31e zondag door het jaar A - 2005

A-cyclus · Tijd door het jaar · 31e zondag · groen

Zusters en broeders,

Het minste wat men over onze Kerk kan zeggen, is dat ze de laatste jaren, zeker in het Westen, niet bepaald aan populariteit en prestige heeft gewonnen. Bij velen komt ze met haar vaak ongenuanceerde uitspraken over celibaat, homoseksualiteit, de rol van de vrouw en de leek in de kerk, het gezin, de gescheiden katholieken etc. als oubollig, voorbijgestreefd, zelfs onchristelijk en mensonvriendelijk over. Verder is er de niet aflatende stroom van schandalen waarbij priesters en bisschoppen betrokken zijn. Schandalen die heel vaak te maken hebben met seksueel wangedrag. In de Verenigde Staten zijn een paar bisdommen virtueel failliet door de miljardenhoge schadevergoedingen die ze aan slachtoffers moeten betalen en in Oostenrijk moest een bisschop, tevens voorzitter van een seminarie, aftreden. Ook andere christelijke Kerken kwamen negatief in het nieuws. Zo werd bijvoorbeeld de orthodoxe patriarch van Jeruzalem afgezet wegens zeer onfrisse handelspraktijken. Voorbeelden allemaal van ‘Luister wel naar mijn woorden, maar kijk vooral niet naar mijn daden.'

Zusters en broeders, het kan niet ontkend worden dat het gedrag van een aantal geestelijken niet door de beugel kan. Het is er mee de oorzaak van dat vele honderdduizenden de Kerk de rug hebben toegekeerd. Hoe kan men immers geloven in een instituut dat heiligheid preekt, maar waarvan sommige bedienaren zich helemaal niet heilig gedragen? Toch wil ik hierbij opmerken dat het een niets met het ander te maken heeft. Geloof is één ding, het gedrag van de bedienaars van dat geloof een ander. Dat schreef Paulus al in een van zijn brieven, en dat blijft onverkort gelden. Geloof is een relatie met God, die niet onderhevig is aan het (wan)gedrag van mensen.

Ook dat wangedrag zelf zou ik willen nuanceren - niet goedpraten! Vooreerst gaat het maar om een heel miniem aantal geestelijken. Veruit het grootste deel van hen bestaat juist wel uit waardige opvolgers van de apostelen. En verder: vergeleken met vroeger kun je alleen maar besluiten dat we vandaag over het algemeen over heel waardige voorgangers beschikken. Als je de levenswandel van veel priesters, bisschoppen en pausen in de middeleeuwen en tijdens de vijftiende-zestiende eeuw onder de loep neemt, bots je op heel wat andere praktijken. Dat de Kerk, ondanks die vroegere geestelijkheid, vandaag nog bestaat, is voor mij trouwens een bewijs van het feit dat Gods Geest echt wel in het Godsvolk werkzaam is, anders had dat Godsvolk die Kerk allang massaal verlaten.

Zusters en broeders, waar mensen zijn, wordt ‘gemenst’, met alle goede en kwade gevolgen van dien. Ook geestelijken zijn mensen, dus ook onder hen wordt er ‘gemenst’. Daarmee wil ik het gedrag van sommigen niet goedpraten, integendeel. Maar laten we proberen te begrijpen. Velen staan er helemaal alleen voor en moeten instaan voor meerdere parochies en soms duizenden mensen. Heel dikwijls is hun omgeving hen helemaal niet gunstig gezind, heel dikwijls worden ze met de rug bekeken, uitgescholden, bedreigd, zelfs vermoord. En allen moeten ze het zien te klaren zonder de zorg van een liefdevolle partner. Zopas heeft Rome nog maar eens bevestigd dat daarin geen verandering komt: het verplichte celibaat blijft onbespreekbaar. Dat is heel erg spijtig, want precies dat partnergemis lijkt de oorzaak van het wangedrag van sommige geestelijken. Misschien moest onze hiërarchie zichzelf en haar eigen strenge regels maar eens heel kritisch bekijken. Misschien moest ze die regels maar eens op hun houdbaarheidsdatum testen. Maar liever dan dat te doen, blijft ze zich vastbijten in een verleden dat definitief voorbij is. Spijtig, heel spijtig. En helemaal niet in de lijn van Jezus. Hij leerde ons precies NIET achterom te zien, en Hij leerde ons ook dat de mens belangrijker is dan de koude wet. En Hij zei ook: “Gij moet u geen rabbi laten noemen. Gij hebt maar één Meester en gij zijt allen broeders. En noem niemand van u op aarde vader; gij hebt maar één vader, de hemelse. En laat u ook geen leraar noemen; gij hebt maar één leraar, de Christus.” Woorden van Jezus, in zijn tijd gesproken, maar geldend tot op vandaag. De hiërarchie zou dat stukje evangelie meer tot het hare moeten maken.

Zusters en broeders, we moeten bij dit alles vooral niet denken dat wijzelf hier goed wegkomen en dat de lezingen alleen bedoeld zouden zijn voor priesters, bisschoppen en de paus. Neenee, Jezus richt zich, zoals altijd, tot iedereen. Ook wij zijn mensen, dus ook onder ons wordt er ‘gemenst’. Ook wijzelf zijn heel dikwijls farizeeërs. Ook wij willen positief opvallen, maar of we ook altijd zo positief leven? Liggen onze woorden en daden altijd in het verlengde van wat we in onze vieringen horen, bidden en zingen? Hebben ook wij niet soms een dikke nek, willen ook wij elkaar niet soms overtroeven in pracht en praal en uiterlijkheid? Willen ook wij niet geregeld baas spelen over elkaar? Zijn ook wij altijd echt wel zuiver op de graad als het op relaties aankomt?

Zusters en broeders, het zou goed zijn als iedereen, geestelijkheid en leken, de woorden in deze beide lezingen tot de zijne zou maken en vooral: als iedereen naar die woorden zou leven. Amen.

Zoeken in Preken Online