Waardering ondervinden, goed gevonden worden, gezien worden, dat willen we allemaal op zijn tijd. Eigenlijk kan een mens niet zonder.
Maar er zijn grenzen en de farizeeën uit het evangelie van vandaag hebben die blijkbaar overschreden, want alles wat ze doen, doen ze om op te vallen en gewaardeerd te worden. Ze dossen zich opvallend uit, zijn uit op de beste plaatsen en ze staan erop beleefd gegroet te worden. Bovendien, zegt Jezus, eisen ze van anderen meer dan ze zelf ooit opbrengen. ‘Luister naar hen, maar doe niet als zij…';
Jezus haalt hier flink uit naar de leiders van toen. Zo vertelt ons Matteüs zestig jaar later. En hij doet dat, omdat het onder de eerste christenen en hun leiders weer hetzelfde liedje is: ook daar is ruzie om de beste plaats, een hele hiërarchie van rangen en standen en ook daar baast de ene groep over de andere.
We lezen het vandaag in onze kerken ook als een soort aanklacht tegen onszelf. Het is alsof we Jezus horen zeggen: Uw geestelijke leiders zitten op de stoel van het leergezag; luister naar hen, maar doe niet als zij. Ze leggen zware lasten op, maar zelf blijven ze op afstand. Ze noemen zich dienaren, maar wo¬nen in paleizen en gaan pontificaal gekleed. Ze laten zich ‘heilige vader’ noemen, terwijl er maar één uw Vader is.
Een echte, onvervalste donderpreek. En wij denken: mooi gezegd en goed gepreekt, want dat kan die en die, dat kunnen zij - anderen dus! - in hun zak steken.
Maar het wordt misschien iets minder leuk als het ook over mij, over ons blijkt te gaan. Natuurlijk, dit evangelie nodigt uit tot een eerlijk gewetensonderzoek van allen die leiding geven in onze kerk.
Maar we dienen ons allemaal aangesproken te voelen. We kunnen ook dit horen: Wee u kerkgangers die op zondag in de kerk zit en op maandag vergeten bent dat u christen bent. Denk eens goed na, jij, die in de collecte geeft voor het goede doel en dagelijks mensen vernikst of makkelijk veroordeelt. Zijn ook wij geen farizeeërs als we God loven en danken voor zijn schepping en tegelijkertijd ons chemisch afval dumpen waar we het maar kwijt kunnen. Doen ook wij niet vaak dik en duur met onze titels en status en willen ook wij niet de baas spelen over elkaar, terwijl we maar één meester hebben, kinderen zijn van één Vader.
Waardering ondervinden, goed gevonden worden, zeiden we aan het begin, dat willen we allemaal. Geen mens kan zonder beves¬tiging. Als we met elkaar wat bemoedigender omgingen, als we elkaar wat meer en duidelijker lieten voelen: Je mag best gezien worden, dan zouden we wellicht ook minder ons heil zoeken en vluchten in allerlei dikdoenerij, status en stand, aanstellerij van ‘kijk mij eens'.
Doe maar gewoon, leert ons het evangelie, doe maar gewoon dan is het goed. Maar dan moet goed-doen nog gewoner worden.