Zusters en broeders,
‘Het leven zoals het is’, zo zou je de parabels van Jezus kunnen noemen. Inderdaad, altijd zijn ze uit het leven gegrepen, het leven van alledag in Palestina 2000 jaar geleden. Ook de parabel van vandaag. Huwelijken werden gearrangeerd, en de bruidegom moest een bruidsschat ophoesten. Daarover werd tot op de dag van de bruiloft onderhandeld, zeg maar: gesjacherd. Dat kon lang aanslepen, zoals blijkt in de parabel: blijkbaar zijn de palavers niet echt vlot verlopen, want pas midden in de nacht komt de bruidegom opdagen. Tot blijdschap van de enen, tot ontsteltenis van de anderen, in dit geval de bruidsmeisjes die geen vuur in hun lampen krijgen omdat ze geen olie hebben. Je kent het vervolg: de andere meisjes weigeren hun een beetje van hun olie af te staan.
Ik weet niet hoe jij je daarbij voelt, maar ik heb het niet echt begrepen op die weigerachtige meisjes. Reeds als kind kon ik ze niet uitstaan, en dat is er met ouder worden niet beter op geworden. Op een of andere manier deden en doen ze me altijd denken aan die onsympathieke stiefzussen van Assepoester. Voor mij stonden en staan ze symbool voor egoïsme van het ergste soort: ze verdoezelen het achter een zogenaamd verstandig argument: ‘Er moest eens niet genoeg olie zijn voor jullie en voor ons. Dan staan we daar alle tien te blinken.’ En ze geven nog goede raad ook: ‘Ga beter wat olie kopen.’ Stel je voor: midden in de nacht. Ik kan me voorstellen dat de verkopers echt op hen zitten te wachten!
Zusters en broeders, de wereld barst van zulke zogenaamd verstandige meisjes. Je vindt ze onder allerlei gedaanten, en ze hebben allemaal gemeen dat ze alleen voor zichzelf leven. Ze blijven blind en doof voor de ellende van anderen, en als ze er hun voordeel kunnen mee doen, zullen ze die ellende nog doen toenemen ook. Ze staan voor niets of niemand, want ze hebben maar één god: zichzelf. Zonodig gebruiken ze geweld om die god die ze zelf zijn ter wille te zijn: kwetsende woorden, vernietigende oordelen, brutale agressie. Je komt ze tegen als ‘bekende Vlaming’ die zijn oppervlakkigheid als enig waardevolle levensregel presenteert en als professor die zijn intellect misbruikt om eenvoudigen te misleiden. Of ze zijn ondernemer die zijn werknemers uitbuit en zijn klanten bedot, of ook een mens als jij en ik die zoveel mogelijk ‘in het zwart’ doet. Of misschien zijn ze welgesteld, maar vallen ze nog liever om dan dat ze ook maar één euro aan het goede doel besteden. Of wie weet, misschien zijn ze wel president voor het leven, met miljarden euro’s bloedgeld op Zwitserse bankrekeningen, of misschien zijn ze een president die vindt dat hij het recht heeft een ander land binnen te vallen. En heel misschien zijn ze terrorist, plaatsen ze zichzelf boven God en vermoorden ze vanuit hun eigen ‘goddelijkheid’ met het plezier van het grote gelijk honderden, duizenden mensen. Of ze sturen kinderen de straat op, met bommen om het lijf. Allemaal voor de god die ze zelf denken te zijn.
En aan de andere kant de onverstandige meisjes, zij die niet knap en niet vlug en niet hard en niet berekend zijn. Zij die aan de verkeerde kant van de wereld geboren werden, die in de verkeerde straat wonen, die niet over de juiste kruiwagens beschikken, die niet knap en niet bekend en niet gewelddadig en ook niet hoogmoedig zijn. Of misschien zijn wijzelf wel die onverstandige meisjes. Wij, die horen, zien en zwijgen. We reageren niet of nauwelijks tegen onrecht, tegen kwaad, tegen verdachtmaking, tegen spot. Misschien zitten we daar maar in een hoekje en doen niets.
Zusters en broeders, in deze parabel spoort Jezus ons aan waakzaam te zijn. Niet betweterig en egoïstisch en gewelddadig, maar waakzaam, met oog en hart voor anderen. Waakzaam in de weg die we kiezen: niet de weg van onszelf en onze eindigheid, maar de weg die leven geeft, echt, vol en eerlijk leven hier op aarde, en eeuwig leven bij de Vader. De weg die Jezus ons is voorgegaan, de weg die Hijzelf is.
“Wees waakzaam”, zegt Hij, “want gij kent dag noch uur.” Zusters en broeders, dat is geen bedreiging, wel een belofte. Een belofte dat het Rijk Gods er komt, ondanks tegenkanting, ondanks onverschilligheid. Het Rijk van gerechtigheid en vrede, niet in het hiernamaals, maar in deze wereld. ‘Wees waakzaam’, zegt Jezus. ‘En werk mee aan dat Rijk. Leef niet alleen voor jezelf en zit ook niet in een hoekje te kniezen. Maar lééf, en maak van deze wereld een wereld naar Gods droom.’ Amen.