijk Gods is midden onder u’ (Lc 17,21). Daar waar mensen elkander helpen, daar gebeurt het Rijk Gods.