Een van mijn favoriete vakantieactiviteiten is het maken van bergwandelingen. Je staat dan vroeg op om de hitte van de dag zoveel mogelijk te mijden, die vroege morgenstilte is al een ervaring op zich. Er is niets mooiers dan rond een uur of drie ’s middags aan te komen bij een berghut waar je kunt uitrusten van je urenlange tocht, waar je eenvoudig maar heerlijk kunt eten en drinken om weer kracht op te doen voor de volgende etappe.
Ik herinner me dat een keer een drietal aankwam lopen heel laat, zo tegen de tijd dat de zon onderging. Moeizaam legden ze de laatste meters af en uitgeput kwamen ze binnen en ploften neer op de harde banken. Gretig dronken ze een paar grote glazen ‘skiwasser’ een soort limonade en ze kwamen weer op krachten.
Wat was er gebeurd?
Het was de eerste keer dat ze een dergelijke huttentocht gingen maken. Ze vertelden dat ze op de gewone tijd, lekker vroeg waren vertrokken en dat ze hadden gedacht: laten we niet veel bagage meenemen, want je moet alles zelf dragen nietwaar? Bovendien de weersverwachtingen waren prima, dus waarom regenkleding meegenomen. Een fles water de man was genoeg dachten ze. Ze hadden nog een van hen flink uitgelachen die nam nog een fles extra mee, dat was wel een kilo meer gewicht maar hij bleef hardnekkig. Onderweg bleek dat het pad dat ze volgenden toch niet duidelijk was aangegeven, ze waren ze veel te hoog uitgekomen en in een verkeerd dal. De zon scheen onbarmhartig ja hadden ze toch maar beschermende kleding meegenomen, geen water te vinden onderweg, de dorst was verschrikkelijk. Uiteindelijk moesten ze hun vriend met die extra fles wel vragen om ook een slokje want hun eigen watervoorraad was allang op. Gelukkig maar dat die ene bergwandelaar zijn watervoorraad deelde met zijn vrienden, al betekende dat wel dat hij ook dorst moest lijden.
Toen hun laatste druppel water allang op was, vonden ze tot hun grote opluchting weer een pad dat naar onze hut leidde. Zo kwamen ze, uitgeput, vermoeid en dorstig aan…..
In het evangelie deelden de meisjes die extra olie hadden meegenomen niet met de anderen, die tekort kwamen. Matteüs noemt hen wijs. Daar valt veel voor te zeggen. Zíj hadden zich voorbereid op het bereiken van hun doel. Ze waren door de bruidegom gevraagd om hem, als hij ’s nachts naar de feestzaal zou trekken, met fakkels in een feestelijke stoet te begeleiden. Daar zou helemaal niets van terecht komen als ze hun reserve-olie gingen delen met die tekort kwamen, dan zou het bruiloftsfeest op een belangrijk onderdeel totaal de mist ingaan. Het was dan beter om met minder meisjes er nog iets moois van te maken dan met zijn allen te mislukken.
De Bruiloft staat bovendien voor de komst van het rijk der Hemelen en de bruidegom is Jezus zelf. Zou je dat missen, dan mis je je levensbestemming en dat, zo maakt de bijbel ons vandaag duidelijk, kan nooit de bedoeling zijn.
De christenen uit het Jodendom voor wie Matteüs zijn evangelie schreef, leefden sterk in het bewustzijn, dat de komst van het rijk der Hemelen nabij was. Jezus zelf had immers verkondigd: het Rijk der Hemelen is ophanden, bekeer je en vertrouw je aan mij toe. De eerste christenen dachten in heel tastbare termen. Ze waren er van overtuigd dat zij de wederkomst van Jezus nog zouden meemaken, dat hij het Rijk van God zou vestigen en de Romeinen het land uit zou gooien. Daarom vroegen ze zich af: waarom zouden wij nog plannen maken voor de verre toekomst?
Toen Matteüs zijn evangelie schreef was het al 30-40 jaar na Jezus’ sterven en er gebeurde maar niets. Er begon langzamerhand ook een stemming van onzekerheid en moedeloosheid te ontstaan. Het gevoel: klopt het wel met die wederkomst van Jezus. Het loopt allemaal heel anders. De Romeinen blijven maar, verwoestten de tempel intussen. Is het einde der tijden misschien toch veel verder weg dan we dachten?
Matteüs vertelt deze parabel omdat hij zich verzet tegen de gedachte van: och het doet er allemaal niet zo toe, de Heer komt toch binnenkort. Dat was een wijdverbreide gedachte onder de christenen van die tijd. Een mooie illustratie daarvan zien we bij Paulus die de mensen in Tessalonica schrijft: we moeten jullie verzoeken broeders en zusters, in verband met de komst van onze Heer Jezus Christus en onze hereniging met hem om nieuw zo gauw de bezinning te verliezen… We hebben namelijk gehoord dat sommigen bij u de arbeid schuwen, alle inspanningen uit de weg gaan, maar zich wel met alles bemoeien. In de naam van de Heer Jezus gebieden en vermanen wij zulke mensen dat zij regelmatig moeten werken en hun eigen brood moeten verdienen (2 Tess. 2,1 en 3,11) Ook Matteüs spoort zijn lezers aan tot een actieve houding: wees voorbereid, je moet nu voorbereid zijn, ook al weet je niet wanneer het zover zal zijn.
Bovendien benadrukt Matteüs: ook al kan het nog lang duren, zolang dat we als het ware in slaap vallen en moe worden, hij zál komen dat is zeker.
Wat moeten wij, mensen uit de 21e eeuw nu met een verwachting: de Heer zal komen, God weet wanneer?
Met het einde van de wereld zijn wij niet bezig, eerder vermaken we ons wanneer een kleine groep gelovige drammers ergens bijeen is gekomen om het einde van de wereld dat zij hebben berekend, af te wachten.
Wij zijn mensen van deze wereld en van het leven hier en nu. En we weten, of menen te weten, als er zoiets als het einde van de wereld komt, dan duurt dat nog vele miljoenen jaren, als onze zon kuren gaat vertonen maar dat is zover weg.
Wij leven in het hier en nu, we hebben er al de grootste moeite mee een of twee generaties vooruit te denken, iets wat uit het oogpunt van milieu en vanuit de vraag wat voor een wereld laten we achter voor onze kinderen, erg noodzakelijk zou zijn.
De kern van Jezus’ boodschap, die de evangelies en de brieven van de apostelen doorgeven is: het Rijk der Hemelen is gekomen, het is al midden onder ons, zie je het niet? en ook: dat Rijk zal eens worden voltooid, als God alles in allen zal zijn geworden.
Door de verkondiging van Jezus, door zijn ideeën en daden, is eens en voorgoed een einde gekomen aan een in zichzelf gekeerde wereld. Een wereld waar mensen op zichzelf zijn aangewezen. In beginsel kunnen wij weten hoe we met elkaar moeten leven om van onze wereld een omgeving te maken waar het goed is voor iedereen. De tijden zijn veranderd, na Jezus is het nooit meer als daarvoor. We moeten natuurlijk daar wel onmiddellijk aan toevoegen dat veel christenen -en wijzelf nu en dan evengoed dat fundamentele keerpunt laten voor wat het is en niet leven zoals het op grond van een dergelijke ontdekking zouden moeten leven. Maar iedere keer wanneer een mens zich inzet voor de ander, iedere keer als iemand zich inspant om een ander tot zijn recht te laten komen, om God in en onder mensen aan het werk te zien, iedere keer dat dat gebeurt is er een einde aan het aardse rijk en wordt duidelijk dat de mens naar Gods beeld en gelijkenis is en vanuit dat ideaal vertrekt de bijbel toch?
Hoe zou de wereld er uitzien als alle christenen zouden leven vanuit de beginselen van waaruit Jezus leefde, dat zal een droom zijn.
Wat te zeggen van de voltooiing van dat Rijk, het einde van de tijd, van de wederkomst van de Heer?
Ik wil daarin onderscheiden de kleine wederkomst en de grote wederkomst.
Die kleine wederkomst breekt aan wanneer het einde van mijn aardse leven daar zal zijn. Met onze eigen dood, met het einde van ons eigen aardse bestaan, daar zijn we echt niet iedere dag mee bezig, maar die is voor de meeste van ons toch ver weg…. ja eenmaal per jaar met Allerzielen staan we er eens bij stil, en soms worden we geraakt als iemand uit onze omgeving ernstig ziek wordt en zal gaan sterven.
Paulus schrijft daarover de volgende woorden: wij willen u niet in onwetendheid laten over het lot van hen die ontslapen zijn; gij moogt niet bedroefd zijn als de andere mensen die geen hoop hebben…….We zullen voor altijd samen zijn met de Heer….."
En er is de grote wederkomst als er een einde zal komen aan een schepping en aarde die nog onvoltooid is. Dat zal de tijd zijn waarin alles zal gaan zoals God het uiteindelijk heeft bedoeld, dan zal alles en iedereen tot zijn recht komen, een visioen is dat…
De verwerkelijking van dat visioen, dat zegt het evangelie van vandaag, heeft alles van doen met de vraag: ben je voorbereid? Ben je nu waakzaam? Dat kun je alleen maar laten zien in je leven nu.
In de Hebreeën brief is daarover het volgende te lezen:(hoofdstuk13)
Ons is een koninkrijk gegeven dat niet wankelt
De broederlijke liefde moet blijven
vergeet de gastvrijheid niet, door haar hebben sommigen zonder het te weten engelen onthaald
denk aan hen die gevangen zijn
en aan de mensen die mishandeld worden ….
het huwelijk moet door iedereen in ere worden gehouden …
leeft niet alleen voor het geld, wees tevreden met wat u hebt
God zelf heeft gezegd:
ik laat u niet alleen
Daarom kunnen we met vertrouwen zeggen
De Heer is mijn helper
ik heb niets te vrezen …..
Jezus Christus is dezelfde,
gisteren vandaag
Hij is ons licht voor alle tijden,
het laatste woord van Hem die leeft.