32e zondag door het jaar A

A-cyclus · Tijd door het jaar · 32e zondag · groen

Jezus houdt vandaag weer een parabel voor. Zij is tot de leerlingen gericht. Ze hebben vlak ervoor gehoord van de knecht ‘die de heer over zijn dienstvolk heeft aangesteld’ en die, in afwezigheid van zijn meester, ‘de andere knechten begint te slaan en met de dronkaards eet en drinkt’. Als de heer thuiskomt wordt de knecht gevierendeeld. De straf klinkt niet mals in onze oren, vooral omdat het maar om een knecht gaat.

Het gaat om een Godsknecht, een leider in Israël, die in zijn corruptie het volk knecht, politiek, religieus, moreel en materieel, want in Israël hangt dit alles aaneen. Het gaat om priesters, koningen en profeten uit de lange geschiedenis van Israël, die het volk steeds bedrogen hebben, die God voor de massa verborgen hebben, in plaats van Hem voor hen te openbaren. Het gaat om die Farizeeën en schriftgeleerden, Sadduceeën en oudsten, die als ‘gekalkte graven er van buiten wel mooi uitzien’, maar die ‘van binnen vol huichelarij zijn’. Het gaat om de ‘slangen’, ‘het adderengebroed’, dat de maat van hun vaderen vol maakt.

Jeremia huilt over de verwoesting van Sion: ‘Zelfs profeten en priesters worden weggesleept’! Maar in Jeremia’s tijd en in Jezus’ tijd waren er en zijn er profeten en priesters, dienaars van de tempel en van het geloof, die het wegslepen niet waard zijn! Over hen is het dat Jezus somber voorspelt, dat zij zullen gevierendeeld worden wanneer straks Jeruzalem opnieuw verwoest wordt.

De parabel van vandaag gelijkt aardig goed op die over de gewetenloze leiders van Israël. De bruidsmeisjes worden door de bruidegom verrast. Hij heeft ook op zich laten wachten, zoals de heer van de ontrouwe dienaar. De verstandige meisjes, die olie hebben meegenomen om hun lampen te verzorgen, gaan de feestzaal binnen. De domme meisjes krijgen de deur op hun neus.

Het is klaar dat bruidsmeisjes de bruid verzorgen. Ze helpen haar bij haar voorbereiding. Ze zijn om zo te zeggen voor haar verantwoordelijk. Ze houden haar gezelschap totdat de bruidegom komt. Israël is de bruid in de heilige Schrift. De domme meisjes zijn de leiders van het volk, die hun taak aanvaard hebben en moeten weten dat het volk zich op Gods komst moet voorbereiden, dat zij het volk op zijn komst moeten voorbereiden. Het zijn de domme leiders, de domme profeten, de domme herders, de domme dienaars. Als de Heer komt begrijpen ze er niets van. Als de Bruidegom komt moeten ze nog wakker gemaakt worden. Slapers zijn ze, die naar het volk niet omzien.

Wat Jezus kort hiervoor in herinnering bracht, dat we God en de mensen moeten liefhebben met ons hart, onze ziel en ons verstand, past Hij hier in twee parabels op de leiders toe. De knecht is er niet bij met hart en ziel, de vijf domme meisjes zijn niet met hun verstand. Jezus waarschuwt zijn leerlingen dat zij zo het volk niet kunnen leiden. Ze moeten er met hart en ziel bij zijn, ze moeten wakker zijn en hun verstand gebruiken.

Wanneer Jezus deze en andere parabels leert, heeft Hij al zijn dood voor ogen en al wat voor Hem en het volk erop zal volgen. Hij spreekt over het ‘Rijk der hemelen’. Hij voorziet de verwoesting van Jeruzalem. Hij spreekt ook over het latere oordeel. Dit alles is de komst van de Bruidegom. Noch op het leven in de Kerk, noch op het oordeel, bereiden de luie en domme leiders het volk voor. Toch is het hun taak Jezus’ bruiloft voor te bereiden en de schoonheid van de Bruid te verzorgen.

Als ze dat doen, mag de Heer in hun leven komen, vroeg of laat, bij elke nachtwake of midden op de dag: zijn komst zal altijd een blijde verrassing zijn. Voor de bisschop, de priester, de diaken, welke de Heer bij zijn komst niet wakende vindt, voor hem die maar de helft van het evangelie predikt, voor hem die er zelf niet van leeft, voor hem die de Bruid niet voorbereidt, voor hem die geen olie voor zijn lamp voorziet, die de bruidszaal van het leven niet kan verlichten, het feest van het volk met zijn Heer niet kan vieren, wordt het een bittere verrassing: de deur gaat op slot.

Jezus’ leerlingen zijn verwittigd voor de toekomst: ze moeten wakker en verstandig zijn, waakzaam, oplettend en getrouw, want zij kennen ‘dag noch uur’. Ze moeten God en de mensen liefhebben met heel hun hart, hun ziel en hun verstand.

Zoeken in Preken Online