30e zondag door het jaar A (2008)

A-cyclus · Tijd door het jaar · 30e zondag · groen

In de puzzel van het wegennet in ons land is het niet zo moeilijk om het je voor te stellen: ergens een éénrichtingsbaan met 2 rijstroken. Je moet eigenlijk volgens de wegcode uiterst rechts rijden, maar de weg zit zo overvol dat er gestadig op de 2 stroken wordt gereden. Maar … beide stroken lopen de zelfde richting uit, leiden naar dezelfde bestemming.

Is ons leven als gelovige ook niet zo’n baan met 2 rijstroken? Ze staan aangeduid op de wegenkaart welke Jezus ons in het evangelie van vandaag voorlegt. Al te duidelijk, en ik moet het eigenlijk niet uitleggen: “Ge zult de Heer uw God beminnen met geheel uw hart, geheel uw ziel en geheel uw verstand. Dit is het eerste gebod. Het tweede, daarmee gelijkwaardig: gij zult uw naaste beminnen als uzelf.”
“Beminnen!” Een term die ons niet onbekend is, verre van, en dan zien we spontaan bij allerhande gelegenheden het symbool van een hartje opduiken. Moest je gaan kijken, je zal er momenteel zelfs één zien liggen op het dashboard van mijn Suzuki. Maar Jezus had het ook over ‘geheel uw verstand’. Zal ik er ver naast zitten als ik zeg: gewoonlijk is het niet in die richting dat Clouseau zingt, en Belle Peres en nog zoveel anderen? Nogal duidelijk: het gaat hier om een bloemtuil gevoelens waardoor het hart van een mens in vuur en vlam wordt gezet. Kan een christen met een zelfde geladenheid zeggen: God, ik hou van je? Grote heiligen: ja. Een heilige Theresia van Lisieux bvb. Mystiekers. Maar in alle eerlijkheid: hoevelen onder ons zien zichzelf in die categorie ondergebracht? Zijn we dan gebuisd voor her rijexamen dat God uitschreef? Ik geloof het niet. De examenvraag ligt niet in de orde van de gevoelswereld, maar in die van de daadwerkelijks liefde, zoals het trouwens bij de mensen onder elkaar ook zo is. Als een man zegt dat hij zijn vrouw graag ziet, maar het vertikt om iets te DOEN voor haar, dan komt die liefdesverklaring als een grote leugen over. Me dunkt: onze liefde voor God moet overwegend ook in die richting beleefd worden: Hem de plaats geven in ons leven die Hem toekomt, en de beoefening van die liefde zal wel verschillend zijn van de ene mens naar de andere. 8 uur per dag bidden staat wel op de agenda van een pater Trappist, niet op die van een arbeider bij Case New Holland.

Maar het is tijd om de richtingwijzer aan te zetten en op het andere vak te gaan verkennen. “Gij zult uw naaste beminnen als uzelf.” Weer komt die vraag naar voor die ik daarstraks al eventjes heb aangeraakt: wat moeten we daaronder verstaan? Moeten we die ‘naaste’ om de hals vliegen om onze liefde te bewijzen? Moesten we op de ‘knuffeldag’ van deze week de straat op met een witte shirt en de ene na de andere ‘vaststekken’ om het in ons Vlaams te zeggen? Zie je mij al aan dat spelletje meedoen? Goed, maar serieus nu: ik zou gebuisd zijn in het examen van God als ik niks zou overhebben voor mijn medemens. Over die liefde meen ik dat het gaat: ik probeer iets voor jou te doen, daar waar het nodig is.

Op het examenblad liggen dus 2 vragen voor, zoals Jezus zei, en er is dat verschil met die tweevaksbaan van daarstraks en de wegcode: wie op het rechtervak blijft, dat van God, rijdt niet helemaal naar het idee van die God. Hij vraagt dat we ten gepasten tijde de richtingaanwijzer in werking stellen en voor het linkervak kiezen, en dat is het vak van onze medemens. En wees gerust: beide vakken leiden samen naar de zelfde bestemming.

Zoeken in Preken Online