In de evangelietekst wordt de waakzaamheid, waar Jezus het bij Matteüs eerder over had in verband met het einde dat er onvermijdelijk aan ons leven in deze wereld komt, verder gekwalificeerd. We moeten niet alleen maar waakzaam blijven en onze lampen brandende houden. We moeten ook bezig zijn. We dienen ons actief toe te leggen op wat Jezus het koninkrijk van God hier op aarde noemt. Nogal wat exegeten zijn het er over eens dat Jezus - zoals trouwens iedere goede profeet, predikant of opvoeder - verhalen gebruikt die aan zijn gehoor bekend zijn. Hij heeft het over zaken die ze - bij wijze van spreken - in de krant hebben kunnen lezen.
Jezus neemt dan niet alleen maar deel aan diepzinnige geestelijke en godsdienstige gesprekken, maar hij mengt zich ook in het alledaagse gepraat van zijn tijd. Het soort conversatie dat in een tijd met weinig communicatiemogelijkheden, en in een door vreemde troepen bezet gebied vol politieke verklikkers, moet vooral bestaan hebben uit oncontroleerbare geruchten en geroddel.
Het verhaal dat hij hier gebruikt is simpel. Het past helemaal in de eindtijdopmerkingen die hij - op weg naar zijn eigen aardse einde in Jeruzalem - aan het maken is. Het is een afrekenings-, een eindverhaal. Het is ook een verhaal dat gaat over het maken van zoveel mogelijk geld. Hij vertelt het verhaal in verband met het gebruik dat wij dienen te maken van de talenten, die wij meekregen, toen we in de wereld kwamen. We moeten doen wat we kunnen. Ons wordt zelfs gevraagd het dubbele te doen van wat we kunnen.
Door dit alles heen speelt ook een ander thema. Jezus drukt verschillende keren zijn verbazing uit over de manier waarop mensen bereid zijn zich in te zetten voor het geld en goed van deze wereld. Ze hebben daar letterlijk alles voor over. Ze offeren er alles aan op. Dat doen ze nog. Winkels worden op de onmogelijkste tijden open gehouden; agenda’s worden overboekt; er wordt gereisd tegen alle bioklokken in; eten, drinken en slapen worden verwaarloosd; er wordt gelogen en bedrogen; alles - leven en gezondheid, eer en integriteit - wordt ingezet om maar winst te maken. Hij is niet alleen verbaasd. In zekere zin bewondert hij dat soort van naarstigheid en die toeleg ook. Maar hij blijft hen die zo bezig zijn ‘kinderen van de duisternis’ noemen. Je kunt nu eenmaal die interesse in geld en mammon niet verenigen met God en Gods koninkrijk. Je kunt dat winstbejag niet combineren met interesse in de mensheid.
Honderden jaren geleden beschreef een theoloog die onmoge¬lijkheid in een bijna klassiek geworden tekst. Bartolomé de las Casas had het over de goudzucht van de Spaanse veroveraars van Latijns-Amerika: ‘Ik zeg niet dat ze zonder meer willen moorden, maar ik zeg wel dat ze rijk willen worden. Ze willen zwemmen in goud door het werk en het zweet van gemartelde en in ellende levende inlanders, die ze gebruiken alsof die gewoon gereedschap zijn, met als onvermijdelijk gevolg dat ze er allemaal aan doodgaan.’ De mensen over wie De las Casas het heeft, waren niet slecht. Ze waren niet agressief. Ze wilden niet eens moorden. Dat was hun bedoeling niet. Ze wilden alleen maar rijk worden. Daarom liep alles fout. Daarom waren ze de oorzaak van de dood van duizenden en duizenden, omdat goud voor hen het enige was dat in hun leven telde.
Het is diezelfde dynamiek, die we nog steeds rondom ons vinden, vaak met dezelfde moordende gevolgen. Dat is het natuurlijk niet wat onze evangelietekst bewondert. Wat wel bewonderd wordt, is de naarstigheid in dit alles, de toeleg, de bijna ongelooflijke dynamiek van dit begeren.
Stel je voor dat ‘de kinderen van het licht’ - zoals Paulus ons in zijn brief aan de Tessalonicenzen noemt - met diezelfde ijver de verwerkelijking van het koninkrijk van God zouden nastreven. Verbbeeld je dat we ons met de efficiëntie en het raffinement van ons zakenleven zouden toeleggen op het realiseren van echte menselijkheid onder ons. Dat we onze talenten met de efficiëntie van onze wapenindustrie zouden inzetten voor humaniserende ontwikkelingen als opvoeding, gezondheidszorg, voedselvoorziening, huisvesting, en een gezonde ecologie!
Jezus liep tijdens zijn leven van die mogelijkheid te dromen!